Anouk Fortunier: “In ‘Mijn vader is een saucisse’ vind je een heel mooi vader-dochterverhaal terug”

De Vlaamse filmzomer kan beginnen en het gebeurt in stijl, vooral nu “Mijn vader is een saucisse” bij de heropening van de bioscopen meteen zijn intrede doet. In deze warme en empathische film, naar de Franse novelle “Mon père est une saucisse” (2013) van Agnès de Lestrade, worden de hoofdrollen gespeeld door Johan Heldenbergh—zijn eerste hoofdrol in een Vlaamse film sinds “The Broken Circle Breakdown” (2012)—en Savannah Vandendriessche als zijn tienerdochter. Voor regisseuse Anouk Fortunier (geb. 1989) is het haar debuutfilm, en het is meteen een schot in de roos.

“Mijn vader is een saucisse” gaat over je dromen volgen, en de moed die daarvoor nodig is. “Veranderen is niet altijd eenvoudig,” zegt Anouk Fortunier hierover, “want je neemt afscheid van je comfortzone, afscheid van je veilige structuur.” Het gezin in de film is in slaap gedommeld en leeft op automatische piloot, en dochter Zoë voelt dat er iets niet klopt. Daarom stimuleert ze haar vader wanneer hij zijn vaste kantoorjob opgeeft om zijn jeugddroom na te streven: hij wil acteur worden. En die koerswijziging—als gevolg van een burn-out, of is het een midlifecrisis?—heeft een impact op gans het gezin.

Johan Heldenbergh en Savannah Vandendriessche als vader en dochter in “Mijn vader is een saucisse” | NyklyN

Anouk Fortuniers eerste kortfilm en autobiografisch afstudeerproject aan de Luca School of Arts was “Drôle d’oiseau (2015), over een bipolaire vader gezien door de ogen van zijn 11-jarige dochter. Ze won toen een VAF Wildcard en haalde meerdere nationale en internationale selecties. Op één van die festivals zat scenarioschrijver (ook regisseur en producer) Jean-Claude Van Rijckeghem in de jury; hij overhandigde haar toen een prijs, en zo leerden ze elkaar kennen. Enkele maanden later kreeg ze een telefoontje van producent Dries Phlypo—met Van Rijckeghem het creatieve brein achter de Gentse productiemaatschappij A Private View—en ze werd gevraagd om Van Rijckeghems scenario van “Mijn vader is een saucisse” eens te lezen. Meer was er niet nodig, de steen ging al snel aan het rollen. En nu, pakweg vier jaar later, is de film er. Iets later in de bioscopen om redenen die we intussen allen kennen, maar net als goede wijn heeft de film kunnen rijpen. Wat we nu te zien krijgen, is een streling voor het oog.

Men zou de film kunnen omschrijven als een feel-good movie, wat op zich wel een mooi en aanvaardbaar label is, maar dan steekt men hem in een iets té strak keurslijf. Want “Mijn vader is een saucisse” is veel meer; hij is ook—of vooral ook—een zeer verdienstelijke en perfect gestructureerde acteursfilm die de kijker meeneemt naar de intrigerende leefwereld van de familie Schutijzer, met vader Paul (Johan Heldenbergh) en dochter Zoë (Savannah Vandendriessche) als centrale spilfiguren. De andere gezinsleden in deze sterke rolbezetting zijn moeder Véronique (Hilde De Baerdemaeker) als een ambitieuze carrièrevrouw, en kinderen Fien (Jade De Ridder) en Kas (Ferre Vuye).

“Mijn vader is een saucisse” (2021, trailer)

De essentie en de achtergrond van deze innemende familiefilm worden door Anouk Fortunier in de press kit als volgt verwoord: “Na zelf te zijn grootgebracht door non-conformistische, prettig gestoorde ouders, is het wellicht geen toeval dat ik aangetrokken word door personages die afwijken van de norm. Hoewel ik, net zoals dochter Fien in het verhaal, zo vaak heb gewenst dat mijn ouders ‘eindelijk eens normaal moesten gaan doen,’ heb ik ook geleerd dat er veel schoonheid ligt in het kleuren buiten de lijntjes. Maar het is geen gemakkelijke weg: je moet tegen kritiek kunnen, bereid zijn om te vallen en dan weer op te staan.”

“Voor mij toont “Mijn vader is een saucisse” die twee kanten: enerzijds begrijp je de vader die ontwaakt uit een lange slaap en zich plots creatief wil uitleven. Maar anderzijds begrijp je ook de moeder, die bang is dat alles waar ze zo hard aan gewerkt heeft, plots kapot zou gaan aan één of andere egoïstische droom. En dan heb je Zoë, een beetje ‘trapped in the middle,’ die zich net als haar broer en zus niet helemaal goed voelt in haar vel. Ze houdt van haar vader en gelooft in hem, waardoor hij de moed vindt om door te zetten. Maar dat niet alleen: ze zorgt er uiteindelijk voor dat haar hele familie van hun vaag, onbehaaglijk maar evenwichtig status quo evolueert naar een warm nest, waar er opnieuw geluisterd wordt naar elkaar en ieder elkaars prettig gestoord kantje accepteert.”

“Ik las in het scenario van “Mijn vader is een saucisse” dat er geen handleiding bestaat om een ‘juist’ leven te leiden. Als er genoeg liefde is, dan kan alles met een beetje geluk op zijn plaats vallen. Kinderen in de zaal, maar ook vaders en moeders moeten zich kunnen identificeren met de personages terwijl ze ook hun schaduwkant aanvaarden. De personages van dit verhaal zijn échte mensen en ik wilde hen zo echt mogelijk neerzetten door een subtiele toon te vinden in de acteursregie. Die toon wilde ik graag doortrekken in mijn beeldregie, art direction en styling. De beelden mochten best een warme, liefdevolle uitstraling hebben, maar we bleven in de realiteit. We draaiden veel in het huis van de familie Schutijzer, en hier gebruikte ik strakke kaders om de routine van het gezin te benadrukken.”

Savannah Vandendriessche, Johan Heldenbergh en Anouk Fortunier op de set van “Mijn vader is een saucisse” | Kris Dewitte

“In Zoë’s kamer, waar het hoofdpersonage zich veilig voelt en zich creatief kan uitleven, is de cameravoering wat losser en ook in art direction gaf ik daar wat meer ruimte voor ‘kronkels.’ Ik zocht naar een contrast tussen het rechtlijnige—de bank waar de vader werkt, het kantoor van mama, de strakke familiediners als opa op bezoek is—en het ‘kronkelachtige’ in Zoë’s kamer, de ateliers waar Paul en Zoë aan deelnemen, het chaotische van de stad wanneer ze naar de opnamestudio vertrekken. De toon van de film moest dicht bij de werkelijkheid liggen. Het moest er smaakvol en warm uitzien en iedereen moest zin hebben om zich in de film te nestelen, zowel jong als oud.”

“Voor het collagegedeelte in de film werkte ik samen met Pascale Pettersson. Zij bezit een unieke animatiestijl die zweeft tussen naïviteit en rauwheid en die voor mij perfect de gevoelswereld en verbeelding van Zoë illustreert. Er mocht, zoals bij de rest van haar familie, best ‘een hoek af zijn’ in de collages. Ik wilde niet overdadig veel muziek gebruiken om de emoties van het verhaal niet te overstemmen. Ik hou van muziek die op een fijnzinnige manier rauwe emotie in klanken omzet, en danst op de grens tussen puur kinderlijk plezier en maturiteit. Het was een eer om voor deze film met Harry De Wit te werken. Hij is vooral bekend voor zijn experimentele werk en is de vaste componist van theatermaker Ivo Van Hove. Ik wilde met de stijl, de muziek en de acteurs het verhaal op een eigenzinnige manier vertellen die ervoor kon zorgen dat de film een nog groter publiek aanspreekt dan de kinderen en jonge ouders waar hij in eerste instantie over gaat. Mijn doel met deze film was een verhaal te vertellen dat een divers publiek raakt en bijblijft. Kinderen hebben het recht om ernstig te worden genomen en zijn heel scherp en ontvankelijk op het vlak van humor, intelligentie en schoonheid. Aangezien zij onze toekomstige filmliefhebbers worden, voelde ik een grote verantwoordelijkheid om dit mooie verhaal de uitwerking te geven die het verdiende.”

Een allesomvattend statement dat de film ten volle ondersteunt, en voor de Vlaamse film is het zonder meer een verrijking dat ze de uitdaging heeft aangegaan door het scenario van Jean-Claude Van Rijckegem op zulk een frisse en verfrissende manier tot leven te brengen—licht verteerbaar maar tezelfdertijd met een vaak subtiele gelaagdheid die Fortuniers creatief denkproces de nodige ruimte en impulsen geeft om de film tot een hoog niveau op te tillen. Dit is zeker niet het laatste dat we van haar hebben gezien, integendeel; ze weet immers perfect hoe je een verhaal op een aanstekelijke en stijlvolle manier moet vertellen.

“Mijn vader is een saucisse” loopt in de Belgische zalen vanaf 23 juni. De film is een Belgisch-Nederlands-Duitse co-productie en wordt verdeeld door Paradiso Filmed Entertainment. Studio Hamburg staat in voor de international sales.

In onderstaand Zoom gesprek met Anouk Fortunier vertelt ze o.m. over het scenario, de casting en haar werk op de set van de film.

Wat was je indruk toen je het scenario voor de eerste keer las?

Je hebt hier te maken met personages van vlees en bloed; aan de oppervlakte lijkt het een perfect gezin, ze hebben alles voor elkaar. Ze hebben kinderen, een mooi huis, een goede job, maar binnenin wringt het toch. Zoë is de jongste van het gezin en heeft dat door. Ze ziet hoe haar vader en moeder eigenlijk zijn vast komen te staan in een leven waar ze meer ‘geleefd’ worden dan écht te leven, en ze wilt hier verandering in brengen. Het leek me boeiend om zo’n verhaal te kunnen vertellen. Je vindt er een heel mooi vader-dochterverhaal in terug.

Jean-Claude Van Rijckeghem | Kris Dewitte

Heb je in het scenario ook je eigen accenten kunnen leggen, desnoods in overleg met Jean-Claude Van Rijckegem?

Heel zeker. Ik heb het scenario drie jaar geleden voor het eerst gelezen. Het was een mooi scenario, maar met sommige dingen was ik het niet eens. Jean-Claude en ik hadden er interessante gesprekken over; we zijn van een verschillende generatie, we denken anders over bepaalde dingen, en het lijkt me ook normaal dat je als scenarist en regisseur op die manier samenwerkt. Zo werden er dus een aantal dingen aangepast, zoals het idee om met stopmotion-animaties te werken, waardoor de fantasie van het personage van Zoë zichtbaar werd. In de eerste versie van het scenario was de rol van de moeder ook iets beperkter, want daar werd vooral de vader belicht. Maar de moeder was ook heel belangrijk, aangezien de evolutie van haar personage ervoor zorgt dat dit gezin weer samenkomt en ze deze verandering juist leren omarmen. De innerlijke wereld van Zoë kreeg ook meer ruimte in de herwerkingen van het script. Jean-Claude en ik hadden heel interessante gesprekken; het was brainstormen en ideeën uitwisselen. Ik woonde toen aan de zee en het leidde tot lange wandelingen op de dijk terwijl we praatten over de personages. Dat was best leerzaam voor mij.

Was je ook betrokken bij de casting?

Ja. Johan was mijn eerste keuze, zij het dan in samenspraak met de productie. Toen ik het scenario las, zag ik in gedachten dat hij zeer goed paste in die rol. Het personage van Paul moest een zekere gevoeligheid hebben die ik in hem kon terugvinden. Als vaderfiguur mocht hij niet overkomen als een flauwe of mislukte acteur omdat hij een worstenpak droeg, en dat begreep Johan ook heel goed. Hij maakte van zijn personage een vader die zoekende is, die ietwat onhandig is in zijn grote dromen, maar anderzijds ook kampt met een zeker schuldgevoel. Hij weet dat hij als vader ook een verantwoordelijkheid heeft naar zijn gezin toe en het was prachtig om te zien hoe Johan zijn personage door en door wou begrijpen. We hebben toen veel audities met de kinderen gedaan, en voor de rol van Zoë was er een vrij heftige scène om te zien wat het bereik was van deze jonge actrices. Zo zijn we bij Savannah Vandendriessche uitgekomen, een meisje dat een zekere dromerigheid over haar had, en anderzijds een mooie complexiteit uitstraalde. Tijdens de auditie kon je zien hoe Johan en Savannah een soort van geheime wereld deelden, en ik voelde meteen dat dit een authentieke dochter- en vaderband kon worden. En dan ga je combineren, hé, want je moet een gezin vormen. De eerste castings die we deden, waren alleen; daarna moesten we dus mensen bij elkaar zetten—een gezinnetje vormen—en zien wie bij wie past en hoe ze op elkaar reageren. Bij Hilde De Baerdemaker was er direct die chemie met Johan, het klopte gewoon.

Hilde De Baerdemaeker, Johan Heldenbergh en cameraman Melle van Essen | Kris Dewitte

Het zijn beiden zeer productieve acteurs met een druk werkschema, neem ik aan. Was het gemakkelijk om alle agenda’s op elkaar af te stemmen?

De castings gebeurden lang vooraf. Pas een jaar daarna of zo gingen we draaien. We hadden veel gesprekken over de intenties van de personages, en met Johan en Hilde apart hadden we ook lange gesprekken over hun personages in bepaalde scènes en situaties—hoe zouden ze reageren wanneer ze niet werden begrepen bijvoorbeeld, of waarom waren ze de personen geworden die ze nu zijn. Soms was het zoeken, maar je probeert altijd zo diep mogelijk te graven. Het is belangrijk dat acteurs hun emoties kunnen uiten, daarom bleef ik hen vragen stellen; als regisseur en acteur moet je je personages immers door en door kennen. Het is interessant om naar de eigen persoonlijkheid van de verschillende acteurs te kijken en veel vragen te stellen, zo kunnen acteurs emoties putten uit gebeurtenissen die ze zelf hebben meegemaakt. Dat voel je ook in hun spel.

De opnamen vonden plaats in augustus 2019. Kon de film nog afgewerkt worden vóór corona?

Neen, dat niet. We hebben zeker heel wat tijd verloren door corona. De planning veranderde compleet; sommige dingen werden uitgesteld of gebeurden vanop afstand. De color grading bijvoorbeeld gebeurde in Duitsland, en de grader was live aan het werk terwijl ik hier op het scherm alles kon meevolgen wat hij deed. De kleurcorrecties gebeurden dus vanop afstand.

Je had eerder al aan “Cargo” [2017] gewerkt als child coach. Nu werk je opnieuw met kinderen en jongeren. Dat is allicht helemaal anders dan werken met ervaren en volwassen acteurs?

Ik heb in het kader van JEF eerder ook al kinderworkshops gedaan. Soms sta ik dichter bij kinderen dan bij volwassenen, denk ik, want ik houd van hun open blik naar de wereld toe. Ze zijn nog niet te geconditioneerd en denken nog niet teveel in vakjes. Het regisseren van kinderen gaat soms gemakkelijker dan bij volwassenen, omdat kinderen niet altijd beseffen wat ze fout kunnen doen en ze zijn zich niet bewust van hoe ze overkomen. Het is dan ook jammer als je soms kinderen ziet op castings die deze naturel zijn kwijtgeraakt, en té hard hun best gaan doen om juist te acteren. Volgens mij krijg je de mooiste resultaten als acteurs, zowel kinderen als volwassen, écht in het moment proberen te zijn en de scène—en dus het moment—volop proberen te beleven.

De animatie die je tussendoor gebruikt om de leef- en denkwereld van Zoë te illustreren, is heel mooi gebracht. Spitsvondig ook, hoe alles feilloos in elkaar overvloeit.

Dat is altijd een risico als regisseur, want je denkt dan, ‘Gaat dat wel samen blenden?’ Maar ik ben heel blij dat het uiteindelijk is gelukt. Dat was het werk van animatrice Pascale Pettersson. We hadden lange gesprekken over de toon, stijl en inhoud van de tekeningen van Zoë. Pascale is zo’n beetje een hoofd vol spitsvondige en creatieve ideeën, en haar vriend Bart is eerder technisch aangelegd. Hij en zijn team vertaalden dan het brouwsel van onze brainstorms naar de stopmotion sequenties uit de film. Dat waren heel toffe ontmoetingen; ze waren aan het verbouwen, op de muur maakte Pascale dan tekeningen en zei ze, ‘Ja, dat moet er zo uitzien. Wat vind je van deze kameleon?’ Voor het personage van Zoë was de animatie interessant om te tonen wat ze niet kon uiten met woorden, maar wel met tekeningen.

Regieassistente Sofie Tusschans, Anouk Fortunier en Johan Heldenbergh | Kris Dewitte

Herinner je je nog de eerste draaidag?

Ik herinner me die dag alsof het gisteren was. Eerder had ik al een studentenproject gedaan, maar ik had nog nooit gewerkt op een professionele set met dertig man. Ik heb de nacht voordien amper geslapen, want je vraagt je voortdurend af wat het gaat worden. En je stelt jezelf ook de verkeerde vragen, denk ik, want je bent bezig met, ‘Hoe ga ik overkomen? Ga ik niet door de mand vallen? Wie ben ik als beginnend groentje om Johan Heldenbergh te zeggen wat hij moet doen?’ Dat was heel spannend. En dan kom je op de set; dertig man loopt daar supergefocust rond, ze sleuren met tafels, kostuums en lampen, en je weet dat het jouw set is, hé. Ik heb toen koud water over mijn gezicht gedaan en gedacht, ‘Okee, we gaan dit gewoon doén.’ En ik heb daar heel toffe vrienden gemaakt. De crew wist dat dit mijn eerste langspeelfilm was; die mensen hadden allemaal zoveel jaren ervaring, en ik voelde me daarin ook enorm gesteund. Ze lieten me doen wat een regisseur moet doen. Ik had een ervaren cameraman [Melle van Essen] en mijn eerste regieassistente [Sofie Tusschans] had eerder al gewerkt met Felix Van Groeningen en Michaël R. Roskam, dat was enorm leerrijk. Ze creëerden voor mij als regisseur een plek van veiligheid, waar de communicatie goed stroomde en we echt in een flow geraakten. Soms kon ik gewoon zeggen, ‘Ik weet het niet,’ zodat we samen zochten hoe we het dan wel konden doen. In die zin was het een pràchtige ervaring. Ik heb zoveel geleerd op die drieëndertig dagen tijd. Zo’n draaiperiode heeft iets enorm moois; het kan dan wel vermoeiend zijn, maar de volgende dag ben je weer klaar om ten strijde te trekken. En als regisseur kan je niets doen zonder al die mensen om je heen: iedereen heeft mekaar nodig om die film zo goed mogelijk te maken, om tot een mooi resultaat te komen. Dit is een beroep waar ik enorm veel van hou.

Zoom call
14 juni 2021

MIJN VADER IS EEN SAUCISSE (2021) DIR Anouk Fortunier PROD Dries Phlypo SCR Jean-Claude Van Rijckeghem (novelle “Mon père est une saucisse” [2013] van Agnès de Lestrade) CAM Melle van Essen ED Gert Van Berckelaer, Joppe Van den Brande MUS Harry De Wit CAST Johan Heldenbergh (Paul Schutijzer), Savannah Vandendriessche (Zoë Schutijzer), Hilde De Baerdemaeker (Véronique De Soete), Jade De Ridder (Fien Schutijzer), Ferre Vuye (Kas Schutijzer), Camilia Blereau (Oma De Soete), Serge-Henri Valcke (Opa De Soete), Chokri Ben Chikha (Mohammed), Frank Focketyn (Marx)