Raf Reyntjens: “Vanwege corona was er tijdens de opnamen van ‘Déjà-Vu’ geen pret op de set”

“Déjà-Vu” is een nieuwe zesdelige Vlaamse topserie die vanaf 15 maart beschikbaar is op Streamz. In de hoofdrollen zien we Natali Broods en Koen De Graeve als een gescheiden koppel en elkaars overburen, Xenia Borremans en Willem De Schryver spelen hun kinderen, en de cast wordt verder aangevuld door o.m. Janne Desmet (momenteel ook te zien op Canvas in “Albatros”), Clara Cleymans, Boris Van Severen, Barbara Sarafian, Sven de Ridder en Lucas Van den Eynde.

De miniserie volgt het personage van Flo Fierens (gespeeld door Natali Broods). Zij is een drukbezette carrièrevrouw en radio host die met haar eigen ochtendshow een breed publiek bereikt en zich inzet voor gelijke rechten voor vrouwen. Haar leven komt echter helemaal op zijn kop te staan wanneer haar 15-jarige dochter Louise onverwacht overlijdt. Nadien blijkt echter dat voor Flo lang niet alles zo perfect verliep, en het is pas wanneer ze tegen betaling naar het verleden kan terugkeren en ze in haar leven een herkansing krijgt, dat ze opnieuw oog in oog komt te staan met haar dochter, precies één maand voor haar dood. Flo beseft dat ze nu haar verleden kan herbeleven en mogelijk kan herschrijven. De tagline van “Déjà-Vu” luidt dan ook erg toepasselijk, ‘Kan teruggaan alles veranderen?’

Natali Broods in de rol van Flo Fierens | Toon Aerts

De reeks is erg uitzonderlijk omdat genres als drama en sciencefiction met elkaar worden gecombineerd. Flo reist immers terug in de tijd in de hoop haar dochter te kunnen redden, maar worstelt ook met maatschappelijke issues zoals emancipatie, en de zoektocht naar de balans tussen werk en privé.

Regisseur van dienst is Raf Reyntjens (geb. 1975), niet meteen een household name onder de Vlaamse regisseurs, zou je denken—toch niet zoals zijn collega’s Felix Van Groeningen, Michaël R. Roskam of Erik Van Looy—maar om het in wielertermen uit de drukken, hij is de kloof aan het dichtrijden. In het begin van zijn carrière werkte hij zich in de kijker met twee kortfilms met Matthias Schoenaerts (”A Message from Outer Space,” 2004; “Tunnelrat,” 2008). Als regisseur van meerdere commercials en videoclips werd hij wereldberoemd in Vlaanderen als de maker van de reclamespot “Who Took My Badjas” (2009) voor Belgacom TV, en hij nam videoclips op met o.m. Stromae waarvan “Papaoutai” (2013, officiële clip) op YouTube tot dusver ruim 788 miljoen views totaliseert. In 2015 regisseerde hij de gelauwerde Belgisch-Nederlandse tragikomedie “Paradise Trips,” goed voor drie Ensors, met positieve reviews in de V.S.—inclusief in het Amerikaanse vakblad Variety—en, eveneens over de plas, genomineerd voor filmprijzen op de festivals van Palm Springs (Californië) en Scottsdale (Arizona). Dan voel je als filmfanaat toch wel de hete adem van dit aanstormend talent in je nek. Je zou voor minder.

“Who Took My Badjas” (2009)

Want nu is er de miniserie “Déjà-Vu” waarvan de oorsprong is terug te vinden in de Frans-Canadese reeks “Plan B” (2017-2018). De adaptatie werd uitgewerkt door Raf Reyntjens zelf, in samenwerking met Bjorn Van den Eynde. Cinematograaf Dries Delputte (“Albatros”) stond achter de camera, en Mathieu Depuydt (“De Bende van Jan de Lichte”) en David Verdurme (“King of the Belgians”) verzorgden de montage. De originele muziekscore is van Oliver Symons en Sonhouse.

“Déjà-Vu” is een productie van Streamz en Mariano Vanhoof voor Fobic Films, in coproductie met Geronimo en met de steun van de Belgische Tax Shelter maatregel. En zoals gezegd, vanaf 15 maart dus op Streamz, en later dit jaar staat de serie gepland op Play4.

Hier volgt een gesprek met de gepassioneerde en veelzijdige regisseur Raf Reyntjens, coronaproof afgenomen via telefoon, over “Déjà-Vu” en hoe deze indringende reeks in onzekere tijden tot stand kwam.

Als je erin lukt om “Déjà-Vu” te draaien tijdens de coronapandemie, dan ga ik ervan uit dat je een heel hectisch jaar achter de rug hebt?

Héél hectisch, heel onzeker ook. Maar ik heb wel het geluk gehad om dit te mogen doen, want indien men de serie een jaar had uitgesteld, dan zag er het er zeker niet zo rooskleurig uit. De reeks stond al in de steigers om te draaien toen de lockdown werd afgekondigd, dus werden de opnamen opgeschoven naar de zomer, in de wetenschap dat in het najaar alles opnieuw zou vastlopen. Maar als je alles een jaar moet uitstellen, dan zit je met enorme problemen met de agenda’s van de acteurs, en dan moet je gewoon herbeginnen. Dus we waren wel gedwongen om te draaien, en ik ben blij dat Mariano [Vanhoof] het heeft aangedurfd.

Raf Reyntjens, regisseur en co-scenarist van “Déjà-Vu” | Kris Dewitte

Had je bij het schrijven van de adaptatie Natali Broods en Koen De Graeve al in je achterhoofd?

Dat is redelijk snel gebeurd. Het personage van Flo is een heel mooie vrouwelijke hoofdrol, heel complex ook, heel gelaagd. Je hebt dan een ervaren actrice nodig die de techniek heeft om al de verschillende aspecten van die ene vrouw te spelen, maar die ook de kijker kan meeslepen in dat sci-fi gegeven, het geloofwaardig kan overbrengen, en ze moet ook de reeks kunnen dragen. Natali woont bij mij in de buurt, onze kinderen gaan naar dezelfde school, en ik had haar erover aangesproken. Toen ik haar uitlegde waar de reeks over ging, zijn we onmiddellijk aan de praat geraakt, en bepaalde thematische onderwerpen kwamen meteen ter sprake, zoals de moeilijke balans tussen werk en gezin—wat ons niet vreemd is—en waarmee ook het personage van Flo heeft te maken. Ik had vrij snel het gevoel dat Natali de actrice was om die rol te spelen.

En zij heeft in het verleden al vaak getoond hoe getalenteerd ze wel is.

Ja, en ik kan je verzekeren, het is een fantastische ervaring om met haar te kunnen samenwerken. Ik had nog nooit echt een vrouwelijke hoofdrol geregisseerd; mijn vorige film [“Paradise Trips”] was met Gene Bervoets. De samenwerking met Natali was alleszins even boeiend en uitdagend, er was een zeer interessante dynamiek tussen ons en ze heeft ook alles gegeven.

“Paradise Trips” (2015, trailer)

Om even terug te keren naar de opnameperiode tijdens corona, ik stel me dan voor dat je op de set veel mondmaskers ziet, anderhalve meter afstand, ontsmettingsgel bij de hand, iedereen voortdurend testen, elke tafel of stoel die werd gebruikt meteen ontsmetten, enz. Klopt dat?

Ik had er in het begin met cameraman Dries Delputte over gesproken en we dachten, ‘Dat zal wel loslopen, dat komt wel goed.’ We zijn redelijk streng begonnen: mondmaskers binnen, maar niet buiten, veel social distancing, de hele crew werd getest vóór de shoot, en de acteurs werden regelmatig getest. Er was geen contact tussen de figuratie en de cast of crew, ik moest regisseren met een mondmasker, de acteurs repeteerden altijd met een mondmasker en dat mocht enkel af tijdens de shoot. We hadden ook geen cateringtafel op de set en tijdens de lunch moesten we eten in dezelfde bubbel. Vanwege corona was er tijdens de opnamen dus geen pret op de set, daar was totaal geen ruimte voor. En dus was de sfeer niet zoals op een gewone set, maar anderzijds was er dan weer zo’n soort van focus die je op een normale set niét hebt. Op de redelijk korte tijd die we hadden, hebben we heel goed kunnen draaien, ook al hadden we een extra week nodig: we hadden heel wat problemen met locaties die op het laatste moment werden afgezegd omdat ze het toch niet zagen zitten om in deze omstandigheden een filmploeg over de vloer te krijgen.

Maar het is gelukt, en iedereen is negatief gebleven?

Na een week was één van onze hoofdrolspeelsters in contact gekomen met iemand met corona, en toen hebben we de shoot stilgelegd totdat iedereen dubbel getest was. Meteen zat een ploeg van vijftig man een volledige week thuis zonder werk, dat was wel een reality check. Toen beseften we hoe serieus het allemaal was en werden de regels aangescherpt waardoor we ook mondmaskers buiten moesten dragen; gelukkig hadden we nadien niet veel coronaproblemen meer—behalve dan al de locaties die werden afgezegd en een actrice die de dag voor haar opnamen corona kreeg, waardoor ze niet meer kon vervangen worden en ik die verhaallijn heb moeten schrappen. Tot de laatste draaidag hing immers het zwaard van Damocles boven ons hoofd: er kon heel gemakkelijk zoveel mislopen waardoor de reeks in gevaar zou komen. Daar moesten we mee leven, en het was de onzekerheid die heel slopend was. Maar iedereen was vooral héél blij dat we konden blijven werken, want rondom ons was het bijna een slagveld. Zoveel mensen zonder werk, shoots die werden uitgesteld… Het grote geluk dat wij hadden, was dat we vóór corona al bezig waren en niet echt meer terugkonden. Mocht corona er een paar maanden eerder zijn geweest, dan was de reeks een jaar uitgesteld en moest alles geherfinancierd worden. Dus we zijn enorm opgelucht dat deze reeks er gekomen is.

Koen De Graeve, Willem De Schryver, Xenia Borremans en Natali Broods in “Déjà-Vu” | Toon Aerts

Hoe ben je aan “Déjà-Vu” begonnen? Had je een bepaalde invalshoek in gedachten?

In januari [2020] had Mariano me laten weten dat hij een regisseur zocht voor de remake van de Canadese reeks “Plan B.” Ik stond niet te springen om een letterlijke remake te draaien, maar hij vroeg gewoon, ‘Kijk er eens naar.’ Na de eerste aflevering zag ik het nog niet onmiddellijk—het was goed gemaakt, maar het was vrij genre omdat het heel erg op het idee speelde van terug in de tijd gaan—maar nadat ik heel de reeks had gezien, bleek dat het verhaal toch een enorme impact op mij had. Je had een aantal brandend actuele thema’s, zoals de balans tussen werk en gezin, of huiselijk geweld, en wat mij ook heel erg aansprak in de reeks, was het drama: de zelfmoord van de dochter, de verscheurde familie die door het terug in de tijd gaan helemaal geanalyseerd werd om dan een nieuwe vorm aan te nemen. Je hebt dus een disfunctionele familie waar fors aan de boom wordt geschud zodat alle personages een nieuwe plaats krijgen. Dat vond ik een enorme uitdaging. Ik ben dan wel afgestapt van het idee om er een genrereeks van te maken en besloot om de focus meer te leggen op de beleving van Flo, het vrouwelijke hoofdpersonage: wie is die vrouw, hoe gaat ze met haar familie om? En dat tijdreizen was een sterke metafoor voor de therapie die ze ondergaat na de dood van haar dochter, het terug in het verleden gaan, kijken wat er is misgelopen, en zich afvragen wat ze vroeger anders had kunnen doen. Dat zijn vragen waar iedereen mee worstelt en waar je volgens mij een breed publiek kan bereiken—zonder op effectenjacht te moeten gaan. De pure emoties van die familie en die dramatische scènes zouden op zich melodramatisch kunnen zijn, maar in dit concept waren ze heel dankbaar om uit te werken, want er zat altijd een dubbele bodem in. En zo kan het publiek vanwege het tijdreizen er ook naar kijken vanuit een zekere afstand, waardoor mensen misschien toch beginnen na te denken over dat gegeven en over hun eigen leven. Ik denk dat het echt een reeks is die een zekere impact kan hebben, en dat heeft mij enorm gemotiveerd in heel dit proces. [Voel jij je somber, angstig of depressief? Ben je bezorgd om iemand? Dan kan je terecht bij het nummer 1813 van Tele-Onthaal. Via hun website https://www.tele-onthaal.be kan je chatten, mailen of bellen met een vrijwilliger.]

Moest er aan het origineel scenario veel veranderd worden?

Dat scenario was tien jaar geleden geschreven, maar intussen is er de #MeToo beweging opgekomen. Dat thema kwam in het origineel ook wel aan bod, maar de vrouwelijke personages kenden de beweging niet omdat het toen nog niet was gebeurd. Dat kwam natuurlijk heel raar en wereldvreemd over, dus dat moest mee in de dialogen worden verwerkt om te zorgen dat ze hedendaags zijn. De laatste jaren heeft de vrouwenbeweging veel vooruitgang geboekt, maar tegelijkertijd is gebleken dat er op het vlak van gelijkheid toch nog veel werk aan de winkel is.

Dat viel ook op toen Frances McDormand haar tweede Oscar won voor haar rol in “Three Billboards Outside Ebbing, Missouri” [2018] en ze tijdens haar dankwoord op het podium de genomineerde vrouwen uit alle categorieën vroeg om recht te staan. En dat was maar een kleine groep.

Ja, da’s niet te geloven, hé. Filmsets zijn intussen al een stuk vrouwvriendelijker dan vroeger, maar de filmindustrie worstelt daar ook nog mee. Het is niet omdat je als filmmaker zelf voor gelijkheid bent, dat daarom het probleem verdwijnt. Het is ook geen strijd van ‘mannen tegen vrouwen.’ In de reeks wordt ook gaandeweg duidelijk gemaakt dat het een maatschappelijk probleem is, en dat heel de maatschappelijke structuur scheefgetrokken is. Zoiets groeit niet zomaar terug recht, dat heeft een extra inspanning nodig.

4 maart 2018: Jodie Foster en Jennifer Lawrence reiken de Oscar voor ‘Actress in a Leading Role’ uit aan Frances McDormand die tijdens haar speech een lans brak ter ondersteuning van de vrouwenbeweging

Bij “Déjà-Vu” gebruik je de camera heel efficiënt door veel met close-ups te werken, en vanwege de vage achtergronden gaat je aandacht nog meer naar de acteurs die je heel nauwgezet in beeld brengt. Waarom heb je voor die aanpak gekozen?

In de originele serie is alles ruimer gefilmd, wij wilden het meer character driven maken. De karakters—de personages—zijn natuurlijk ook een speelbal van de omstandigheden. En waarom hebben we zoveel close gedraaid? De decors van Talina Casier, mijn vriendin en moeder van ons kind overigens, werden ook aangepast naargelang de tijdsgeest. In de eerste afleveringen is dat nog niet echt duidelijk, maar elke aflevering gaat steeds dieper terug in de tijd om de steeds weerkerende problemen van het gezin in de wortel aan te pakken en die proberen goed te maken. Elke keer Flo naar het verleden gaat, krijgt het heden een nieuwe uitkomst en dat gaat gepaard met subtiele veranderingen in de decors die kleur geven aan het emotionele gestel van Flo. En we wilden niet uitpakken met de decors, maar vooral de nadruk leggen op het acteerspel. Dat doe ik niet in al m’n werk, maar hier was het wel gepast, ook om duidelijk te maken dat het sci-fi gegeven voor ons niet gaat om letterlijk terug in de tijd gaan dan wel eerder een psychologische metafoor van iemand die teruggaat in haar hoofd en daar probeert te fixen wat er is misgelopen.

Wanneer in de eerste aflevering het personage van Charlotte Vandermeersch een bommetje gooit en in de ogen van Flo de mogelijkheid creëert om terug in de tijd te gaan zodat ze opnieuw bij haar dochter kan zijn, dan krijg je zo’n Brian De Palma-gevoel in de zin van, ‘Dat is te mooi om waar te zijn, hier schuilt zeker een addertje onder het gras.’ Je weet dat heel subtiel uit te spelen.

Wel, ik kan daar moeilijk iets over zeggen, want dan ga ik teveel moeten prijsgeven over het verhaal [lacht].

Xenia Borremans als Louise, de dochter van Flo | Toon Aerts

Heb je je verhaallijn moeten aanpassen, al was het maar om ervoor te zorgen dat elke aflevering met een geschikte cliffhanger kan eindigen?

Onze cliffhangers zijn soms anders dan bij de originele serie, maar de overall structuur is dezelfde gebleven. Op een bepaald moment speelden we met het idee om vijf afleveringen te maken, maar het origineel zat te goed in elkaar zodat we bij zes afleveringen zijn gebleven. Ik heb wel een aantal subplots geschrapt omdat we ervoor gekozen hebben om alles op Flo te focussen. Dat heeft ruimte gecreëerd om bepaalde key scènes tussen de hoofdrollen dieper uit te werken. Sommige verhaallijnen werden ook aangepast omdat we onze personages geloofwaardig Vlaams moesten maken. Het origineel is in Quebecois—dus Frans—en in Quebec gebruiken ze heel veel woorden om bepaalde emoties uit te leggen waar de gemiddelde Vlaming niet over durft te praten. Toen ik de eerste vertaling las, dacht ik meteen, ‘Oeps, we zitten met een probleem.’ Het kwam totaal niet over, dus er was heel veel werk aan de dialogen. We hebben er met Femke Heijens nog een vrouwelijke blik bij betrokken en er ook met de acteurs veel aan gewerkt om alles zo geloofwaardig en zo naturel mogelijk te krijgen. Hierdoor zijn de onderlinge relaties tussen alle personages aangesterkt, de verhoudingen evolueren nu mooi doorheen heel de reeks. En we moesten het scenario ook aanpassen naar de productionele omstandigheden. Het personage van Louise bijvoorbeeld—de dochter—probeert in “Plan B” aan topturnen te doen en gaat daarna bij een circusgezelschap, maar dit bleek niet haalbaar of toch alleen ten koste van andere, belangrijke scènes. Dus hebben wij er een balletdanseres van gemaakt die nadien urban dance gaat doen. We hadden dan het geluk dat Xenia Borremans vroeger nog ballet heeft gedaan zodat we niet met een stand-in moesten werken. Zij heeft tijdens de lockdown van de tijd gebruik gemaakt om al haar ballet moves en dance moves in te oefenen; ze was dus goed getraind toen ze op de set kwam.

Daarnet vertelde je dat je met de acteurs aan de dialogen hebt gewerkt. Hoever ga je daarin mee? Sta je bijvoorbeeld ook open voor improvisatie?

Absoluut. Voor mij is het altijd een samenwerking met de acteurs, en die begint al bij de voorbereiding. Ik vertel hen hoe ik het personage zie, en dan wordt er veel over gepraat totdat er een bepaalde consensus is van wat zij willen en waar de personages naartoe gaan met hun leven. Maar ik geef mijn acteurs meestal niet alle informatie mee, ik vertel hen niet altijd wat de andere acteurs willen, zodat ze soms wel eens botsen in hun visie of in een scène. Dat zorgt dan voor interessant vuurwerk. Maar eenmaal beslist is hoe een scène er moet uitzien, wordt het idee wel verankerd. Dus pure improvisatie op de set zie je minder. De scènes voelen misschien naturel aan, maar dat is dan toch een illusie want het meeste is uiteindelijk wel altijd bedacht. Vergeet ook niet dat je bij een TV-reeks elke dag zes minuten fictie moet draaien, dat zijn gemiddeld een zestal scènes, en anderhalf uur per scène is zowat het gemiddelde. En er zijn altijd wel obstakels waar je rekening mee moet houden, een locatie die anders is of zo, en op het laatste moment komt er dan toch nog iets anders uit de bus. Het is dus een heel organisch proces waarin alles heel de tijd evolueert, en ik heb “Déjà-Vu” ervaren als een heel creatieve shoot, ook met de crew. Ik had zeker een gevoel van creatieve vrijheid, ondanks het feit dat de timing en de deadline zeer strak waren. We hadden slechts acht draaidagen per aflevering—we hebben het wel niet altijd gehaald, hier en daar is er een dag bijgekomen—maar het was wel heel pittig.

Als het zo pittig en zo intens is, neem je dan ’s avonds je werk ook mee naar huis?

Daar gaat de reeks ook over hé [lacht], over de moeizame balans tussen werk en gezin. Tijdens de shoot zaten we sowieso alle dagen minstens elf uren op de set, dus je werk mee naar huis nemen, zat er niet in. Je kwam enkel thuis om te slapen.

Fobic Films is een heel creatief en inventief productiehuis, niet?

Ja, ik heb eerder al met Mariano en Geoffrey [Enthoven] gewerkt. Ik was regie-assistent van Geoffrey bij zijn eerste speelfilm “Les enfants de l’amour” [2002], en daarna heb ik met Mariano als producent gewerkt bij mijn eerste kortfilm “A Message From Outer Space” [2004], dus ik wist dat Mariano een producent was die een zekere uitdaging niet uit de weg gaat. Ik ben hem ook heel dankbaar voor het vertrouwen dat hij mij heeft gegeven om “Déjà-Vu” te maken. In het begin hebben we er heel veel over gecommuniceerd, Mariano hield de controle over de productie goed in handen, en van zodra hij voelde dat het creatief op het juiste spoor zat, heeft hij me laten doen. Hij heeft altijd zijn mening gegeven waardoor er een vertrouwensband is gegroeid. Telkens hij iets zei dat steek hield, paste ik het aan, maar als ik bij wijze van spreken op tafel klopte omdat ik iets belangrijk vond, dan luisterde hij ook naar mij. Dus voor mij was het een heel positieve ervaring.

“A Message From Outer Space” (2004, trailer)

Ik heb ooit gesproken met William Wellman Jr., de zoon van regisseur William Wellman die met “Wings” [1928] de eerste film maakte die bekroond werd met een Oscar voor Beste Film. Hij vertelde me dat zijn vader de eerste draaidag van een nieuwe film altijd heel speciaal vond. Ervaar jij dat ook zo?

Ik kan dat wel begrijpen. Bij ons was dat ook heel speciaal: je hebt een idee van wat je gaat doen, je hebt er met de cast en de crew over gesproken, en wij werden toen vooral geconfronteerd met de kloof tussen onze ambitie en de tijd die we hadden om die te realiseren. Het enige dat je dan kan doen, is je zo goed mogelijk aanpassen. Als ik me goed herinner, de eerste week, of zelfs de eerste twee weken, hebben we nooit onze planning gehaald. We lieten altijd een scène liggen die we er niet op kregen, en problemen werden vooruit geschoven. Maar dan wordt de druk ook alsmaar groter en groter om dat structureel aan te pakken, en daar kon Mariano niet mee lachen. Als producent heeft hij ook niet de mogelijkheid om er zomaar twee weken aan toe te voegen. We hebben er dan over gesproken, er werden gelukkig een aantal dagen extra in gepland, en het heeft toch even geduurd voordat we in een flow zaten die helemaal werkbaar was. Maar ja, de enige reden van die druk was dat zowel cast als crew het beste van zichzelf wilden geven.

En dat zie je ook, want het resultaat is ronduit schitterend. Bij deze.

Toen Mariano “Déjà-Vu” begin vorig jaar voorstelde, heb ik alles laten vallen en mij volledig gestort op de reeks. Het was heel verhelderend om echt als regisseur te werken; ik had dan wel de adaptatie geschreven, maar dat was tegen de tijd en dus niet zo’n slopend proces als het ontwikkelen van een origineel scenario. Het deed echt deugd om snél te moeten werken, met een deadline, en dagelijks knopen doorhakken. Het was enorm boeiend en leerrijk.

Komt er mogelijk een tweede seizoen?

Ja, maar het verhaal van “Déjà-Vu” heeft een closed ending, de personages zal je dus niet meer terugzien in een volgend seizoen. Je krijgt dan binnen hetzelfde gegeven van tijdreizen een heel andere insteek, met andere acteurs en een andere look en feel, vergelijkbaar met hoe ze het in “Beau Séjour” hebben aangepakt. Of dat nieuwe seizoen er komt, hangt niet van mij af, maar van het succes van “Déjà-Vu.” De reeks is op de valreep klaar geraakt, dus op dit moment sta ik niet te springen om terug in het verleden te graven en opnieuw de talloze discussies aan te gaan van, ‘In welke tijd zitten we nu?’ Want dat was tijdens de shoot soms erg verwarrend.

In welke zin?

Omdat Natali op één dag wel tot drie keer werd omgebouwd naar een andere tijd. Op een bepaald moment in de reeks is ze vijftien jaar jonger, dat zijn enorme veranderingen voor een acteur—voor iedereen, ook om iedereen op de hoogte te houden van in welke tijd we nu effectief zitten. En er zijn fouten gemaakt, wees daar maar zeker van, maar die zijn allemaal schonekes opgelost in de montage.

Barbara Sarafian, in “Déjà-Vu” uitzonderlijk in een kleine rol | Toon Aerts

Dat vraagt dan van de acteurs wel enorm veel concentratie en empathie?

Ja, en omdat in het verhaal alles zo op Natali is gefocust, moest ze elke dag van de shoot op de set zijn. Ze had nooit echt een moment van rust. Vóór het draaien zat ze dan al vaak lange tijd in make-up, en er waren momenten dat ze heel moe was. Dus ja… ze heeft dat ongelooflijk goed gedaan, en dit is niet iets dat je zomaar even doet. Dat moet ook voor haar heel ingrijpend geweest zijn.

Kun je al iets vertellen over je serie “Phil Frisco” die eraan komt?

Die heb ik vóór “Déjà-Vu” gedraaid, ik was daar co-regisseur. Showrunner Koen Van Sande had me gevraagd om de reeks samen met hem te regisseren. Dat was een supertoffe draaiperiode—helemaal anders dan de draaiperiode van “Déjà-Vu.” Dat werd ook tijdens een heel hete zomer gedraaid, met een ontzettend leuke energie tussen cast en crew, en heel veel feestjes. Het is een crime comedy, iets heel anders dus, die er naar mijn gevoel heel goed is uitgekomen. De reeks is overigens al klaar [tien afleveringen, de cast bestaat naast een schitterende hoofdrol van Lucas Van den Eynde uit o.m. Koen De Bouw, Barbara Sarafian, Luk Wyns, Chris Lomme en aanstormend talent Jennifer Heylen.] Maar over de release kan ik voorlopig niets zeggen, omdat ik het zelf nog niet weet. Laat ons hopen dat de reeks ook op Streamz mag komen, ze zal alleszins ooit te zien zijn op VTM.

Tot slot, je hebt vroeger met Matthias Schoenaerts gewerkt; jullie zijn generatiegenoten en zijn ongeveer samen begonnen. Zien jullie elkaar of horen jullie elkaar nog wel eens?

We hangen niet elke week aan de lijn en we spreken ook niet af, maar we komen elkaar soms wel tegen, en dan is het altijd heel hartelijk. Nu is hij sinds corona terug meer in Antwerpen, dus wellicht loop ik hem eens tegen het lijf. Als ik ooit een goeie rol heb voor hem, ga ik het hem zeker voorstellen.

Phone interview
10 maart 2021

“Déjà-Vu” (2019, trailer)

FILMS

LES ENFANTS DE LAMOUR (2002) DIR – SCR – ED Geoffrey Enthoven ASSISTANT DIR Raf Reyntjens PROD Mariano Vanhoof, C. Buchet-Charlet CAM Gerd Schelfhout MUS Louis Devos, Das Pop CAST Olivier Ythier, Winnie Vigilante, Michael Philpot, Nathalie Stas, Fauve De Loof, Jean-Louis Leclercq

PARADISE TRIPS (2015) DIR – SCR Raf Reyntjens PROD Frank Van Passel, Ivy Vanhaecke CAM Rik Zang ED Els Voorspoels MUS David van der Heyden CAST Gene Bervoets, Jeroen Perceval, Noortje Herlaar, Cédric van den Abbeele, Tania Vandersanden, Line Pillet, Charlotte Timmers

TV

DÉJÀ-VU (2021), alle 6 afleveringen
PHIL FRISCO (2021), alle 10 afleveringen (co-regie met Koen Van Sande)

KORTFILMS

ABOUT LOVE (1999)
A MESSAGE FROM OUTER SPACE (2004)
TUNNELRAT (2008)

VIDEO’S

THE POLICE CHIEF’S SON (2007)
STROMAE: PEACE OR VIOLENCE (2011)
STROMAE: PAPAOUTAI (2013)