Eshref Reybrouck: “Het is altijd mijn betrachting om mensen te laten meevoelen met de personages”

Tijdens het afgelopen Film Fest Gent werd de nieuwe Eén-reeks “Cheyenne & Lola” voorgesteld die vanaf 1 januari 2021 beschikbaar is op Streamz, en later te zien is op Eén. De Vlaams-Franse co-productie werd geregisseerd door Eshref Reybrouck (geb. 1981), die als regisseur debuteerde met de serie “Marsman” (2014), gevolgd door o.m. het tweede seizoen van “Cordon” (2016) en het eerste seizoen van “Undercover” (2019).

In “Cheyenne & Lola” staan twee vrouwen centraal. Cheyenne, gespeeld door Veerle Baetens, is zes maanden vrij uit de gevangenis. Ze droomt ervan om ooit haar huidige bestaan te ontvluchten en naar het Amazonewoud te trekken. Lola, rol voor Charlotte Le Bon, is een ravissante maar egoïstische Parisienne die naar Noord-Frankrijk is gekomen om bij haar minnaar in te trekken en zo ook op zoek te gaan naar een beter bestaan. Cheyenne ziet toevallig hoe Lola de vrouw van haar minnaar om het leven brengt. Deze misdaad verbindt het lot van de twee vrouwen, en sleurt hen mee in een gevaarlijk spel van bedrog en verraad. Hoewel Cheyenne en Lola qua karakter elkaars tegenpolen zijn, bevinden ze zich allebei in dezelfde benarde en onderdrukte situatie. Om te overleven—en hopelijk hun leven te verbeteren—zijn ze haast genoodzaakt om bondgenotes te worden.

Alvorens Eshref Reybrouck als regisseur aan de slag ging, was hij jarenlang regie-assistent op tal van Vlaamse film- en TV-sets waar hij de knepen van het vak leerde. Een natuurlijke progressie die heel wat gereputeerde Hollywoodpioniers een eeuw geleden ook doorliepen, van regisseurs als Clarence Brown, Josef von Sternberg, Leo McCarey en bully Henry Hathaway, tot viervoudige Oscarwinnaars als Fred Zinnemann en John Ford. Meteen een interessant aanknopingspunt voor het coronaveilige telefoongesprek met de man achter “Cheyenne & Lola.”

Charlotte Le Bon en Veerle Baetens in “Cheyenne & Lola,” de nieuwe fictiereeks van Eén. Foto: ® Toon Aerts

Waaruit bestaat het takenpakket van een regie-assistent precies?

Hij is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op de set. Als je op meerdere sets komt en in die hoedanigheid met veel verschillende regisseurs kunt samenwerken, kan je altijd wel iets cherry picken. Je houdt dan een aantal zaken bij, je onthoudt ze, de do’s en don’ts, en dan krijg je een vrij duidelijk beeld, hoewel het erg persoonlijk en smaakafhankelijk is. Maar het gaf mij in alle geval een vrij goed idee van wat regie allemaal inhield. Ik had altijd de stille ambitie om zelf te gaan regisseren zonder het echt te pushen—ik ben ook niet het type regisseur die perse zijn ei kwijt wil. Maar als ik een verhaal lees en het intrigeert mij, dan wil ik er wel werk van maken. Zo heb ik toevallig de kans gekregen met “Marsman” [2014]. Toen ik zag hoe dat verhaal me boeide, was er geen twijfel meer mogelijk.

Wat heeft je aangesproken om “Cheyenne & Lola” te maken?

In de eerste plaats het scenario, héél goed geschreven door Virginie Brac. Het is nu ook een boeiende periode om verhalen te brengen over leading ladies, over sterke vrouwen, en wat ik zo interessant vond, was dat die twee personages zo verschillend zijn, toch in hetzelfde schuitje zitten, en halsstarrig proberen hun verleden achter zich te laten door een toekomst te willen opbouwen. Wat uiteindelijk niet zo evident blijkt te zijn.

En daarvoor gebruik je verschillende thema’s, zoals isolatie, eenzaamheid, vriendschap, migratie…

Ja, want al die onderwerpen zijn actueel en heel interessant, vind ik. En de dialogen staan op een zeer hoog niveau, bovendien zit er tezelfdertijd ook veel humor in. Toen ik het scenario voor het eerst las, wist ik dat Veerle Baetens al aan het project verbonden was, zij ging sowieso Cheyenne spelen. Als je dat van bij het begin al weet, dan krijg je meteen een grote bonus, want zij is zo’n klassebak

De eerste twee afleveringen werden tijdens het Film Fest Gent voorgesteld, en in het tijdsbestek van die twee afleveringen gebeurt al heel wat. Ik heb de indruk dat je veel te vertellen hebt, maar toch neem je er ook je tijd voor. Je gaat niet overhaast te werk, klopt dat?

Ja, er moet veel verteld worden, maar ik houd ook van slow drama: het is mijn stijl om er mijn tijd voor te durven nemen en visueel geen al te buitensporige dingen te doen. We hadden een sterk scenario, topacteurs en zeer interessante locaties, dus waarom niet proberen om het simpel te houden en vooral de acteurs de scènes te laten overstijgen? Het was dus niet evident om veel te moeten of te willen vertellen, of me te vergalopperen in een flitsende beeldmontage. Dat wilde ik zeker vermijden.

Dat is juist, want alles is netjes uitgebalanceerd. Is dat een moeilijke oefening?

Dat is altijd de uitdaging. Ik houd bijvoorbeeld van humor, maar om nu een reeks te doen enkel en alleen voor de comedy, dat gaat me minder interesseren. De wisselwerking met drama is wel leuk: voor mij is drama de basis, en het wordt interessant om daar tussendoor een zekere lichtheid in te brengen, of een personage te introduceren dat toch iets larger than life is. Een moeilijke balans dus, maar wel heel boeiend om te doen. Bij “Undercover” was dat net hetzelfde, je moet altijd alles afwegen. Soms kan het dan iets té karikaturaal worden, maar als kijker heb je het soms ook nodig om af en toe even op adem te kunnen komen. Ik probeer daarin subtiel te blijven, je moet niet altijd de dingen on the nose vertellen of de kijker dwingen van ‘je moet nu dit voelen’ of ‘ik wil je daar naartoe brengen.’ Nee, gewoon zo eerlijk mogelijk blijven bij het vertellen van je verhaal, daar komt het op neer.

Is dat ook niet je kracht? Want neem nu “Cordon,” “Undercover” en “Cheyenne & Lola,” er schuilt veel empathie in de personages en in de structuur van je verhaallijnen.

Het is altijd mijn betrachting om mensen te laten meevoelen met de personages. Dat is voor mij het belangrijkste.

Heb je intussen ook al een duidelijke respons van het publiek gekregen op “Cheyenne & Lola”? Het Film Fest Gent was een festival met heel wat beperkingen, het is een heel andere beleving geworden, ook voor het publiek.

Absoluut. Met de coronacrisis heb ik de indruk dat het publiek ook minder snel meeleeft. Het maakt het zeker moeilijker om in te schatten of het publiek het nu al dan niet kan smaken.

Kun je even de historiek van “Cheyenne & Lola” schetsen? Wanneer ben je mee in het project gestapt? Want de casting van Veerle was dus al rond. Was de financiering toen ook al gebeurd, de locaties, enz.?

De financiering was quasi rond, de Franse producenten wisten dat het in orde zou komen. Maar verder, het enige dat toen al vastlag, waren de scenario’s van de eerste twee afleveringen. Die waren helemaal uitgeschreven. En Veerle was er dus ook. Toen ben ik erin gestapt, dat was in januari 2019, en ongeveer een maand later kwamen de scenario’s van de derde en de vierde aflevering. In maart-april ben ik dan echt begonnen met de casting en de locaties. Ik heb ook veel interviews gedaan met decorateurs, stylistes, noem maar op, en zo heb ik mijn team kunnen samenstellen. In mei zijn we in productie gegaan, toen is ook de chef-decorateur gestart, en de acteurs die we toen al hadden, konden naar de styling. Zo hebben we dan verder gewerkt, en met Veerle en de scenaristen werd nog veel aan het scenario gewerkt—geen gigantische wijzigingen, maar je wil het je wel ‘eigen’ maken. Intussen was een groot deel van de casting ook al achter de rug. Daar was ik heel blij mee, want we hadden een zeer goede casting director.

Was je vertrouwd met de Franse cinema of met Franse acteurs?

Nee, niet echt, maar de casting director heeft mij heel veel aangereikt, heel veel opties gegeven, en hij had ook direct door welk type van acteur ik zocht voor bepaalde rollen. Hij ging daar heel naarstig naar op zoek en hij heeft ze ook allemaal gevonden. Het enige probleem op dat moment was om een geschikte Lola te vinden, ik denk dat we daar zeker dertig vrouwen voor gecast hebben. We moesten ook rekening houden met het budget, want er was geen gigantisch groot budget voorzien. Maar in het begin vonden we echt niémand, totdat we uiteindelijk bij Charlotte Le Bon uitkwamen. Het was meteen duidelijk dat zij de geschikte actrice was om Lola te spelen. We hadden dan ook een casting gedaan met haar en Veerle, en dat was magic. In augustus begonnen we te draaien in Duinkerke, anderhalve maand ongeveer. We hebben daar eerst al de buitenopnamen gedaan, te beginnen op de camping die we volledig hebben aangelegd. Dat was oorspronkelijk een leeg strand—of eerder duinen. We moesten die ietwat ‘vervormen’ om de caravan daar te kunnen plaatsen. Nadien zijn we naar Le Touquet verhuisd waar we vooral aan het huis van Dany hebben gefilmd, en op het einde, in november-december, hebben we alles van de haven en de ferryboten gedraaid. Daar was het toen ijskoud en het regende alle dagen, dus dat was niet zo simpel. Maar het droeg wel bij tot die rauwheid van heel dat havengebeuren.

Als ik het dan goed begrijp, waren de opnamen achter de rug, en misschien ook al een deel van de post-productie, toen het coronavirus toesloeg?

Een week vóór Kerstmis 2019 waren de opnamen afgelopen, we hadden alles gefilmd wat we wilden hebben, en vanaf 5 januari 2020 ben ik begonnen met de montage. Dat was heel interessant, en ik had het geluk om te kunnen afdwingen om in Antwerpen te monteren [lacht], nadat ik al zolang in het buitenland was geweest. Er waren toen twee Franse monteurs [Emmanuelle Labbé, Diane Logan] naar Antwerpen gekomen. Daar werden twee studio’s voor hen gemaakt, twee montagecellen, en ik ging dan van ene kamer naar de andere. De ene was één aflevering aan het monteren terwijl de andere met een andere aflevering bezig was. Ik ging constant van hot naar her. Ik had nog nooit met twee monteurs tegelijk gewerkt. Het was vrij intens maar ook heel interessant. En wij hadden het geluk dat een week vóór de lockdown de beeldmontage helemaal klaar was. Vanwege de lockdown is dan het verdere verloop van de post-productie wel uitgesteld, zoals de post-synchronisatie met de acteurs, sound editing, sound design, de muziek, de speciale effecten en zo, dat werd allemaal op de lange baan geschoven door Covid. Een maand geleden ongeveer is alles uiteindelijk afgewerkt.

Charlotte Le Bon en Veerle Baetens in “Cheyenne & Lola.” Foto’s: ® Toon Aerts

Het is misschien nog te vroeg nu, maar is er voor “Cheyenne & Lola” ook al belangstelling vanuit het buitenland?

Cannes is nu net achter de rug [Canneseries, 9-14 oktober], dat is de market waar de meeste series verkocht worden, maar omdat het nu allemaal online is gegaan—er zijn geen face to face onderhandelingen—zal het waarschijnlijk wel iets meer tijd vragen. Maar ik hoop het natuurlijk. Federation Entertainment is de distributeur, zij hadden ook “De Twaalf,” “Undercover” en “Red Light” onder hun hoede, dat is een zeer gerenommeerde boîte die er vaak in slaagt om reeksen heinde en verre verkocht te krijgen. Anderzijds kan het ook dat “Cheyenne & Lola” misschien iets minder commercieel is, maar ik weet wel dat de VRT heel tevreden is over de reeks.

Je bent intussen uitgegroeid tot een vaste waarde in het Vlaamse televisielandschap, en elke reeks die je maakt is een schot in de roos. Heb je de ambitie om naast TV-reeksen ook speelfilms te maken?

Ja, ik ben lange tijd met twee projecten verbonden geweest. Maar wat ik zelf al had ondervonden en ook wist uit ervaring van collega’s, een film maken is een zeer slopend proces en heeft een lang traject, dus ik wilde me daar niet meteen op vastpinnen. Een TV-reeks leek meer een certitude voor mij, het is ook gemakkelijker gefinancierd. Daardoor heb ik altijd TV voorop gezet en heb ik, in de momenten toen ik vrij was, nagedacht over eventuele filmprojecten. Maar ik heb dus lang aan twee projecten gewerkt. Eén ervan is doorgegaan, het andere niet, maar ik was ook niet getriggerd om het door te drukken in de zin van, ‘Dit moet je eerste film zijn.’ Dat is wel belangrijk, ik heb ook heel lang gewacht voordat ik “Marsman” heb geregisseerd, die eerste serie moest wel iets zijn waar ik honderd procent van overtuigd was. Ik wil dus ook geen film maken om gewoon te kunnen zeggen, ‘Kijk, ik heb een film geregisseerd.’ Dan wacht ik liever tot ik een film vind die ik absoluut wil maken. En daar wacht ik nog steeds op, maar ik ben niet ongeduldig, ik ben blij dat ik ondertussen goeie reeksen kan draaien en ook daar realiseer ik me dat het belangrijk is om een scenario te vinden dat me compleet ligt. Je bent er uiteindelijk meer dan een jaar lang dag en nacht mee bezig, het vraagt zoveel energie en het is een aanslag op je sociaal leven. Dus je wil dan echt wel dat het ook de moeite waard is—voor mij dan, hé. Als het mij niet echt ligt, dan doe ik het niet. En dat is bij TV net hetzelfde: het is best mogelijk dat ik nu een half jaar niets doe, en dan is dat maar zo.

Tot slot, zijn er misschien bepaalde films, filmgrenres of regisseurs die je hebben geïnspireerd om te kiezen voor dit vak?

Vroeger was ik vooral gefascineerd door rechtbankdrama’s, en ik was heel erg overtuigd om advocaat te worden. Ik heb dat ook twee jaar effectief geprobeerd. Maar toen kwam ik erachter dat niet zozeer de advocatuur me interesseerde, maar wel die films zelf. Ik had al wel een passie voor film en regisseurs als Sam Mendez of Paul Thomas Anderson, en er waren verschillende genres die me boeiden. Daarom was het voor mij ook mogelijk om na “Marsman” over te stappen naar “Cordon” wat toch een gigantisch verschil is. Ik vond dat een uitdaging en vandaar, hoe graag ik “Undercover” en “Cheyenne & Lola” ook heb gedaan, ik zou niet echt geïnteresseerd zijn in een tweede seizoen. Want dan doe je hetzelfde: de stempel is gezet, de stijl is bepaald, de acteurs kennen hun personage, en dan is voor mij de uitdaging minder groot. Ik ben altijd geneigd om na een reeks iets anders te willen doen, hoe graag ik het vorige ook deed, hé. Ik houd ervan om mij in nieuwe uitdagingen te kunnen smijten.

Film Fest Gent, interview via telefoon
20 oktober 2020

De trailer van “Cheyenne & Lola”