Ann Rutherford: “Ik prijs me heel gelukkig, want mijn gouden jaren waren platina jaren”

Doet de naam Ann Rutherford geen belletje meer rinkelen? Niet verwonderlijk. De MGM-actrice van weleer, o.m. bekend vanwege haar personage van Polly Benedict in de destijds populaire “Andy Hardy”-serie (1937-42), en mogelijk door filmbuffs nog herinnerd als Carreen O’Hara, Scarlett’s jongere zus, in “Gone With the Wind” (1939), was immers al een eeuwigheid op pensioen nadat ze in 1950 zo goed als een punt zette achter haar filmcarrière.

Ze kende nooit de naam en faam van Bette Davis of de zussen Olivia de Havilland en Joan Fontaine. Ann Rutherford hoorde eerder thuis in de categorie van actrices als Mary Astor, Joan Leslie, Ann Sheridan, Gloria Grahame, Marsha Hunt, Signe Hasso en Audrey Totter die schitterden in bijrollen, en bijwijlen ook de kans kregen om zich te laten opmerken in hoofdrollen. Daardoor had hun naam vaak niet dezelfde weerklank als de topsterren van weleer. Maar toch… het neemt niet weg dat ook Ann Rutherford haar eigen status zowel binnen als buiten de studiomuren wist te verzilveren, en waarvan ze tijdens haar lange leven—ze werd 94 toen ze in 2012 overleed—met volle teugen kon genieten.

Enkele covers van populaire fanbladen uit de periode 1940-1942 met Ann Rutherford op de cover

Geboren in 1917 in het Canadese Vancouver, woonde ze toen al meer dan een halve eeuw in haar riante woning gelegen aan 826 Greenway Drive in Beverly Hills, en als een éminence grise was ze in haar inner circle in Hollywood nog wel even populair als in de jaren dertig en veertig, toen ze jarenlang op het witte doek schitterde. Maar films maakte ze niet meer, dat was verleden tijd—dat was ook de reden waarom ze niet inging op James Camerons verzoek om de rol van Rose te spelen in “Titanic” (1997)—maar ze bleef wel een veelgevraagde actrice die tal van filmfestivals bijwoonde om er te praten over haar dagen bij Republic toen ze als tiener in de jaren 30 van vorige eeuw de tegenspeelster was van acteurs als John Wayne en Gene Autry, totdat ze nadien bij MGM onderdak vond. Daar groeide ze uit van een contract player tot een feature player.

Ann Rutherford in 2003. Foto: © Leo/FilmTalk

Na al die jaren was ze nog steeds verbaasd dat ze werd herinnerd en gewaardeerd door filmfans overal in de VS. Ze kreeg voortdurend post met de vraag om gehandtekende foto’s op te sturen. En om aan al die verzoeken te voldoen, had ze de dossiers die haar moeder voor haar had samengesteld terug bovengehaald, en ging ze op zoek naar oude negatieven om een gevarieerde reeks portretten te laten bijmaken om te verzenden. Het is haast overbodig om te stellen dat Ann Rutherford enkel maar goede herinneringen had aan haar carrière die duurde van pakweg 1935 tot 1950.

Dus op de koffie bij haar thuis, met zicht op de tuin, cassetterecorder bij de hand—zo ging dat nog in 2003—en een ontspannen Ann Rutherford, toen op de gezegende leeftijd van 85, die in alle rust haar eigen filmhistoriek uit de doeken deed. Dat zijn gebeurtenissen die je nooit vergeet.

Ofschoon je nu al lang op rust bent, kijk je nog steeds met veel lof en respect terug op de studiobazen, de studio’s, je co-stars, en iedereen die je dromen heeft waargemaakt, klopt dat?

Absoluut. Weet je, films waren toen zo’n Godsgeschenk voor het publiek, als je bedenkt dat de Golden Era of Hollywood plaatsvond tijdens die verschrikkelijke wereldwijde Depressie. Ik was zo geschokt toen ik las dat het jaarinkomen van de gemiddelde Amerikaan in 1930 ongeveer 750 dollar bedroeg. En toch konden de mensen daarvan 15 cent spenderen om die riant versierde bioscopen binnen te wandelen, er lag zelfs een rode loper, en ze namen plaats in een comfortabele zetel om de eerstvolgende twee uur te ontsnappen in het never neverland van Ginger Rogers en Fred Astaire met al die witte muren en prachtig meubilair. Of toen Judy Garland in het land van Oz was, dan waanden de mensen zich daar ook. Voor die 15 cent kregen ze de kans om even te ontglippen uit hun deprimerend leven na de beurscrash van 1929 toen ze letterlijk op de hoek van de straat appels stonden te verkopen. Ik prees me zo gelukkig dat ik hier in films aan de slag kon en mijn voet in de deur kreeg, hoewel, ik strompelde er gewoon in [lacht]. Ik had ook het geluk dat films uiteindelijk veel langer konden ‘overleven.’ Toen wij films maakten, had niemand ooit durven dromen dat ze jaren later nog steeds zouden bekeken worden. Niemand ging toen immers kijken naar een film van drie of vier jaar oud, ze werden zelfs nergens meer vertoond. Je ging alleen naar de nieuwste films, en na hun release verdwenen ze en werden in een ondergrondse mijn gestockeerd, ergens in Kansas, zodat ze geen vuur konden vatten. En toen kwamen televisie en Ted Turner, een man met een visie die de negatieven van de complete MGM library opkocht. Wie kon vermoeden dat al die films zouden worden opgepoetst om ze opnieuw te vertonen? Zoveel generaties later kreeg iedereen die het wilde de kans om Greta Garbo te leren kennen, ze kregen Joan Crawford te zien in “Our Dancing Daughters” [1928], dat soort dingen.

Ted Turner geflankeerd door vijf voormalige MGM-actrices toen hij in april 2004 zijn ster kreeg op de Hollywood Walk of Fame. V.l.n.r. Ann Rutherford, Cora Sue Collins (geb. 1927), Ted Turner, Betty Garrett (1919-2011), Margaret O’Brien (geb. 1937) en Esther Williams (1921-2013). Foto: © Leo/Film Talk

Je acteerde al op zeer jonge leeftijd in films, je was amper zeventien toen je in 1934 begon. Hoe is dat precies gebeurd?

Het begon allemaal met een leugen [lacht]. Toen ik in high school zat, gingen mijn vriendin en ik steeds op rolschaatsen langs Wilshire Boulevard naar huis, en we passeerden twee radiostations, KABC en KFAC, beide in hetzelfde gebouw. Op een dag vroegen we ons af of je daar misschien naar een uitzending kon kijken, gewoon om te zien hoe het er in zijn werk ging. Dus we deden onze rolschaatsen uit, gingen met de lift naar boven, stapten uit op de juiste verdieping en ontdekten dat ze inderdaad een kleine kamer hadden met een bank, een paar stoelen en een groot raam. We gingen daar zitten en al snel kwamen de geluidsman en de acteurs. Vanaf dat moment gingen we er regelmatig langs en keken we naar eender welk programma. Ik heb toen een keer aan de receptioniste gevraagd of ik er kon solliciteren. ‘Wat?!’ Ik zei, ‘Ik ben actrice.’ Ik was helemaal geen actrice, maar elke zaterdag gingen mijn moeder, mijn zus en ik naar een theatergezelschap in het centrum van de stad [Los Angeles] en we vonden dat geweldig. Mijn zus en ik bewaarden de programmaboekjes, we bespraken de shows in de tram, op de terugweg naar huis, en ik herinnerde me de namen van die shows. Dus de receptioniste zei, ‘Een ogenblik, ik zal de casting director halen.’ En deze man, pas 22 of 23, vroeg me, ‘Wat heb je zoal gedaan?’ ‘Ik acteer al heel mijn leven lang,’ zei ik, en ik noemde al die stukken op van het gezelschap. I lied like a rug [lacht]. En hij moest erg jong zijn, en ook niet bijster slim, want ik noemde ook stukken waarin zelfs geen jongeren meespeelden. Ongeveer een maand later, toen ik thuiskwam van school, wachtte mijn moeder op me, haar armen over elkaar, en ze vroeg me, ‘Heeft één van jullie meisjes zich aangemeld bij KFAC?’ Ik zei, ‘Nee, waarom?’ Ze zei, ‘Oef, nu ben ik opgelucht, ik was bang dat je in problemen was geraakt, want ze willen dat je er meteen naartoe gaat.’ Dus ik deed mijn rolschaatsen weer aan en keerde meteen terug.

Daar kreeg je je eerste baan?

Ja, het was een radioserie, “Nancy and Dick in the Spirit of 76.” De jongen die Dick speelde, werd later een heel goede regisseur, zijn naam was Richard Quine. Twee jaar lang speelden we elke zaterdag Nancy en Dick, en ondertussen kon ik dus gewoon naar school blijven gaan. Een gepensioneerde agent, John Lancaster, had mijn foto in de krant gezien en dacht dat ik leek op Anne Darling, een actrice die moest worden vervangen voor “Waterfront Lady” [1935]—geproduceerd door Nat Levine, een persoonlijke vriend van John Lancaster. Nu zij niet langer beschikbaar was, belde hij naar het radiostation om te vragen of ik haar kon vervangen. Natuurlijk was ik op mijn hoede, ik had gehoord over vieze oude mannen die je zouden bellen en je een rol in een film aanbieden [lacht], dus ik zei hem, ‘Het spijt me vreselijk, ze bellen me nu, ik moeten gaan.’ Dus ik hing gewoon op. Hij dacht dat Rutherford mijn echte naam was, niemand in de filmwereld had die naam, hij was te lang. Uiteindelijk nam hij het telefoonboek en belde drie of vier Rutherfords tot hij met mijn moeder sprak. Tegen dat ik thuiskwam van het radiostation, zat hij in onze woonkamer te praten met mijn moeder. Ze zei tegen me, ‘Honey, als je het ziet zitten, komt Mijnheer Lancaster ons morgenvroeg om 8.30 u. ophalen om ons naar de set van “Waterfront Lady” te brengen.’ Vanwege kinderarbeidwetten moest ik doen alsof ik 18 was en Mascott [vanaf 1935 Republic genaamd] bood me meteen een contract aan. In de eerste tien maanden dat ik er werkte, heb ik veertien films gemaakt, plus een serie van twaalf afleveringen, waarbij ik eindeloos werkte totdat mijn moeder me op klaarlichte dag eens goed bekeek en zei, ‘Oh nee!’ Ze trok naar de rechtbank, verbrak het contract en zei dat ik had gelogen over mijn leeftijd. Dus de volgende drie maanden haalde ik mijn slaap in, maar had nog steeds mijn agent die me een rol bezorgde in een film met Richard Dix [“The Devil Is Driving,” 1937] en een paar kortfilms bij MGM. Eén van werd opgenomen op Forest Lawn, de begraafplaats van the rich and famous.

Was het gemakkelijk om bij MGM aan de slag te gaan?

Ik had geen reden tot klagen. En bovendien, mijn wedde werd al vlug opgetrokken tot 350 dollar per week, een fortuin in die dagen [1937], zodat ik genoeg geld opzij kon leggen om een huis te kopen voor mijn moeder en grootmoeder. Maar toen bij MGM het gerucht de ronde deed dat ik wekelijks 350 dollar kreeg, kwamen een aantal van de andere actrices naar me toe. Zij hadden misschien hun eerste bontjas gekocht, of een eerste afbetaling voor hun tweedehands auto, maar ze hadden geen agent, en net daarom kreeg ik zoveel meer. Ze begrepen dus niet dat ik meteen aan 350 zat, terwijl zij moesten wachten op hun verhogingen, van 50 naar 75, dan naar 100, nadien 150, enz. Op een dag—we waren toen de vierde “Andy Hardy”-film aan het draaien [de reeks begon in 1937 met “A Family Affair” en Rutherford kwam er een jaar later bij in de tweede film, “You’re Only Young Once”]—kreeg ik een telefoontje van Ida Koverman, de rechterhand van Mr. Mayer met de vraag of ik naar zijn bureau kon komen. Mr. Mayer zei toen, ‘We hebben grote plannen voor jou, Ann, je toekomst ziet er hier heel rooskleurig uit, mààr…’ En toen zei ik onverwachts het magische woord, mother. Ik zei hem, ‘Mr. Mayer, indien ik hier niet meer kan blijven, dan zal ik naar een andere studio moeten gaan, want ik ben aan het sparen voor een huis dat ik voor mijn moeder wil kopen.’ Hij stond meteen op, kreeg tranen in de ogen, stapte naar me toe en gaf me een knuffel zoals een grootvader dat doet. ‘Honey, don’t you worry about anything, you just go ahead and buy your house.’ En dat heb ik dus ook gedaan. Nadien kreeg ik steeds elke verhoging, naar 500 en nadien naar 750 dollar per week. Als je Louis B. Mayer vroeg hoe laat het was, barstte hij al bijna uit in tranen. Ik heb nooit iemand gekend die zo gevoelig was als hij.

Publiciteitsfoto met Ann Rutherford en Mickey Rooney voor de “Andy Hardy”-films. Foto: Marvin Paige Motion Picture and Television Archive

De “Andy Hardy”-reeks begon met “A Family Affair” [1937] en eindigde met “Love Finds Andy Hardy” [1947], ofschoon veel later ook nog “Andy Hardy Comes Home” [1958] volgde. Jij speelde mee in twaalf van de veertien films. Hoe belangrijk waren ze voor jouw carrière?

Heel belangrijk. De Hardy’s stelden het ideale gezin voor, làng voordat iedereen dacht dat echtscheiding een oplossing was voor alle problemen. Mensen hadden een heel andere kijk op de wereld en ze waren veel geduldiger. Ik groeide op met mijn grootmoeder en van haar wijsheid heb ik veel geleerd. Haar commentaar op anderen was bijwijlen zeer amusant, zoals, Well, he’s just as handy as a pocket in a shirt, of he just thinks he’s so many. En toen waren er nog geen babysitters: wij hadden een grootmoeder. Het is precies dié zekerheid die je in de “Andy Hardy”-films kon terugvinden. We keerden altijd terug naar huis, naar moeder. En bij problemen… she’d kiss and make it better and fix the booboo. Het is dus een heel andere wereld. Op de studioterreinen van MGM had je het stadje Carvel, een verwijzing naar een typisch Amerikaans stadje, de thuisbasis van de Hardys en bij iedere nieuwe film uit de reeks won het aan belang. De complete filmset omvatte een bank, school, kerk, radiostation, krantenuitgeverij, winkels en een hoofdstraat om het verkeer op te vangen en het een meer grootstedelijke uitstraling te geven. De Hardy-residentie, oorspronkelijk gebouwd als onderdeel van de set voor “Ah, Wilderness!” [1935, geregisseerd door Clarence Brown, met in de hoofdrollen Wallace Beery en Lionel Barrymore], was opmerkelijk goed bewaard gebleven; daarvoor hadden ze rivieren aangelegd, treinstations gebouwd, herenhuizen van papier-maché, valse gevels, trappen die nergens heen leidden, deuren die niet opengingen, en de straten van New York begonnen in Parijs en eindigden in Chicago. In die dagen leerde het publiek over liefde en huwelijk, of succes en mislukking door in een donkere bioscoop het doen en laten van al die personages te volgen, waarom ze het deden, en hoe ze het deden. Samuel Goldwyn zei ooit, If you want to send a message, send it by Western Union. Dus werden plaatsen als Carvel, Atlanta of Casablanca heel vanzelfsprekend. Als je dat in het achterhoofd houdt, is het vrij gemakkelijk te begrijpen waarom de serie zo succesvol was.

De hoofdstraat van Carvel, waar de films van Andy Hardy werden opgenomen, zoals het eruit zag in 1978. De back lots van de studio werden toen al jaren niet meer gebruikt. Bijgevolg verkocht MGM zijn back lots en nu staan er woningen. Foto: © Leo/Film Talk

Mickey Rooney [1920-2014], die het centrale personage van Andy Hardy speelde, was Amerika’s grootste box office ster in 1939, 1940 en 1941. Hoe kijk je terug op jullie samenwerking?

Mickey Rooney was de drijvende kracht achter de serie en he was the best. Hij speelde een dwerg toen hij drie was, hij droeg toen een mannenpakje en had een sigaar in zijn handen. Hij had drie verschillende namen toen hij opgroeide: zijn echte naam was Joe Yule Jr., hij werd toen Mickey McGuire en uiteindelijk gaven ze hem de Ierse naam Mickey Rooney. De “Andy Hardy”-films maakten van hem een ​​ster. En om hem aan het werk te zien… Op zijn 15de zwaaide hij naar de regisseur en zei, ‘Print it,’ nadat een scène was opgenomen. Soms stapte hij naar een regisseur, trok even aan zijn mouw, en zei, ‘Oom George, ik heb een idee.’ De regisseur, George B. Seitz, was dan verstandig genoeg om te weten dat de raad van Mickey heel waardevol was. Hij riep ons dan allemaal terug en zei, ‘Laat ons het nog een keer proberen op Mickey’s manier.’ Dat was meestal de opname die in de film terechtkwam. Mickey wàs gewoon zo: hij was geboren met zoveel talenten dat hij nooit precies wist welke hij de rest van zijn leven best zou gebruiken. Hij was zo’n geweldige acteur, maar ik denk dat hij een betere regisseur kon zijn. Wanneer hij niet op de set was, deed hij screentests voor jonge acteurs, dat was gewoon om hem bezig te houden, en ze kregen altijd de rol. Kun je je voorstellen, hij was 15 of 16 en regisseerde acteurs in een scène. Instinctief had hij altijd gelijk. Na ongeveer onze vierde film, toen we het zo goed deden aan de kassa—die films hebben voor MGM zoveel geld opgebracht, we wisten daar zelfs niets van, we hebben onze fanmail nooit gelezen, die ging allemaal naar de tweede verdieping waar hij werd afgehandeld door secretaresses—ik realiseerde me toen op een dag dat Mickey niet meer met ons lunchte, met George Breakstone, Cecilia Parker en de anderen—we hadden in het restaurant altijd één tafel voor ons allen. Dus ik zei tegen hem, Oh, you must think you’re so many—many whatever [lacht]—you don’t even have lunch with us anymore.’ Maar hij zei, ‘Ik kan niet, ik ben een stuk aan het componeren voor een orkest.’ Telkens wanneer er een orkest op de set stond en de crew nam een korte break, dan ging Mickey van stoel naar stoel en hij bespeelde elk instrument instinctief. Dus toen hij “Young Tom Edison” [1940] filmde, was hij op een dag thuis bij Henry Ford die een groot diner gaf en Mickey ging naar de piano, zette zich neer en speelde iets ernstigs. Henry Ford kwam naar hem toe en vroeg, ‘Hoe heet dat?’ En Mickey zei, ‘Oh, het heeft nog geen naam.’ ‘Heb jij dat geschreven?’ ‘Ja. Ik heb niet echt muziek gestudeerd, maar ik kan muziek spelen.’ En Ford zei, ‘Weet je, als je een four-piece orchestral suite wil schrijven, dan zal ik die laten uitvoeren op onze ‘Ford Symphony Hour’ [een radioserie van concertmuziek van 1934 tot 1940]. Dus dat is wat Mickey deed. Zijn instincten waren zo geniaal en oprecht, maar hij had geen acteur moeten blijven: hij kon alles doen. Je moest hem maar een ​​accent geven, zoals in “Breakfast at Tiffany’s” [1961, met Audrey Hepburn in de hoofdrol] toen hij de Japanse bovenbuur speelde, kijk eens hoe geweldig hij dat deed. Hij en zijn vrouw Jan hebben nog steeds een act in een nachtclub, ze spelen zelfs in Las Vegas.

Mickey Rooney (1920-2014) tijdens een speciale vertoning van Rob Marshalls Oscarwinnaar “Chicago” (2002) in de American Cinematheque op Hollywood Boulevard, maart 2003. Foto: © Leo/Film Talk

Je koestert al die dierbare herinneringen, niet?

Zonder twijfel! Het waren hoogdagen toen we die films maakten, ik genoot van elk moment, en toen ik stopte met werken, moest ik het niet eens missen want mijn man [producer William Dozier, 1908-1991] was nog altijd aan het werk. Dus ik las elke dag nog steeds dezelfde vakbladen, we gaven en gingen naar dezelfde feestjes, enz. Maar ik vind het wel triestig dat nu zoveel mensen boeken schrijven over het oude Hollywood en het altijd meteen hebben over de casting couch en zo. Ik kan alleen maar zeggen dat ik zoiets nooit heb meegemaakt, iedereen was als mijn favoriete oom. De studiobazen, de crew, iedereen was geweldig om mee te werken. Elke maand gaf producer Carey Wilson [“Andy Hardy”] een formeel etentje in zijn huis in Bel Air voor de kids in zijn films. Het was avondkledij—dank u wel—hij zorgde voor auto’s om iedereen op te halen en terug thuis te brengen, indien dat nodig was, en we speelden allemaal spelletjes waarbij je iets moest uitbeelden. Veel van onze gesprekken gebruikte hij achteraf in de “Hardy”-films. Ik had een vriend van high school die zijn eerste nieuwe auto had gekregen, hij besteedde er meer aandacht aan dan aan mij, en ik vertelde hem dat. Voordat je het wist, gebruikte hij het in één van de films.

En ze bleven vele decennia populair, zelfs tot op de dag van vandaag hebben ze een enorme aanhang, klopt dat?

In de jaren negentig ontving ik een grote omslag met de post, het was een brief van Robert B. Ray, een professor uit Florida, die veel interesses had. Hij gaf ook les over de “Hardy”-films en schreef er een boek over, “The Avant-Garde Finds Andy Hardy” [1996]. Hij vroeg of ik eens wilde langskomen om met zijn studenten over die films te praten. Dus ik belde hem en vroeg, ‘Weet je het zeker? Als ik de studiekosten voor mijn kind moet betalen en ik zou te weten komen dat ze een gans semester besteden aan de “Andy Hardy”-films, dan zou ik de staat Florida een proces aan het been lappen!’ [Lacht.] Hij zei, ‘Weet je, ik zou heel graag willen dat je langskomt, er met de studenten over praat, en hun vragen beantwoordt over de onderwerpen die in de “Hardy”-films aan bod kwamen.’ Dus ging ik naar Florida, en verbleef bij de professor, zijn vrouw en kinderen. Zeer charmante mensen. Ik ging naar de lessen, ze lieten een “Hardy”-film zien, en ik kreeg daar de moeilijkste vragen ooit. Het was alsof hij er een wetenschap van had gemaakt. Ik vroeg hem nadien, ‘Hoe komt een universiteitsprofessor hier nu op?’ Het bleek dat zijn vader chirurg was, zijn moeder psychiater, denk ik, en hij en zijn zus waren vaak alleen, want hun ouders werkten altijd. Als kind keek hij veel naar televisie en de “Hardy”-films waren voor hem altijd een hoogtepunt, want daar zag hij het gezin dat hij graag wilde. De reeks betekende alles voor hem, en hij had ook elke “Hardy”-film in huis. De professor kwam hier achteraf ook nog toen Cecilia Parker [1914-1993] nog leefde, zij woonde in Ventura [vlak bij Los Angeles]. Ik heb ervoor gezorgd dat hij haar kon opzoeken. Dus om in films te kunnen meespelen die jaren blijven meegaan… en laat ons eerlijk zijn, met de “Hardy”-films zijn ze begonnen in 1937! It’s surely paying dividends in my declining years.

Mickey Rooney en Ann Rutherford. Foto: Marvin Paige Motion Picture and Television Archive

En dan hebben we het nog niet gehad over “Gone With the Wind” [1939].

Wel, in het begin wilden ze niet dat ik “Gone With the Wind” zou doen, Mr. Mayer vond het geen goed idee om de rol van Carreen O’Hara te spelen, het was volgens hem een nothing part dat oorspronkelijk voor Judy Garland was bestemd voor ze dé Judy Garland werd zoals iedereen haar herinnert. Hij riep me naar zijn kantoor en zei, ‘Luister, mijn schoonzoon [producer David O. Selznick] wil dat ik je uitleen voor zijn film, maar ik wil niet dat je het doet, want je staat op het punt om je eigen filmserie met Red Skelton te beginnen [“Whistling in the Dark,” 1941; “Whistling in Dixie,” 1942; “Whistling in Brooklyn,” 1943].’ Maar ik wilde dus wel in “Gone With the Wind” meespelen. Er was nog nooit een boek gepubliceerd dat zo snel de aandacht van gans de wereld trok. En iedereen had wel zijn eigen idee hoe de film eruit moest zien. Zelfs [schrijfster] Margaret Mitchell vertelde me later dat Basil Rathbone voor haar de perfecte Rhett Butler was [lacht]. Uiteindelijk zei Mr. Mayer, ‘Weet je, als je vandaag klaar bent met werken, ga dan naar de studio van David [Selznick International].’ Dat was maar een paar straten verder op Culver Boulevard. Dus toen ik daar aankwam, vertelde ik David dat ik heel graag Carreen wilde spelen, en hij zei meteen, ‘Wel, dat komt goed uit, want ik heb je canvas al naar hier laten komen.’ Toen je onder contract stond, had je in de studio een canvas: je stond met je armen naar buiten en ze stopten je in een canvas-pak tot op je knieën, aan de achterkant sloten ze het strak aan, ze speldden het vast en zo maakten ze de vorm voor je kostuums. Dus hij zei dat [kostuumontwerper] Walter Plunkett de schetsen had gemaakt, en dat ze mijn kostuums al aan het maken waren. Een paar weken later kreeg ik een telefoontje om heel m’n garderobe voor de film uit te proberen. Mr. Selznick wilde me laten fotograferen met alle kostuums—hij wilde dat ik een meisje speelde dat net 13 was geworden. In die tijd, toen ze me vroegen, ‘Hoe oud ben je,’ dan antwoordde ik altijd, ‘Hoe oud wil je dat ik ben?’ Dus toen ik daar aankwam, schrok ik wel even. Ik bedoel, ik had voordien al een aantal westerns gedaan en toen had ik ook over mijn leeftijd gelogen [lacht]. Toen ik ongeveer 16 was, werkte ik bij Mascott, en daar had ik de verdienste dat ik Gene Autry’s eerste hoofdrolspeelster was. Ik verdiende meer dan hij, hij had geen agent en omdat ik wel een agent had, kreeg ik 150 dollar per week terwijl hij maar 100 dollar kreeg, en zijn sidekick Smiley Burnette had slechts 50 dollar per week. Hoe dan ook, bij Selznick toonden ze me een rek met onderrokken, met handgerolde kant en kleine lintjes er omheen, en daarbij ook nog de mooiste schoenen zoals je nog nooit had gezien. Ik zei tegen hem, ‘Ze laten je te veel geld uitgeven, niemand ziet die onderrokken, alleen de meisjes die blijven slapen na de barbecue.’ En hij zei, ‘Ann, je vergeet één ding. Je bent Carreen O’Hara, je vader was één van de meest succesvolle plantage-eigenaars in het Zuiden en dit is de manier waarop hij wil dat zijn dochters gekleed gaan.’ Ik kwam meteen terug met mijn voeten op de grond, en nadien heb ik niets meer gezegd [lacht].

De drie zussen O’Hara in “Gone With the Wind” (1939): Ann Rutherford als Carreen O’Hara, Evelyn Keyes in de rol van Suellen O’Hara, en Vivien Leigh als Scarlett O’Hara. Foto: Marvin Paige Motion Picture and Television Archive

Ben je na “Gone With the Wind” nog met hem in contact gebleven?

Door de jaren heen werd David een zeer goede persoonlijke vriend. Mijn man had nog met David in zijn studio gewerkt. Ze speelden graag samen gin rummy. Toen hij hoorde dat ik voor het eerst naar Europa zou gaan, dat was in 1957, zei hij, ‘Ik ben in Rome voor de opnamen van “A Farewell to Arms,” ga jij ook naar Rome?’ ‘Ja!’ ‘Oké, bel me als je er aankomt, ik heb daar veel nachtopnames en ik neem jullie dan mee uit eten in het vroegere huis van Mussolini.’ Terwijl we aan het eten waren, vroeg hij aan mijn man, ‘Wat vond je van Venetië, Bill?’ Hij zei, ‘We kunnen niet naar Venetië, we moeten terug nadat we Rome hebben bezocht.’ David zei, ‘Hoe bedoel je? Je brengt Ann mee naar Europa en je laat haar Venetië niet zien??’ [Lacht]. Toen keek David op zijn horloge en zei hij, ‘Oeps, ik moet even de productie bellen.’ Hij verontschuldigde zich om te telefoneren, en kort daarna kwam de kapitein naar Bill toe. Ik dacht dat er iets met David was gebeurd. Ik zat daar, ons eten werd koud totdat de kapitein weer naar beneden kwam, hij nam me stevig bij de hand en zei, ‘Kom mee.’ Toen dacht ik echt dat er iets ernstigs was gebeurd en nam hij me mee naar buiten naar de voordeur. Daar stond een limousine klaar, en bovenop zag ik onze koffers. Wat was er gebeurd? David had de productie helemaal niet gebeld, hij had het Excelsior Hotel gebeld en gezegd, ‘Je gaat nu naar hun suite—zelfs al heb je vijf mannen of dienstmeisjes nodig of wat dan ook—je pakt alles in, je maakt elke schuif leeg, àlles. Breng de koffers dan naar buiten waar mijn auto klaarstaat.’ Ik zag mijn zijden riem uit een van de koffers hangen, ze moeten haast hebben gehad. David vertelde ons dat er elke nacht, net voor middernacht, een rechtstreekse trein rijdt van Rome naar Venetië, en waar één compartiment is gereserveerd voor politici, maar dat was die avond vrij. Dus we gingen naar Venetië, we hadden daar drie heel toffe dagen, hoewel we veel tijd doorbrachten in Harry’s Bar omdat het buiten heel de tijd aan het regenen was [lacht]. David had de hotelreserveringen gemaakt en hij belde ons de hele tijd. En hij was bij de pinken: als we niet in het hotel waren, probeerde hij Harry’s Bar. Mijn man kwam terecht op de Herschfeld-schetsen van twee pagina’s in Harry’s Bar [lacht]. David was iemand die ervoor zorgde dat dingen gewoon gebeurden. Niets was voor hem onmogelijk. Mijn grootste spijt is dat hij niet lang genoeg leefde om de eindeloos lange carrière van “Gone With the Wind” mee te maken [hij overleed in 1965 op 63-jarige leeftijd]. Je kunt niet geloven hoeveel brieven ik nu nog altijd ontvang, soms zelfs cadeautjes, verwijzend naar “Gone With the Wind.”

De trailer van “Gone With the Wind” uit 2014, toen de film zijn 75ste verjaardag vierde

Heb je andere vriendschappen die zijn blijven duren nadat je bent gestopt met acteren?

A.C. Lyles! Hij werkt sinds 1928 voor Paramount, hij werd een succesvolle executive en producer in de studio. Ik ken hem sinds hij 18 was, hij is nu in de 80—ik geloof dat Bob Hope hem aan mij heeft voorgesteld. Toen A.C. [1918-2013] ongeveer 12 was, kreeg hij een weekendbaantje in de Paramountbioscoop in zijn geboorteplaats Jacksonville, Florida, waar hij de kranten en afval ophaalde tussen de zetels, tussen de vertoningen door, of wat dan ook. Maar al snel promoveerden ze hem en werd hij ​​bode, en maakten ze een uniform voor hem. Toen hij 15 was, maakte [filmpionier, producer en Paramountbaas] Jesse L. Lasky een reis langs verschillende bioscopen van de Paramountketen en toen hij in Jacksonville arriveerde, kwam een jongeman naar hem toe en stelde zich voor met zijn initialen, ‘Mr. Lasky, ik ben A.C. Lyles. Ik werkte de afgelopen drie jaar hier voor Paramount en ik ben van plan hier te blijven werken tot ik afstudeer. Dan kom ik naar Californië en zal ik bij u komen werken.’ En Lasky klopte hem op zijn schouder en zei, ‘Wel, dat is prima jongen, blijf gerust in contact.’ En wat gebeurde er? Elke zondag schreef A.C. Lyles een brief aan Jesse L. Lasky en stuurde die naar Paramount in Hollywood. Al snel kenden zijn secretaresses hem bij naam, ‘Oh, er is weer een brief van die jongen die altijd vertelt wat hij heeft gedaan en wat hij in de toekomst hoopt te doen.’ Ze zeiden dan tegen Lasky, ‘Er is weer een brief van A.C. Lyles!’ Drie jaar later, nadat hij was afgestudeerd aan de middelbare school, kocht hij een treinkaartje voor een enkele reis naar Californië. Toen hij uit de trein stapte, nam hij de tram en stapte uit bij Paramount. Hij begreep niet waarom ze hem aan de poort tegenhielden, want hij zei, ‘Bel Mr. Lasky gewoon en zeg hem dat A.C. Lyles hier is!’ Dus belden ze Lasky’s kantoor, de secretaresses begonnen te lachen en zeiden, ‘Oh, nu moeten we hem toch wel echt zien!’ En ze lieten hem langskomen. Jesse L. Lasky heeft hem inderdaad een baan gegeven, maar eerder in de veronderstelling dat hij er genoeg van zou krijgen en dan naar huis wilde terugkeren. Maar dit was zo’n aardige, lange en slanke man—twee weken later had hij Bing Crosby en Bob Hope al leren kennen. Ze waren dol op hem, ze namen hem overal mee naartoe. Hij deed hun boodschappen, hij deed alles en voordat hij het wist, werd hij een tweede assistent-regisseur, daarna werd hij assistent-regisseur en uiteindelijk eindigde hij als producer en nu is er in de studio een heel gebouw naar hem genoemd, the A.C. Lyles building. Ik ging daar naar zijn 80ste verjaardag [in 1998], iedereen kwam opdagen, en hij is Mister Paramount. Elke voormiddag komt hij nog naar zijn kantoor. Vroeger in de beginjaren was Paramount niet zo’n fraaie studio, maar hij heeft eraan meegewerkt om er een topstudio van te maken. Het is fantastisch om te zien hoe iemand met een bescheiden achtergrond het zover kan schoppen. Heb je die verhalen al eens gehoord over de dagen van de goudkoorts, of wanneer mensen olie vonden en het hun leven totaal veranderde? Wel, in de filmwereld kon hetzelfde gebeuren: als men je leuk vond en ze namen je ter harte, wat betekende dat het publiek je leuk vond, dan had je het gemaakt. Bij sommige mensen kan de camera dat oppikken, en als het dan op het scherm komt… Kijk maar naar Shirley Temple, haar prachtige gezichtje—sommige dingen maken je verdrietig, andere maken je blij. En als je naar haar gezicht kijkt, dan is je dag goed. En het moest niet altijd schattig zijn, je kon evenzeer Mae West zijn: er was ook iets aan haar dat opviel, en je kon ervan genieten. Wat ze ook zei, het klonk altijd ondeugend, zelfs al was het maar een simpele ‘Hello.’ Je wilde haar gewoon zien. Al die mensen vonden hun eigen soort olie, hun eigen soort goud. En ik heb daarvan deel mogen uitmaken.

Legendarische filmproducer A.C. Lyles in zijn kantoor in de Paramount studio’s. Zijn bureau behoorde vroeger nog toe aan filmpionier Adolph Zukor, mede-oprichter van de studio. Foto: © Leo/Film Talk

Je hebt eerder Red Skelton al genoemd. Kun je iets vertellen over hem?

Wel, hoe slecht kan een mensenleven zijn, als je weet dat hij vroeger deelnam aan dansmarathons, die wrede dingen zoals ze werden getoond in “They Shoot Horses, Don’t They?” [1969]. Hij ontdekte toen dat hij grappig was, hij begon burlesque te doen en toen dat stilaan verdween en plaatsmaakte voor vaudeville, merkte iemand hem op, hij kwam terecht bij de radio, en van radio ging hij naar film en televisie. Ik heb drie films met hem gemaakt en hij was enorm getalenteerd, maar hij was niet gewoon, niet alledaags. Hij dacht altijd anders dan de meeste mensen dachten. He had a great sense of the ridiculous. De drie “Whistling”-films die we maakten, waren niet echt een hoogtepunt in mijn carrière, maar toch waren ze belangrijk voor mij, omdat ik een volwassene moest spelen in plaats van een tiener, dus het was een springplank voor mij, en mijn naam stond gans bovenaan de generiek. De films waren erg grappig, met Skelton als radiospeurder, ook wel bekend als The Fox, die op het punt stond echte misdaden op te lossen samen met zijn verloofde. Dat was de rol die ik speelde.

Op welke van je post-MGM-films ben je nog steeds trots?

Ik hou van “Orchestra Wives” [1942], met George Montgomery als trompettist in de Glenn Miller Band. Zijn muziek is nog steeds heel populair en de film wordt elke zes of acht weken herhaald op één van de filmkanalen. Ik weet zeker dat de muziek van de bigband ooit zal terugkomen. Glenn Miller was een natuurlijke acteur, professioneel, hij kende altijd zijn tekst, als acteur was hij net zo goed als wanneer hij zijn orkest dirigeerde. Dit was mijn eerste film bij 20th Century Fox. Nadat ik begin 1942 was teruggekeerd van de troops, kreeg ik het scenario van “Seven Sweethearts.” Ik las het en dacht, ‘Maar waar is mijn rol?’ Het was de eerste keer in mijn carrière dat ik het aantal zinnen van mijn dialogen ging tellen. Het was alleen ‘Hallo’ of ‘Tot ziens’ of ‘Ja,’ weet je, nothing lines, en toen ben ik voor de eerste en enige keer gaan klagen. Ik was uiteindelijk een hoofdactrice en mijn naam stond boven de titel. Maar nadat [producer] Joe Pasternak van Universal naar MGM was overgestapt, begon men iedereen te casten die op dat ogenblik niet aan het werk was. Dus ik zei dat ik het zou doen, maar ik wilde ook dat iedereen wist dat ik er niet echt gelukkig mee was. Maar de dag dat de opnamen begonnen, werd ik ziek—de mazelen, die ik had opgelopen toen ik optrad voor de soldaten, en omdat ik had geklaagd over de film, werd het door sommigen gezien als playing hard to get. Darryl F. Zanuck [studiobaas van 20th Century Fox] wilde me toen voor één van zijn films, maar hij vond dat Mr. Mayer teveel geld vroeg. Na wat onderhandelen sloot Mr. Mayer een deal met Darryl die mijn contract zou overnemen, en indien MGM nog “Whistling” of “Hardy”-films wilde maken, dan zou Zanuck ervoor zorgen dat ik beschikbaar was. Dus ik voelde me verkocht en bekocht. Maar ik vind nog steeds dat MGM het Witte Huis was, de beste studio waar je kon werken, en hoewel ik buitengewoon goed werd betaald nadat ik MGM had verlaten, had ik gewoon niet meer hetzelfde gevoel als toen ik bij MGM was, want dat was mijn thuis. Ik hield van elke film die ik daar had gemaakt—goed, slecht of tussenin. En ik was altijd erg gesteld op Mr. Mayer. We hebben elkaar nadien nog geregeld ontmoet. Hollywood is tenslotte een kleine stad.

Esther Willams, Ann Rutherford (toen 86), Cora Sue Collins en Betty Garrett in april 2004 tijdens Ted Turners sterlegging op de Hollywood Walk of Fame. Foto: © Leo/Film Talk

Je keerde nog één keer terug naar MGM toen je “They Only Kill Their Masters” [1972] maakte. Dat waren toch wel heel andere tijden, en MGM was niet meer dezelfde studio.

Ja, die film werd opgenomen bij MGM. Het was de enige keer dat ik nog ben teruggekeerd naar de studio. Ze verwelkomden me met de auto van Andy Hardy, ik kreeg een boeket rozen en er hing een spandoek aan de ingangspoort van de studio waarop stond ‘Welcome Home Polly.’ Maar het was alsof ik naar een spookhuis ging, MGM leek in de verste verte niet meer op de studio waar ik was opgegroeid. Ik heb die film alleen gemaakt omdat het de eerste productie was van een goede vriend van ons, hij had me gebeld en gevraagd om erin mee te spelen, de film was voor hem als zijn geluksbrenger. Ik wilde eerst niet, en eerlijk gezegd, achteraf had ik er spijt van. Het was de laatste film die werd opgenomen op MGM lot twee [de eerste film gedraaid op lot twee, was “Quality Street” uit 1927, met Marion Davies] toen de studio zijn uitverkoop hield: ze verkochten werkelijk àlles, ze hadden geen make-up afdeling meer, geen kostuums, alle rekwisieten werden van de hand gedaan… Het was alsof ik een film maakte voor Poverty Row—het was dus lang niet meer de MGM-studio waar ik met zoveel plezier had gewerkt. De tijden waren veranderd en het studiosysteem was voorbij. Maar ik begreep niet waarom ze alles verkochten, want Culver City kon voor toeristen hetzelfde betekenen als Universal City nu. Op lot twee vond je bijna gans de wereld in een notendop, het was er als een minitrip naar Europa, met spoorwegen, stratenblokken, de Tarzan-jungle, het zwembad van Esther Williams, enz. Het was de meest opmerkelijke locatie die deze stad ooit heeft gehad. Bovendien had MGM zijn eigen bioscopen, dus luisterde de studio naar hetgeen de managers hen vertelden. Zij waren degenen die konden zeggen wie de sterren of de topacteurs waren, welke acteurs de meeste aandacht kregen, en voor wie het publiek naar de bioscopen kwam.

Hoe ging het er bij MGM dan aan toe, eens je binnen de studiomuren was?

De studio was een wereld op zich. Ze hadden zelfs hun eigen elektriciteit. Plaatsen zoals het restaurant, het was een genot om er te kunnen eten. Als je bezoekers had van buiten de stad en je bracht ze naar de studio, al was het maar voor één dag, of als je hen meebracht voor een lunch in het restaurant, dan hadden ze gelukkig kunnen sterven en naar de hemel gaan [lacht]. Je kon bijna elke ster in het restaurant zien, ze kwamen er allemaal, want bijna alles wat je er kon eten, was een recept van de moeder van Mr. Mayer: de kippensoep van Mevrouw Mayer, de kippensoep van oma Mayer, en matzohballen zo groot als een baseball. Er was een speciaal gedeelte waar de kinderen zaten, ze kwamen allemaal tegelijk van school—als ze niet aan het werk waren, gingen ze naar school in het Little Red School huis. Ging je ’s morgens naar make-up, dan had iedereen een aparte kamer met roze satijnen muren, ze hadden warme koffie voor je klaarstaan ​​en je deed een dutje in de stoel terwijl iemand je ging opmaken. Je had je eigen persoon voor make-up, meestal was het een man—er waren ook een paar vrouwen, maar ik denk dat mannen een beter zicht hadden hoe je er moest uitzien. Er was ook een make-up persoon op de set die lette op de laatste details, wanneer je bijvoorbeeld wat extra lippenstift nodig had, of als je glimlachte, doken ze meteen op om je neus te poederen. We were spoiled rotten. Ik denk niet dat de andere studio’s dat allemaal deden. Ik herinner me de eerste keer dat ik door MGM werd uitgeleend, ik moest toen naar Universal, het was alsof ik verdwaald was op zee. Ik vond mijn weg er niet terug, en ik had de indruk dat ik daar niemand leuk vond. Ik kreeg dan wel mijn gewone salaris dat ik ook bij MGM had—ze hadden een onafhankelijke deal gesloten—maar omdat je eigendom van de studio was, konden ze je uitlenen aan eender wie. Met het contract dat je had getekend, had je wel de zekerheid dat je veertig weken per jaar betaald werd, en de twaalf weken dat je vrij was, kon je werken als ze je aan iemand uitleenden. Maar goed, ik kon natuurlijk niet klagen, want ik werd heel goed betaald. Het was een heel dankbare wereld waar we toen veel geld hebben verdiend. Voor het huis dat ik voor mijn moeder kocht, betaalde ik 18.500 dollar. Het werd nadien verkocht voor, denk ik, 300.000 dollar. Het staat vlakbij het huis van Anne Jeffreys, en Anne vertelde me onlangs dat er in haar stratenblok niets verkocht wordt voor minder dan een miljoen dollar. Dus onroerend goed loont, had ik die woning maar niet verkocht [lacht].

De originele trailer van “Andy Hardy’s Private Secretary” (1941). Tal van films uit de reeks lanceerden jonge actrices, zoals in deze film gebeurde met Kathryn Grayson. Andere actrices die met “Andy Hardy” een sprong voorwaarts maakten, waren o.m. Lana Turner (“Love Finds Andy Hardy” uit 1938) en Esther Williams (“Andy Hardy’s Double Life” uit 1942).

In het begin van je carrière, toen je reeds hoofdrollen speelde, werkte je samen met een andere jonge en opkomende acteur, John Wayne [1907-1979]. Kun je iets over hem vertellen?

Hij was een zeer aangename man, hij leerde me hoe ik mijn knie rond de pommel moest haken, zodat het leek alsof ik op een zijzadel reed, wat erg handig was, want bij Republic hadden ze in de propruimte geen zijzadel voor de paarden. Eén van de films die we maakten, “The Oregon Trail” [1936], is verdwenen. Niemand lijkt er nog een kopie van te hebben, maar soms komt zoiets na verloop van tijd toch terug aan de oppervlakte. Ik heb de meeste van die oude films al heel lang niet meer gezien, en dat hoeft ook niet echt. Ik heb kopieën van mijn films, mensen sturen die vaak op, maar ik wil niet teveel achterom kijken. Ik kijk liever vooruit, naar morgen, hoewel ik héél blij ben dat gisteren er is geweest. Die filosofie werkt voor mij. Ik ben tevreden met hetgeen er is geweest, en ik prijs me gelukkig voor de mogelijkheden die ik heb gehad, want mijn gouden jaren waren platina jaren.

Beverly Hills,
maart 2003

+ Ann Rutherford overleed in haar woning in Beverly Hills op 11 juni 2012 aan de gevolgen van hartproblemen. Ze werd 94. Haar vriendin en actrice Anne Jeffreys (1923-2017) stond aan haar sterfbed. Ann Rutherford’s zus, Judith Arlen (1914-1968), was een filmactrice in het begin van de jaren 30 van vorige eeuw.

FILMS

WATERFRONT LADY (Mascot, 1935) DIR Joseph Santley PROD Nat Levine SCR Wellyn Totman CAST Ann Rutherford (Joan O’Brien), Frank Albertson, J. Farrell MacDonald, Barbara Pepper, Charles C. Wilson

MELODY TRAIL (Republic, 1935) DIR Joseph Kane PROD Nat Levine SCR Sherman Lowe (verhaal van Sherman Lowe, Betty Burbridge) CAST Gene Autry, Ann Rutherford (Millicent Thomas), Smiley Burnette, Wade Boteler, William Castello, Al Bridge

THE SINGING VAGABOND (Republic, 1935) DIR Carl Pierson PROD Nat Levine SCR Oliver Drake, Betty Burbridge (verhaal van Oliver Drake) CAST Gene Autry, Ann Rutherford (Lettie Morgan), Smiley Burnette, Barbara Pepper, Niles Welch, Grace Goodall

THE FIGHTING MARINES (1935) DIR Joseph Kane, B. Reeves Eason PROD Nat Levine SCR Sherman L. Lowe, Barney A. Sarecky (verhaal van Maurice Geraghty, Wallace MacDonald, Ray Trampe) CAST Grant Withers, Adrian Morris, Ann Rutherford (Frances Schiller), Robert Warwick, Frank Reicher

THE HARVESTER (Republic, 1936) DIR Joseph Santley PROD Nat Levine SCR Gertrude Orr, Homer Croy (adaptatie van Robert Lee Johnston, Elizabeth Meehan; boek van Gene Stratton-Porter) CAST Alice Brady, Russell Hardie, Ann Rutherford (Ruth Jameson), Frank Craven, Cora Sue Collins, Emma Dunn

THE LAWLESS NINETIES (Republic, 1936) DIR Joseph Kane PROD Paul Malvern SCR Joseph F. Poland (verhaal van Joseph F. Poland, Scott Pembroke) CAST John Wayne, Ann Rutherford (Janet Carter), Harry Woods, George Hayes, Al Bridge, Fred ‘Snowflake’ Toones

COMIN’ ROUND THE MOUNTAIN (Republic, 1936) DIR Mark V. Right PROD Nat Levine SCR Oliver Drake, Stuart E. McGowan, Dorrell McGowan (verhaal van Oliver Drake) CAST Gene Autry, Ann Rutherford (Dolores Moreno), Smiley Burnette, LeRoy Mason, Raymond Brown, Ken Cooper

DOUGHNUTS AND SOCIETY (Republic, 1936) DIR Lewis D. Collins PROD Nat Levine SCR Karen DeWolf, Wallace MacDonald, Robert St. Claire (verhaal van Karen DeWolf, Wallace MacDonald, Robert St. Claire) CAST Louise Fazenda, Maude Eburne, Ann Rutherford (Joan Dugan), Edward J. Nugent, Hedda Hopper, Franklin Pangborn, Smiley Burnette

DOWN TO THE SEA (Republic, 1936) DIR Lewis D. Collins PROD Nat Levine SCR Robert Lee Johnson, Wellyn Totman CAST Paul Procasi, Ann Rutherford (Helen Pappas), Irving Pichel, Fritz Leiber, Vince Barnett

THE LONELY TRAIL (Republic, 1936) DIR Joseph Kane PROD Nat Levine SCR Bernard McConville, Jack Natteford (verhaal van Bernard McConville) CAST John Wayne, Ann Rutherford (Virginia Terry), Cy Kendall, Bob Kortman, Fred ‘Snowflake’ Toones, San Flint, Yakima Canutt

THE ORGEON TRAIL (Republic, 1936) DIR Scott Pembroke PROD Paul Malvern SCR Robert Emmett, Lindsley Parsons, Jack Natteford (verhaal van Robert Emmett, Lindsley Parsons) CAST John Wayne, Ann Rutherford (Anne Ridgley), Joseph W. Girard, Yakima Canutt, Frank Rice, E. H. Calvert

THE BRIDE WORE RED (MGM, 1937) DIR Dorothy Arzner PROD Joseph L. Mankiewicz SCR Tess Slesinger, Bradbury Foote (toneelstuk “The Girl from Trieste” by Ferenc Molnar) CAST Joan Crawford, Franchot Tone, Robert Young, Billie Burke, Reginald Owen, Ann Rutherford (Peasant Girl)

YOU’RE ONLY YOUNG ONCE (MGM, 1937) DIR George B. Seitz SCR Kay Van Riper (personages, Aurania Rouverol) CAST Lewis Stone, Cecilia Parker, Mickey Rooney, Fay Holden, Frank Craven, Ann Rutherford (Polly Benedict)

THE DEVIL IS DRIVING (Columbia, 1937) DIR Harry Lachman PROD Edward Chodorov SCR Richard Blake, Jo Milward (verhaal van Harold Buchman, Lee Loeb) CAST Richard Dix, Joan Perry, Nana Bryant, Elisha Cook, Jr., Ann Rutherford (Kitty Wooster), Paul Harvey

PUBLIC COWBOY (1937) DIR Joseph Kane PROD Sol C. Siegel SCR Oliver Drake (verhaal van Bernard McConville) CAST Gene Autry, Smiley Burnette, Ann Rutherford (Helen Morgan), William Farnum, Arthur Loft, Frankie Marvin

LIVE, LOVE AND LEARN (MGM, 1937) DIR George Fitzmaurice PROD Harry Rapf SCR Charles Brackett, Cyril Hume, Richard Mairbaum (verhaal van Helen Grace Carlisle, Marion Parsonnet) CAST Robert Monrtgomery, Rosalind Russell, Robert Benchley, Mickey Rooney, Ann Rutherford (Class President)

OF HUMAN HEARTS (MGM, 1938) DIR Clarence Brown PROD Clarence Brown, John W. Considine, Jr. SCR Bradbury Foote (boek “Benefits” van Honoré Morrow) CAST Walter Huston, James Stewart, Beulah Bondi, Gene Reynolds, Guy Kibbee, Ann Rutherford (Annie Hawks)

DRAMATIC SCHOOL (MGM, 1938) DIR Robert B. Sinclair PROD Mervyn LeRoy SCR Ernest Vajda, Mary C. McCall, Jr. (toneelstuk van Hans Szekely, Zoltan Egyed) CAST Luise Rainer, Paulette Goddard, Alan Marshall, Lana Turner, Genevieve Tobin, Anthony Allan, Henry Stephenson, Ann Rutherford (Yvonne)

JUDGE HARDY’S CHILDREN (MGM, 1938) DIR George B. Seitz SCR Kay Van Riper (personages, Aurania Rouverol) CAST Mickey Rooney, Lewis Stone, Fay Holden, Cecilia Parker, Betty Ross Clarke, Ann Rutherford (Polly Benedict)

LOVE FINDS ANDY HARDY (MGM, 1938) DIR George B. Seitz PROD Lou L. Ostrow SCR William Ludwig (verhaal van Vivien R. Bretherton; personages, Aurania Rouverol) CAST Mickey Rooney, Lewis Stone, Fay Holden, Cecilia Parker, Judy Garland, Lana Turner, Ann Rutherford (Polly Benedict)

OUT WEST WITH THE HARDYS (MGM, 1938) DIR George B. Seitz PROD Lou L. Ostrow SCR Kay Van Riper, William Ludwig, Agnes Christine Johnston (personages, Aurania Rouverol) CAST Mickey Rooney, Lewis Stone, Fay Holden, Cecilia Parker, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden

A CHRISTMAS CAROL (MGM, 1938) DIR Edwin L. Marin PROD Joseph L. Mankiewicz SCR Hugo Butler (boek van Charles Dickens) CAST Reginald Owen, Gene Lockhart, Ann Rutherford (Spirit of Christmas Past), Leo G. Carroll

FOUR GIRLS IN WHITE (MGM, 1939) DIR S. Sylvan Simon PROD Nat Levine SCR Dorothy Yost (verhaal van Endre Bohem, Nathalie Bucknall) CAST Florence Rice, Una Merkel, Ann Rutherford (Patricia Page), Mary Howard, Alan Marshal, Buddy Ebsen

ANDY HARDY GETS SPRING FEVER (MGM, 1939) DIR W. S. Van Dyke II PROD Lou L. Olstrow SCR Kay Van Riper (personages, Aurania Rouverol) CAST Mickey Rooney, Lewis Stone, Fay Holden, Cecilia Parker, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden

THE HARDYS RIDE HIGH (MGM, 1939) DIR George B. Seitz PROD Lou L. Ostrow SCR Kay Van Riper, William Ludwig, Agnes Christine Johnston (personages, Aurania Rouverol) CAST Mickey Rooney, Lewis Stone, Fay Holden, Cecilia Parker, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden, Virginia Grey

DANCING CO-ED (MGM, 1939) DIR S. Sylvan Simon PROD Edgar Selwyn SCR Albert Mannheimer (verhaal van Albert Treynor) CAST Lana Turner, Richard Carlson, Artie Shaw, Ann Rutherford (Eve), Lee Bowman, Thurston Hall

THESE GLAMOUR GIRLS (MGM, 1939) DIR S. Sylvan Simon PROD Sam Zimbalist SCR Jane Hall, Marion Parsonnet (verhaal van Jane Hall) CAST Lew Ayres, Lana Turner, Tom Brown, Richard Carlson, Jane Bryan, Anita Louise, Marsha Hunt, Ann Rutherford (Mary Rose Wilston)

JUDGE HARDY AND SON (MGM, 1939) DIR George B. Seitz PROD Lou L. Ostrow SCR Carey Wilson (personages, Aurania Rouverol) CAST Mickey Rooney, Lewis Stone, Fay Holden, Cecilia Parker, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden

GONE WITH THE WIND (MGM, 1939) DIR Victor Fleming PROD David O. Selznick SCR Sidney Howard (boek van by Margaret Mitchell) CAST Clark Gable, Vivien Leigh, Leslie Howard, Olivia de Havilland, Thomas Mitchell, Barbara O’Neil, Evelyn Keyes, Ann Rutherford (Carreen O’Hara), Hattie McDaniel

ANDY HARDY MEETS DEBUTANTE (MGM, 1940) DIR George B. Seitz PROD J. J. Cohn SCR Annalee Whitmore, Thomas Seller, Aurania Rouverol (verhaal van Carey Wilson; personages, Aurania Rouverol) CAST Mickey Rooney, Lewis Stone, Fay Holden, Cecilia Parker, Judy Garland, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden

THE GHOSTS COME HOME (MGM, 1940) DIR Wilhelm Thiele PROD Albert E. Levoy SCR Harry Ruskin, Richard Maibaum (verhaal van Georg Kaiser) CAST Frank Morgan, Billie Burke, Ann Rutherford (Billie Adams), John Shelton, Reginald Owen, Donald Meek

KEEPING COMPANY (MGM, 1940) DIR S. Sylvan Simon PROD Samuel Marx SCR Adrian Scott, Harry Ruskin, James H. Hill (verhaal van Herman J. Mankiewicz) CAST Frank Morgan, Ann Rutherford (Mary Thomas), John Shelton, Irene Rich, Virginia Grey, Gloria DeHaven

WYOMING (MGM, 1940) DIR Richard Thorpe PROD Milton Bren SCR Jack Levne, Hugo Butler (verhaal van Jack Levne) CAST Wallace Beery, Leo Carrillo, Ann Rutherford (Lucy Kincaid), Lee Bowman, Bobs Watson

PRIDE AND PREJUDICE (MGM, 1940) DIR Robert Z. Leonard PROD Hunt Stromberg SCR Aldous Huxley, Jane Murfin (toneelstuk van Helen Jerome, boek van Jane Austen) CAST Greer Garson, Laurence Olivier, Mary Boland, Maureen O’Sullivan, Ann Rutherford (Lydia Bennet)

ANDY HARDY’S PRIVATE SECRETARY (MGM, 1941) DIR George B. Seitz SCR Jane Murfin, Harry Ruskin (verhaal van Katharine Bush; personages, Aurania Rouverol) CAST Lewis Stone, Mickey Rooney, Fay Holden, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden, Kathryn Grayson

WASHINGTON MELODRAMA (MGM, 1941) DIR S. Sylvan Simon PROD Edgar Selwyn SCR Roy Chanslor, Marion Parsonnet (toneelstuk van J. Du Rocher MacPherson) CAST Frank Morgan, Ann Rutherford (Laurie Claymore), Kent Taylor, Dan Dailey, Lee Bowman, Fay Holden, Virginia Grey

WHISTLING IN THE DARK (MGM, 1941) DIR S. Sylvan Simon PROD George Haight SCR Henry Clork, Albert Mannheimer, Robert MacGonigle (toneelstuk van Edward Childs Carpenter, Laurence Gross) CAST Red Skelton, Conrad Veidt, Ann Rutherford (Carol Lambert), Virginia Grey, Rags Ragland, Eve Arden

BADLANDS OF DAKOTA (Universal, 1941) DIR Alfred E. Green PROD George Waggner SCR Gerald Geraghty (verhaal van Harold Shumate) CAST Robert Stack, Ann Rutherford (Anne Grayson), Richard Dix, Frances Farmer, Broderick Crawford, Andy Devine, Lon Chaney, Jr.

LIFE BEGINS FOR ANDY HARDY (MGM, 1941) DIR George B. Seitz SCR Agnes Christine Johnston (personages, Aurania Rouverol) CAST Lewis Stone, Mickey Rooney, Fay Holden, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden, Judy Garland

THIS TIME FOR KEEPS (1942) DIR Charles Reisner PROD Samuel Marx SCR Harry Ruskin, Rian James, Muriel Roy Bolton (personages, Herman J. Mankiewicz) CAST Ann Rutherford (Katherine White), Robert Sterling, Virginia Weidler, Guy Kibbee, Irene Rich, Henry O’Neill

THE COURTSHIP OF ANDY HARDY (MGM, 1942) DIR George B. Seitz PROD Carey Wilson SCR Agnes Christine Johnston (personages, Aurania Rouverol) CAST Lewis Stone, Mickey Rooney, Cecilia Parker, Fay Holden, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden, Donna Reed

ANDY HARDY’S DOUBLE LIFE (MGM, 1942) DIR George B. Seitz SCR Agnes Christine Johnston (personages, Aurania Rouverol) CAST Lewis Stone, Mickey Rooney, Cecilia Parker, Fay Holden, Ann Rutherford (Polly Benedict), Sara Haden, Esther Williams

ORCHESTRA WIVES (20th Century Fox, 1942) DIR Archie Mayo PROD William LeBaron SCR Karl Thunberg, Darrell Ware (verhaal van James Prindle) CAST George Montgomery, Ann Rutherford (Connie Ward), Glenn Miller, Lynn Bari, Carole Landis, Cesar Romero

WHISTLING IN DIXIE (MGM, 1942) DIR S. Sylvan Simon PROD George Haight SCR Nat Perrin, Wilkie Mahoney CAST Red Skelton, Ann Rutherford (Carole Lambert), George Bancroft, Guy Kibbee, Diana Lewis, Peter Whitney

WHISTLING IN BROOKLYN (MGM, 1943) DIR S. Sylvan Simon PROD George Haight SCR Nat Perrin, Wilkie C. Mahoney CAST Red Skelton, Ann Rutherford (Carol Lambert), Jean Rogers, Rags Ragland, Ray Collins, Henry O’Neill

HAPPY LAND (20th Century Fox, 1943) DIR Irving Pichel PROD Kenneth Macgowan SCR Kathryn Scola, Julien Josephson (boek van MacKinlay Kantor) CAST Don Ameche, Frances Dee, Harry Carey, Ann Rutherford (Lenore Prentiss), Cara Williams, Dickie Moore

BERMUDA MYSTERY (20th Century Fox, 1944) DIR Benjamin Stoloff PROD William Girard SCR W. Scott Darling (verhaal van John Larkin) CAST Preston Foster, Ann Rutherford (Constance Martin), Charles Butterworth, Helene Reynolds, Jean Howard, Richard Lane, Jason Robards, Sr.

BEDSIDE MANNER (United Artists, 1945) DIR – PROD Andrew [L.] Stone SCR Frederick Jackson, Malcolm Stuart Boylan (verhaal van Robert Carson) CAST John Carroll, Ruth Hussey, Charles Ruggles, Ann Rutherford (Lola Cross), Esther Dale, Grant Mitchell

TWO O’CLOCK COURAGE (RKO, 1945) DIR Anthony Mann PROD Ben Stoloff SCR Robert E. Kent (verhaal van Gelett Burgess) CAST Tom Conway, Ann Rutherford (Patty Mitchell), Richard Lane, Lester Matthews, Ronald Drew, Bettejane Greer [Jane Greer]

THE MADONNA’S SECRET (Republic, 1946) DIR William Thiele SCR William Thiele, Bradbury Foote CAST Francis Lederer, Gail Patrick, Ann Rutherford (Linda North), Edward Ashley, Linda Sterling

MURDER IN THE MUSIC HALL (Republic, 1946) DIR John English SCR Frances Hyland, László Görög (verhaal van Maria Matray, Arnold Phillips) CAST Vera Hruba Ralston, William Marshall, Helen Walker, Nancy Kelly, William Gargan, Ann Rutherford (Gracie), Julie Bishop

INSIDE JOB (Universal, 1946) DIR – PROD Jean Yarbrough SCR George Bricker, Jerry Warner (verhaal van Tod Browning, Garrett Fort) CAST Preston Foster, Alan Curtis, Ann Rutherford (Claire Norton), Joe Sawyer, Joan Shawlee, Milburn Stone

THE SECRET LIFE OF WALTER MITTY (RKO, 1947) DIR Norman Z. McLeod PROD Samuel Goldwyn SCR Everett Freeman, Ken Englund (verhaal van James Thurber) CAST Danny Kaye, Virginia Mayo, Boris Karloff, Fay Bainter, Ann Rutherford (Gertrude Griswold), Thurston Hall

THE ADVENTURES OF DON JUAN (Warner Bros., 1948) DIR Vincent Sherman PROD Jerry Wald SCR George Oppenheimer, Harry Kurnitz (verhaal van Herbert Dalmas) CAST Errol Flynn, Viveca Lindfors, Robert Douglas, Alan Hale, Romney Brent, Ann Rutherford (Donna Elena)

OPERATION HAYLIFT (Lippert, 1950) DIR Wiliam Berke PROD Joe Sawyer SCR Joe Sawyer, Dean Riesner CAST Bill Williams, Ann Rutherford (Clara Masters), Tom Brown, Jane Nigh, Joe Sawyer, Richard Travis

THEY ONLY KILL THEIR MASTERS (MGM, 1972) DIR James Goldstone PROD William Belasco SCR Lane Slate CAST James Garner, Katharine Ross, Hal Holbrook, Harry Guardino, June Allyson, Tom Ewell, Peter Lawford, Edmond O’Brien, Arthur O’Connell, Ann Rutherford (Gloria)

WON TON TON, THE DOG WHO SAVED HOLLYWOOD (Paramount, 1976) DIR Michael Winner PROD Michael Winner, David V. Picker, Arnold Schulman SCR Arnold Schulman, Cy Howard CAST Bruce Dern, Madeline Kahn, Art Carney, Phil Silvers, Teri Garr, Milton Berle, Joan Blondell, Cyd Charisse, Zsa Zsa Gabor, Dorothy Lamour, Victor Mature, Virginia Mayo, Ann Miller, Walter Pidgeon, Ann Rutherford (Grayson’s secretaresse), Dean Stockwell, Rudy Vallee, Johnny Weissmuller