Wouter Bouvijn: “Voor ‘1985’ werd zó intensief gecast dat nadien op de set bijna alles logisch leek”

Regisseur Wouter Bouvijn (geb. 1987) stond voor het eerst in de belangstelling toen hij met grote onderscheiding afstudeerde aan de Brusselse filmschool RITCS en voor zijn eindwerk, de beklijvende kortfilm “Tweesprong” (2012), in Los Angeles bij de Student Academy Awards, zeg maar de Oscars voor studenten, werd bekroond met een bronzen medaille in de categorie ‘Beste Buitenlandse Film.’

“Tweesprong” was een psychologisch drama en hij toonde van meet af aan zijn intrinsiek sterke vertelstijl. Het verhaal gaat over Maxime (rol voor Joren Seldeslachts) wiens vader sterft aan een dominant erfelijke ziekte, en als zoon heeft hij vijftig procent kans om de ziekte te erven. Dan stelt zich de vraag: wil hij het weten, of niet? En als hij het weet, hoe gaat hij er mee om?

Wouter Bouvijn was meteen gelanceerd, en de opstap naar drukbekeken TV-reeksen als “De Twaalf” (2019-2020, waarvan hij alle afleveringen regisseerde) en “Red Light” (2020, vijf afleveringen) bevestigden wat we bij “Tweesprong” al meekregen. Voor “De Twaalf” werd hij bekroond met een Ensor (categorie ‘Beste Regie Televisieserie’), en voor “Red Light” was hij op het Nederlands Film Festival laureaat voor het Gouden Kalf (categorie ‘Beste TV Drama,’ samen met Anke Blondé die de andere vijf afleveringen regisseerde). Het duo won eveneens de Prix des Lycéens op het Cannes International Series Festival, a.k.a. CannesSeries (categorie ‘Beste Serie’).

Posters van “De Twaalf” met Maaike Neuville en Maaike Cafmeyer, en “Red Light” met Carice Van Houten, Maaike Neuville en Halina Reijn

En het gaat razendsnel met Wouter Bouvijn, want intussen heeft hij al een nieuwe reeks klaarstaan, de achtdelige serie “1985,” gesitueerd in begin jaren tachtig van vorige eeuw. Hij volgt drie vrienden, Marc, Franky en zijn zus Vicky, gespeeld door respectievelijk Tijmen Govaerts, Aimé Claeys en Mona Mina Leon. Marc en Franky trekken van het platteland naar Brussel om een opleiding te volgen bij de rijkswacht, het elitekorps van de ordehandhaving. Het is een korps in volle crisis wanneer het land geteisterd wordt door een reeks brutale overvallen. Vicky studeert rechten aan de VUB in Brussel, tegenover de rijkswachtkazerne. Haar wilde karakter en progressieve idealen botsen met alles waar Franky en Marc voor staan. De drie jongeren komen terecht in een spiraal van gebeurtenissen die later worden toegeschreven aan de Bende van Nijvel.

Tijdens het afgelopen Film Fest Gent werden onder massale belangstelling de eerste twee afleveringen van “1985” vertoond; de reacties waren zeer lovend. Alleen jammer dat niet alle afleveringen als een bingewatch marathonsessie konden worden aangeboden. Want je was zó mee met de personages en het verhaal, dat je na aflevering twee meteen op je honger bleef zitten. Alsof je twee hoofdstukken van een heel interessant boek hebt gelezen en je moet het nadien aan de kant leggen. Met andere woorden, “1985” is heel veelbelovend en een reeks om naar uit te kijken wanneer ze binnenkort op VRT op antenne gaat.

Andere belangrijke rollen in deze tweetalige reeks, een co-productie tussen VRT en RTBF, en geproduceerd door Peter Bouckaert en Gunter Schmid voor Eyeworks, worden vertolkt door o.m. Peter Van den Begin, Tom Vermeir, Titus De Voogdt, Barbara Sarafian, Ruth Becquart, en Franstalige acteurs waaronder Roda Fawaz, Yoann Blanc en Guillaume Kerbusch.

Tijdens het Film Fest Gent werd onderstaand gesprek met regisseur Wouter Bouvijn opgetekend; ’s avonds werd in Gent voor hem en de cast en crew van “1985” de rode loper uitgerold bij de voorstelling van de eerste twee afleveringen.

Je hebt eerder “De Twaalf” en “Red Light” gedraaid, twee reeksen met vrouwen in zeer sterke rollen, en bij “1985” leg je dan weer heel andere accenten. Kun je daar iets over vertellen?

Dit is nu mijn derde reeks, maar het was ook de moeilijkste, vooral vanwege al de gevoeligheden, de tijdsgeest, de rijkswacht als een mannenwereld… Willem Wallyn had het scenario geschreven, want hij kende die tijd heel goed; hij studeerde toen rechten aan de VUB, net zoals het personage van Vicky. Zo werd het voor hem heel persoonlijk. Voor mij was de insteek die donkere tijd in de jaren tachtig, maar je hebt ook die drie jonge mensen. Waarom maakten ze de keuzes die ze maakten in die polariserende periode, toen rechts en links heel duidelijk en heel extreem waren, ook met de CCC en de Bende van Nijvel, enzovoort. Maar voor mij is de reeks in de eerste plaats een coming of age drama over drie jonge mensen die aan hun leven beginnen en heel snel worden geconfronteerd met die donkere realiteit. In het begin zitten ze in hun dorp, ze gaan ze naar het jeugdhuis en dat is allemaal heel leuk, maar van zodra ze in Brussel komen, is er een heel andere realiteit. Dan wordt het als regisseur heel boeiend om puur op die personages te spelen en je daarop te fixeren. Alles daarrond is het werk van Willem; hij zorgde ervoor dat alles klopte en juist aanvoelde. We hadden ook een ongelooflijk sterk team; ik werk nu voor de tweede keer met dezelfde cameraman en dezelfde art director die voor de decors zorgt. Dus ik ken die mensen door en door; wij moeten heel weinig communiceren. We zijn als een geoliede machine en dat was ook nodig, want met 85 draaidagen was het een heel stevige rit. Of beter 86, want tijdens de montage werd er één dag aan toegevoegd omdat ik nog enkele scènes wilde draaien, en ik ben blij dat de producers me die extra dag hebben gegeven. We hebben dus verschillende maanden gedraaid en de serie in zijn geheel is een totaalpakket van vier jaar werk nadat Willem aan het scenario was begonnen.

Wanneer zijn de opnamen gestart? Was dat tijdens Covid?

Ja, na de grote lockdown. Toen kwamen er versoepelingen en begonnen we te draaien; dat is ondertussen al ongeveer anderhalf jaar geleden. Iedereen droeg toen mondmaskers en we konden niet zoveel mensen bij elkaar brengen. In de rijkswachtkazerne bijvoorbeeld zie je daar een goed voorbeeld van; er staat een massa volk bij elkaar, maar we hadden slechts vijftien tot twintig mensen in kostuum die we altijd verplaatsten. Zo maakten we duplicaties waardoor je denkt dat er honderden mensen staan, maar dat was dus helemaal niet. Dat kon niet door Covid, en het was ook moeilijk om praktische redenen. Zoek maar eens tweehonderd rijkswachtkostuums [lacht]. Dus het was een enorme ervaring voor mij. Ik denk dat ik de twee eerste reeksen nodig had om “1985” te kunnen maken. Los van het verhaal had ik die kilometers nodig om zo’n grote set te runnen en ervoor te zorgen dat alles erop staat. En 85 dagen klinkt veel—dat is ook veel—maar het is altijd te weinig. Elke filmmaker zal altijd zeggen dat hij te weinig tijd heeft, maar een beperking zorgt ook voor creativiteit. Daar ben ik van overtuigd. Als je put bodemloos is qua productionele voorzieningen en budget, dan denk ik dat het nog moeilijker wordt om iets goed te maken omdat er geen rem op staat over wat je kan doen. Hier in Vlaanderen wordt gezegd, ‘Dit is je budget’—wat voor ons best wel groot was—maar, om je één voorbeeld te geven, je komt dan tot de vaststelling dat iedereen die in beeld komt, moet worden aangekleed, ook al is hij een figurant. Dat tikt aan hé.

Onder je acteurs heb je zowel veteranen als jongeren, en met Mona Mina Leon heb je ook een sterke nieuwkomer. Hoe stel je zo’n heterogene cast samen?

Voor de drie jongeren hebben we online een open casting call gedaan. Ik ken de aantallen niet exact, maar ik denk dat we honderden inschrijvingen hadden—mensen die een filmpje instuurden waarin ze een scène speelden—en daarvan hebben we er pakweg honderd uitgenodigd, dat waren Antwerpenaren, Gentenaren, Brusselaars,… We hebben die samengezet om met drie op elkaar te spelen, tot het duidelijk was dat Aimé Claeys de rol van Franky zou spelen—ik had met “De Twaalf” al met hem gewerkt—en dan zijn we van daaruit beginnen bouwen. Tijmen Govaerts had ook al heel wat ervaring en zette een fantastische Marc neer, terwijl Mona Mina Leon nieuw is. Je hebt haar nog niet gezien. Zij is een Brusselse en heeft Gents moeten leren; ze speelt de zus van Aimé Claeys en ze moeten allebei dus Gents klinken. Zij sprong er ook zodanig uit dat we met haar wilden werken, maar gans die casting was wel een werk van lange adem. We hebben daar ongeveer een half jaar aan gewerkt, en zij hebben jammer genoeg vier rondes moeten doorstaan om hun rol te krijgen. Tijdens de casting had ik ook de kans om heel veel te proeven en te oefenen want je weet wie welke rol gaat spelen. Maar het was wel intensief, ook dus voor hen drieën. We hebben ook een gevestigde waarde als Tom Vermeir; ik ken hem van “De Twaalf” en hij is een heel goede vriend. Hij is niet enkel een geweldig acteur, maar heeft ook een enorme aanleg voor accenten. Hij is eigenlijk van de kust, hij is een West-Vlaming; in “De Twaalf” speelde hij iemand van Dendermonde en nu hebben we van hem een echte Brusselaar gemaakt. Dus op mijn twee oren. En voor Peter Van den Begin, één van de meest geweldige acteurs die we hebben, was het tijd om hem aan de goeie kant te zetten en hem geen gangster te laten spelen. Nu speelt hij een mens van vlees en bloed, met een gezin, een dochter, een familieleven.

Tijmen Govaerts, Aimé Claeys, regisseur Wouter Bouvijn en Mona Mina Leon bij de voorstelling van “1985” tijdens het Film Fest Gent | Film Talk

Ik neem aan dat je na zo’n nauwgezet castingproces daar achteraf de vruchten van plukt?

De keuzes die een regisseur op voorhand maakt, zijn minstens even belangrijk als beslissingen tijdens de opnamen. Want al de goeie keuzes die je vooraf maakt, krijg je cadeau wanneer je op de set bent. Voor “1985” werd zó intensief gecast dat nadien op de set bijna alles logisch leek en vanzelfsprekend werd. Het werkte, het bolde. Ik geef de acteurs ook veel vrijheid, maar zie een ‘acteur’ altijd als een beeldhouwwerk: je kan er aan bijschaven, maar ik ga nooit iemand iets laten spelen dat heel ver van hem verwijderd is. Ik vertrek altijd van, ‘Wie is die acteur?’ Ook Roda Fawa, om aan de andere kant van de taalgrens te kijken; ik had hem ontdekt in “Cargo” [2017] van Gilles Coulier waarin hij een kleine rol speelde. We hebben ook Yoann Blanc… Het is een tweetalige reeks en dan heb je acteurs van de andere kant van de taalgrens die hier komen meepiepen, want ze kijken in Wallonië best wel op naar ons, naar de Vlaamse fictie. Het is leuk wanneer je zegt, ‘Ik heb “De Twaalf” gemaakt.’ ‘Ah ja, natuurlijk!’ Ze kennen dat wel allemaal. Dat zorgde voor een heel interessante wisselwerking. In “Close” van Lukas Dhont zie je ook hoe belangrijk de casting is: die film staat er dank zij die twee jongens. Zij màken die film. Natuurlijk maakt Lukas de film, door hen te vinden op de trein dan nog, enzovoort. Maar casten is het belangrijkste dat er is: zonder acteurs, geen film.

Hoe werk je op de set? Wat doe je bijvoorbeeld wanneer je ’s morgens op de set aankomt?

Met de director of photography tekenen we op voorhand alles uit op een grondplan waarvan wij denken dat het goed is—ook al is het geen absolute waarheid—maar het is wel de voorbereiding. We zetten onze acteurs dan hier, het licht komt van daar, enzovoort. We maken lichtplannen slash blocking; personage A wandelt van A naar B en van B naar C. Dat is blocking, allemaal heel technisch. Op de set leg ik dat uit aan de acteurs, ‘Jij moet naar daar en naar daar.’ Technisch dus, en ik vraag hen om nog niet te spelen, zodat ze nadien zo vers mogelijk voor de camera kunnen komen. Het komt er dan vooral op aan om te checken hoe het eruit ziet, valt het licht goed, is iedereen mee, zulke dingen. En eens we beginnen, dan trachten we om die eerste takes zo goed mogelijk te krijgen want ik geloof dat die versheid heel belangrijk is, ook voor mij als eerste toeschouwer. Als ik er meer van verwacht, dan begin ik erop te werken. Maar door niet teveel te repeteren, krijg je vaak waar je op hoopt: die sprankel en die focus wanneer de camera draait. Toen vroeger nog op pellicule werd gedraaid, was iedereen in full focus en je probeert dat met de digitale camera’s ook te bewaken omdat iedereen denkt, ‘Ja, we kunnen toch twintig takes draaien. Met die harde schijven, dat kan ni op.’ Daardoor probeer ik toch de focus te behouden zodat iedereen doet wat hij moet doen.

Al die voorbereiding is dus essentieel voor jou?

Ja, om die nadien ook te kunnen loslaten. Want als ik het niet op voorhand weet, dan weet ik het ook niet op de set. Maar als ik een voorbereiding heb en ik zie vanuit de acteurs iets anders dat beter is, dan ben ik de eerste om die voorbereiding weg te smijten en mee te gaan met mijn acteurs. Zij spelen uiteindelijk hun personages, zij hebben ook hun mening. Plus, na de casting doe ik heel intensieve lezingen. We zitten dan rond de tafel—dat is geen algemene lezing met iedereen, maar in groepjes van drie, of ik haal er nog acteurs bij. Daar ben ik dan ook een paar weken mee bezig, en de bedoeling is dat iedereen weet wat hij moet doen van zodra hij op de set komt. En bij die lezingen klopt het, want van zodra ik iemand niet geloof als hij iets zegt, dan doen we het anders. Ook belangrijk dan is de wisselwerking met de scenarist die je volledig moet vertrouwen en die niet zegt, ‘Hey, maar die zin heb je niet gezegd.’ Een scenario is een goed werkstuk, maar wat de kijker ziet, is het beeld. En daar moeten we het beste uit halen. Dat heb je na een heel goede voorbereiding.

Wouter Bouvijn op het Film Fest Gent in oktober jl. | Film Talk

Met alles wat er op de set om je heen gebeurt, ben je daar dan de rust zelve?

Ik ben daar heel rustig. Er gebeurt zoveel op een set, maar ik probeer daar geen rekening mee te houden. Mensen staan straten af te sluiten en zo, daar ben ik dus niet mee bezig. Enkel met het beeld of met de acteurs als ik niet naar het beeld kijk. Zoals ik al zei, ik ben de eerste toeschouwer, dus ik moet het goedvinden of het moet mij raken, en dat is een buikgevoel.

Is dat buikgevoel hetzelfde bij de montage? Of kan het dan ook helemaal anders zijn?

In de montage word je er soms mee geconfronteerd dat het misschien toch niet klopt. Je zit daar dan rustig op een stoel en denkt, ‘Dit was het dan?’ Ik laat de monteur altijd eerst beginnen met de nulversie, aan de hand van scriptrapporten die ‘gemaakt worden door de script continuity’ waarop bijvoorbeeld staat, ‘Take zeven was de beste,’ en met dat dossier maakt hij dus de eerste versie—de nulversie. Daar ben ik verder niet bij betrokken. Dan kom ik erbij en kijken we. Meestal is dat heel teleurstellend [lacht]. Het duurt allemaal te lang, en je denkt, ‘Hebben we dit en dat wel nodig? Moet dat er niet uit?’ Bij “De Twaalf” was ik helemaal in paniek toen ik de eerste afleveringen zag; we hebben er toen maanden aan geschaafd om dat goed te krijgen. Volgens het scenario moesten we iedereen introduceren in de eerste aflevering, maar dat bleek niet te werken. Het was teveel voor de kijker. ‘Wie is dat? Wie is wie?’ Na maanden hebben we ons gerealiseerd, ‘We doen gewoon twee juryleden per aflevering.’ Zo gingen er scènes uit aflevering één naar aflevering vier—noem maar op—dat je denkt, ‘Het kan niet.’ Maar het kan wel. Soms dragen ze dan wel andere kleren, maar op dat moment is niemand daar mee bezig. Dus ja, ze zeggen altijd dat een film of serie drie keer wordt gemaakt; na het schrijven en het filmen wordt het bij de montage nog een laatste keer geschreven, en die versie krijgt iedereen te zien. Daar haal je dan alles uit de kast om het te doen kloppen en ervoor te zorgen dat het wérkt. Willem heeft een fantastisch scenario geschreven, maar bij een reeks van acht afleveringen is het moeilijk om de spanningsboog heel de tijd vast te houden en de kijker niet te verliezen. Scenaristen gaan ook al vlug veel schrijven omdat ze veel weten en veel opzoeken, en de kunst is dan om zoveel mogelijk bij de essentie te blijven. Dat was hier niet eenvoudig omdat er ook waargebeurde feiten in het verhaal zitten.

Ik heb ooit gesproken met de Engelse regisseur Guy Hamilton en hij vertelde dat op de set zijn continuity girl voor hem altijd van groot belang was. Herken je dat?

Zeker! Als je 85 dagen draait… voor hetzelfde geld loopt op draaidag één je personage in de regen en de scène daarna komt ze binnen in de keuken, dus haar jas moet nat zijn. Maar die scène wordt misschien twee maanden later gedraaid. Mijn regie-assistent staat links van mij, en script continuity staat rechts; die mensen zijn mijn ogen en mijn oren. Ze schrijven op het scenario alles op terwijl ze naar het beeld kijken—links, rechts, onder, boven. Maar àlles hé. Soms komt de script continuity zeggen, ‘Ik vind dat niet zo goed gespeeld.’ Of ook, ‘Ben je wel zeker?’ Iedereen wordt wel eens moe, en op die vijf maanden tijd kan het gebeuren dat je een steek laten vallen. Dus die mensen moeten er zijn; ze zijn enorm belangrijk.

Wat is voor jou het belang en de sterkte van “1985”?

Ik denk dat we vertellen waar we vandaag nog altijd mee geconfronteerd worden. Het zijn zeer polariserende tijden, zeker toen. De Muur stond er nog, nu is er een oorlog in Oekraïne—en wat volgt? Wie zal het zeggen? Ik denk dat het heel belangrijk is om dit verhaal te vertellen; door wat er allemaal is gebeurd met de Bende van Nijvel gaat het ook over het falen van een democratie. Hopelijk wordt die fout niet opnieuw gemaakt, hoewel het misschien naïef is om dat te zeggen. Dat is de reden waarom we de reeks hebben gemaakt, om alles te beleven vanuit een sterk verhaal, en het niet op te vatten als een documentaire. Ik ben geboren in 1987, dus ik heb die tijden niet meegemaakt, maar ik viel van mijn stoel omdat ik dacht, ‘Hoe kon dit? Wat is er toen toch allemaal gebeurd?’ Met de reeks bieden we ook geen antwoorden; we gaan niet pretenderen om het op te lossen. We proberen wel jonge mensen duidelijk te maken wat er is gebeurd en hoe het mogelijk is dat het systeem faalde.

Kunnen we even terugkeren naar het begin, naar je kortfilm “Tweesprong” [2012] waarvoor je in Amerika in de prijzen bent gevallen? Waren er toen in Hollywood agents die aan je mouw trokken om je te vertegenwoordigen?

Ja. Ik was daar toen twee weken voor de Student Academy Awards. De Academy zelf boekte je van ’s morgens tot ’s avonds om voornamelijk met andere makers te praten. Ze wilden er een creatieve tweeweekse van maken, maar wat gebeurde er? Agents begonnen je te bellen en ’s morgens om zeven uur zat je soms al te vergaderen, of ’s nachts om elf of twaalf uur had je nog een ontmoeting in de lobby van je hotel. Ik heb daar twee weken niet geslapen. Maar er waren ook agents die zeiden, ‘Ik denk dat je best eerst in je eigen land je ding moet doen.’ In Amerika is het best wel hard, ook als je ziet wat met Adil El Arbi en Bilall Fallah is gebeurd door een film zomaar overboord te gooien [“Batgirl”]. Je moet daar sterk in je schoenen staan. Ik was zesentwintig toen ik daar was; als ze mij toen vroegen, ‘Wat wil je maken?’ Ja, dan zijn dat goeie verhalen hé, maar zo’n eerste ontmoeting mag ook niet te zweverig zijn. In Amerika moet je toekomen met een plan, denk ik. En dat had ik helemaal niet. Ik dacht toen enkel, ‘Wat gebeurt hier allemaal?’ “Tweesprong” was mijn eindwerk en plots kreeg ik een brief in de bus waarin stond dat ik naar Los Angeles mocht afreizen voor de Student Oscars. Dan ga je natuurlijk, en het was heel interessant om daarvan al eens te kunnen proeven. Mijn ambitie is intussen niet veranderd: ik wil graag goeie verhalen blijven vertellen. Of dat nu hier is of daar, of ergens tussenin, daar ben ik niet zo hard mee bezig. Het belangrijkste is dat ik mijn ding kan doen en dat ik mijn vrijheid kan behouden; dan heb je de beste resultaten. Maar ik ga zeker niets uitsluiten. Als ze iets aanbieden dat in mijn ogen een meesterwerk kan worden, dan ga ik natuurlijk die stap zetten. Ik moet er wel helemaal kunnen achterstaan, anders is het niet waard om op vier jaar tijd twintig jaar ouder te worden [lacht]. Want sinds “De Twaalf” voel ik me best wel ouder omdat ik heel de tijd bleef werken. Ik ben van het ene in het andere gerold [lacht]. Nu ga ik even een korte pauze nemen. Ik ben dus blij dat ik dat meegemaakt heb, en ik ben ook heel blij dat ik hier nu sta. Dus zeg nooit nooit.

Op 8 juni 2013 ontving Wouter Bouvijn in Beverly Hills voor zijn kortfilm “Tweesprong” de bronzen medaille tijdens de Student Academy Awards

Heb je een agent in Amerika?

In Engeland. Daar heb ik twee agents die me af en toe dingen doorsturen; dat zijn dan vooral TV-series. Maar daar heb ik nog niet de sparkle gevoeld bij het lezen. Het heeft geen zin om een half jaar op hotel te zitten en iets te maken dat niet helemaal comfortabel voelt. Dat wil ik vermijden; dan blijf ik liever hier om verder te kunnen werken op mijn manier.

Heb je ook plannen om een film te maken?

Ja. Ik was een film aan het schrijven met de producent van “De Twaalf” toen uitgerekend “De Twaalf” op mijn pad kwam. Hij zei toen, ‘Je moet dat toch eens een keer lezen. Misschien is het wel iets voor je.’ Ik heb het dan gelezen, en het was fantastisch. Zó goed geschreven. Toen was er nog het voorstel om de reeks met twee regisseurs te maken, maar ik zei, ‘Als ik het doe, doe ik het liever alleen.’ Hij zei toen, ‘Oeioei, tien afleveringen, en da’s je eerste reeks. Opletten dat je jezelf niet voorbijloopt.’ Maar helemaal in het begin, na mijn school en na “Tweesprong,” had ik al de ambitie om een speelfilm te maken die dezelfde thema’s bevatte als “Tweesprong” en ook gebaseerd was op een echt gebeurd verhaal. Dit najaar ga ik kijken als het mij nog raakt, als het mij nog iets doet. Moet ik er nog mee doorgaan? Want cinema maken is tegenwoordig niet evident. Er zijn heel veel streamers die reeksen aanbieden, maar ik hoop dat cinema toch levendig blijft en dat de mensen naar de bioscoop blijven gaan. Dan kan ik daar misschien ook ooit staan, zoals vanavond hier in Gent met “1985.” Maar ik heb geen haast. Het moet allemaal kloppen; als er twijfel is, dan doe ik het niet. Ik wil graag diepmenselijke verhalen vertellen die ook een publiek kunnen bereiken. Als je ziet wat Lukas doet, of Felix [Van Groeningen] en Michaël [R. Roskam]—dat zijn mijn nationale voorbeelden. Daar kijk ik zeker naar op, en dat hoop ik ook te kunnen doen.

Film Fest Gent,
16 oktober 2022

TV-REEKSEN

VERMIST (2016), 2 afleveringen
DE TWAALF (2019-2020), 10 afleveringen
RED LIGHT (2020), 5 afleveringen
LOCKDOWN (2021), 1 aflevering
1985 (2023) – 8 afleveringen