Rupert Goold: “In Judy Garland herken je een actrice die nu absoluut nog in een sitcom thuishoort”

Judy Garland (1922-1969) was een legendarische Amerikaanse actrice, zangeres en danseres, bekend van o.m. haar romantische en muzikale MGM-komedies aan de zijde van Mickey Rooney. Toen ze nauwelijks tweeëntwintig was en filmklassiekers als “The Wizard of Oz” (1939) en “Meet Me in St. Louis” (1944) had gemaakt, was ze al een icoon.

Bijgevolg werd de 1,51 m grote girl next door in Hollywood één van de belangrijkste moneymakers uit de jaren veertig van vorige eeuw. Later in haar carrière werd ze tweemaal genomineerd voor een Oscar (1954 en 1961), en ze werd de eerste vrouw, en tot nu toe nog altijd de jongste laureate, van de Cecil B. De Mille Award (in 1961 op 39-jarige leeftijd). In 1999, dertig jaar na haar dood, werd ze door het American Film Institute verkozen tot achtste Greatest Female Star in hun top vijfentwintig van Greatest Screen Legends (het AFI omschrijft een filmlegende als ‘een acteur met een uitgesproken screen presence in Amerikaanse speelfilms en wiens filmdebuut dateert van in of voor 1950, of na 1950 indien zijn/haar dood het complete oeuvre omvat’).

Een publiciteitsfoto van Judy Garland (1922-1969) uit de jaren veertig van vorige eeuw, toen ze werkte voor rekening van MGM. Foto: Film Talk Archief

Judy Garland had een zeer productieve carrière van halfweg de jaren dertig totdat ze overleed in 1969. In 1959, toen ze slechts zevenendertig was, had ze negenendertig films gemaakt, meer dan vijfhonderd radioprogramma’s en stonden er meer dan duizend tweehonderd live optredens op de teller.

In 2001 werd een vier uur durende biografische miniserie over haar gemaakt voor tv, getiteld “Life With Judy Garland: Me and My Shadows” (naar de biografie “Me and My Shadows: A Family Memoir” van haar dochter Lorna Luft uit 1998), met Judy Davis in de rol van Judy Garland.

Nu, vijftig jaar na haar overlijden, is Garlands eerste biografische drama, “Judy,” een feit. De Britse cineast Rupert Goold, ook bekend van theater, regisseerde Renée Zellweger in een adembenemende en tour-de-force vertolking als Judy, die haar intussen al een British Independent Film Award, een Golden Globe en een Screen Actors Guild Award als beste actrice opleverde. Nu is ze ook genomineerd voor een BAFTA en een Oscar. De BAFTA’s worden uitgereikt op 2 februari, de Oscars in de nacht van 9 op 10 februari (deze alinea werd laatst geüpdatet op 20 januari).

“Judy” is gebaseerd op het toneelstuk “End of the Rainbow” van Peter Quilter en begint bij het einde, toen Judy Garland aan haar laatste tournee begon in de winter van 1968, een vijf weken lange concertreeks in de Londense Hippodrome nachtclub The Talk of the Town, nadat ze al decennia lang verslaafd was aan drank en pillen. Bovendien was ze op het einde van haar leven nagenoeg blut en had ze zo goed als geen dak meer boven haar hoofd. Vandaar de hoop om in Londen opnieuw een financiële reserve te kunnen opbouwen die de toekomst van haar jongste kinderen zou veiligstellen. Filmregisseur Rupert Goold: “Tot op de dag van vandaag is er een reden waarom Judy nog steeds zo belangrijk is voor zoveel mensen. Je ziet haar worstelen, je ziet hoe ze probeert om zich telkens weer te herpakken en ze kan er zelfs mee lachen. Ze was een ongelooflijk grappige vrouw.”

”Judy” is een pareltje van een film met Renée Zellweger in de meest memorabele rol uit haar carrière. Ze acteert, ze danst en ze zingt de pannen van het dak—geen playback, ze zingt werkelijk àlle liedjes van Judy in de film. En ofschoon niemand ooit Judy Garland kan evenaren, toch neemt de film je mee op sleeptouw en als je ziet hoe Zellweger haar personage tot leven brengt, uiterst broos en kwetsbaar, het is haast alsof Judy Garland nooit is weggeweest. De film is evenwel geen traditionele biopic zoals we doorgaans te zien krijgen: “Judy” beperkt zich immers tot de laatste maanden uit haar leven. Maar zelfs dan nog, wat een veelzijdige en getalenteerde performer!

Filmmaker Rupert Goold (geb. 1972), die eerder al “True Story” (2015) had gemaakt met James Franco, Jonah Hill en Felicity Jones in de hoofdrollen, was één van de genodigden op het voorbije Film Fest Gent om de film voor te stellen (zoals hier eerder al ter sprake kwam), en vooral om dieper in te gaan op de verbluffende metamorfose die zijn hoofdrolspeelster Renée Zellweger heeft ondergaan om een onovertroffen Hollywood icoon als Judy Garland op sublieme wijze te portretteren.

De film loopt in de Belgische zalen vanaf 15 januari.

Judy Garland was één van de vele sterren bij MGM. Je film is gebaseerd op het toneelstuk “End of the Rainbow,” dus het lag meteen vast dat hij over Judy Garland gaat. Maar was er misschien nog een reden waarom zij het centrale personage van je film is?

Ik denk dat de erfenis die Judy Garland heeft nagelaten erg verschilt van veel andere artiesten uit Hollywood’s Golden Age. Haar acteerstijl is nog steeds heel erg fris. Als je kijkt naar de “Andy Hardy” films, zelfs daarin herken je een actrice die nu absoluut nog in een sitcom zou thuishoren. Dus ik voelde me erg aangetrokken tot haar screen persona. Toen ik in de jaren tachtig opgroeide, was Marilyn Monroe het ideale droombeeld van Hollywood. In het pre-Pamela Anderson tijdperk was haar imago nog altijd onaantastbaar. Maar ik denk dat nu, in een periode dat sociale normen, gezinsstructuren en sexuele geaardheid meer ter sprake komen, Judy Garland in sommige opzichten een figuur uit de eenentwintigste eeuw was. Dat heeft deels te maken met het leven dat ze leidde, maar ook vanwege haar rebellie tegen het studiosysteem, en toen ze duidelijk maakte dat ze niet akkoord was met de manier waarop actrices zich moesten gedragen of hoe ze eruit moesten zien. Hoe meer ik over haar leven las, hoe meer ik me daartoe aangetrokken voelde. Zij was een buitenbeentje.

Heb je tijdens je research voor de film ook contact gehad met haar familie?

Nee. Maar Rosalyn Wilder [Garlands persoonlijke assistente tijdens haar laatste maanden], in de film gespeeld door Jessie Buckley, leeft nog en zij was vaak op de set. Ik sprak met haar over tal van details, zoals hoe het theater eruit zag, of hoe de band de intro speelde. Ik was minder geïnteresseerd in wat Rosalyn zelf over Judy Garland zei, omdat ik niet het gevoel wilde hebben dat iemand onze fictieve creatie ter discussie zou brengen. Ik heb ook heel wat biografieën over Garland gelezen—en er zijn er véél—maar ik heb niet te veel getuigenissen gelezen van mensen die haar persoonlijk hebben gekend. Ik zag liever Renée’s vertolking van Judy, dat was voor mij belangrijker. Ik heb wel het boek van [Judy Garland’s vijfde echtgenoot] Mickey Dean gelezen: ‘Weep No More, My Lady: The Best Selling Story of Judy Garland’ [1972], over zijn leven met haar, een heel vreemd boek eigenlijk omdat het meer een vorm van zelfpromotie was, maar het bleef interessant omdat het de periode van onze film belichtte. In 1969 werd Liza Minnelli [geb. 1946] ook een ster op Broadway, ze was volwassen en niet zo vaak bij haar moeder, toch zeker niet in die periode. En Judy’s andere kinderen Lorna [geb. 1952] en Joey Luft [geb. 1955] waren te jong. Indien iemand een film over mijn moeder zou maken, zou ik zeker willen dat die zeer nauwkeurig is, maar mijn kijk op mijn moeder is alleen die van mij. We hebben het script wel naar hen gestuurd, maar des te mysterieuzer het onderwerp is bij het verhaal van een echte persoon, des te interessanter de weg wordt die je aflegt om die persoon ook te ontdekken.

Oscarwinnares Renée Zellweger als Judy Garland. Foto: Pathe UK.

Wat zag je in Renée Zellweger dat van haar de perfecte Judy Garland kon maken?

Ik ben me ervan bewust dat ze misschien niet de voor de hand liggende keuze is om Judy te spelen—Renée is blond en heeft blauwe ogen—maar ik was op zoek naar een actrice die in de veertig was, die kon zingen en die grappig kon zijn, alles wat Judy was in de film. Ik herinner me toen werd aangekondigd dat Renée het personage van Bridget Jones ging spelen, een heel geliefd Engels personage, ze deed het toch maar en het werd een iconische rol. Dat was heel ambitieus van haar, en ik hoopte een actrice met diezelfde ambitie te vinden, een actrice die van zichzelf kon zeggen, ‘Ik zal Judy Garland spelen, ik kan Judy Garland spelen,’ wat op zich al een krachtig statement is.

Haar transformatie is ongelooflijk. Hoe heb je haar begeleid om zo’n perfecte Judy Garland te worden? Want het was veel meer dan enkel maar de juiste pruik uitkiezen.

Ja, we hebben het in verschillende stappen gedaan. De eerste fase was het zingen, toen het enkel om de muziek ging en alles om haar stem draaide, dat was bijna een technisch proces. Toen moesten we kijken hoe het zat met het kapsel, de make-up, tanden, ogen—dat hebben we samen doorlopen, omdat het belangrijk was voor Renée, en natuurlijk ook voor de film om ervoor te zorgen dat het er goed uitzag. We hebben veel beeldmateriaal uit die periode bekeken, er is veel terug te vinden op YouTube, er zijn veel TV-interviews, homevideo’s, en we hebben het uitgebreid gehad over al de fysische gebaren en de ticks—maar dat was uiteindelijk allemaal het werk van Renée zelf. Ze zette haar Ipad op tafel, keek naar Judy en dan in de spiegel, en herhaalde en imiteerde haar gans de tijd. We deden hetzelfde met audio-opnames, Judy nauwgezet synchroniseren, en praten als Judy. En dan begonnen we aan het scenario. Maar toen wist ik dat het mijn taak was als regisseur om al dat werk dat ze had gedaan te vergeten, want de film ging niet over een imitatie van vijf of tien minuten, zoals je in een sketch doet, wij moesten een volwaardig personage tot leven brengen. Dus zochten we in Renée wat we ook bij Judy kunnen terugvinden, over haar als actrice en als vrouw, over haar gevoeligheden en emotionele kwetsbaarheid.

Renée Zellweger zingt erop los met “The Trolley Song” dat Judy Garland eerder al bracht in “Meet Me in St. Louis” (1944) van Vincente Minnelli. Foto: Pathe UK.

Judy Garland had een enorm muzikaal repertoire. Welke criteria heb je gebruikt om de nummers te kiezen die je in de film hebt gebruikt?

Dat was moeilijk, omdat sommige nummers die Renée het leukst vond en die ze prachtig zingt, net zoals beroemde Garlandsongs als “The Man That Got Away” [uit “A Star Is Born,” 1954] niet in de film zijn opgenomen. We hebben altijd geprobeerd liedjes te vinden waarvan de inhoud en de liedjestekst bij haar paste in die bepaalde scène, zoals met “By Myself” dat  haar eerste nummer is in de nachtclub, en het evenmin een bekende Garlandsong. Maar ik wilde een lied brengen dat aanvoelde als een Puccini-aria en klonk als een dramatisch en vocaal nummer dat in stijgende lijn gaat. Andere nummers zijn dan weer meer intieme ballades. We hebben ook verschillende nummers gefilmd die de film niet hebben gehaald omdat er niet genoeg tijd was. Ze staan ​​wel op de CD die Renée heeft uitgebracht. En ook, “Judy” is een onafhankelijke productie en de muziekrechten waren een groot deel van het budget [lacht], dus soms probeerden we een balans te vinden tussen hoeveel nummers we ons konden veroorloven. “Over the Rainbow” is bijvoorbeeld een erg duur nummer, dus dat was ook iets waar we rekening mee moesten houden [klik hier voor Renée Zellweger’s “Over the Rainbow” in “Judy” en Judy Garland’s originele versie in “The Wizard of Oz”]

Heb je de muzikale nummers achter elkaar opgenomen?

Ja, die in het theater wel. Dat waren zes heel intense dagen.

Misschien heeft je ervaring als theaterregisseur je geholpen om die nummers te ensceneren?

Ik denk het wel. Ik ben vertrouwd met werken in een theater en op een podium, ik hoefde er niet veel aan te denken, maar waarschijnlijk wel in functie van hoe een artiest op de planken zo’n nummer opbouwt. Als je het dan met de camera wil vatten, gebeurt het heel anders dan de manier waarop je het gewoon op een podium voor een publiek wil laten overkomen. Na mijn hele leven met artiesten en zangers te hebben doorgebracht, ben ik vertrouwd met hun wereld achter de schermen, zoals wanneer ze van achter de coulissen opkomen, de kleedkamer, wanneer ze aankomen in het theater, vertrekken uit het theater, in hotels verblijven, wanneer ze zich zorgen maken over hun stem, de adrenaline-opstoot eens ze op het podium staan, de angst of de depressie na een optreden… En dat is ook mijn favoriete fragment in de film, wanneer je Renée op magistrale manier een song ziet brengen, en nadien komt zij enkel nog in beeld, en pfff. Ik heb daar iets van Laurence Olivier gebruikt, uit een verhaal dat hij eens vertelde over een acteur die een ongelooflijke vertolking had gegeven, en toen hij backstage kwam zei iedereen, ‘Dat was geweldig!’ Toen zei de man, ‘What if I can’t do it again?‘ Dat zit ook in de film, en Renée speelt dat briljant. Ik denk dat het ook geldt voor Judy Garland, en misschien voor het theater in het algemeen. Als je in het theater een knop aan en uit zou kunnen zetten, wordt het leven veel gemakkelijker, maar je zou niet diezelfde grote performer zijn. Het mysterie is dat je sommige avonden het publiek raakt en andere avonden totaal de mist ingaat, je weet nooit wanneer of waarom het de ene avond werkt en de andere niet. Het hoort erbij, denk ik. Dus mijn achtergrond van met acteurs op de planken te werken heeft mogelijk geholpen of bijgedragen aan de gevoeligheden van de film, zodat het niet beperkt bleef tot enkel het filmen van Renée’s muzikale nummers in de nachtclub.

Renée Zellweger in de rol van haar leven, een rol die haar op zijn minst een Oscarnominatie zou moeten opleveren. Foto: Pathe UK.

Je gebruikt veel close-ups van haar tijdens haar nummers. Was daar een specifieke reden voor?

Daar had ik nog niet echt over nagedacht… Je moet jezelf natuurlijk afvragen, hoe zorg je ervoor dat een liedje anders overkomt met een camera, want we zien het zo vaak op TV. Wat we op televisie zien in de talentenjachten, is dat de camera vaak ver weg staat. Er kunnen gemakkelijk zes camera’s staan, maar op de beste plaats kun je vaak geen camera plaatsen, want daar zit het publiek. Dus ik probeerde iets anders te vinden, iets dat anders aanvoelde, dan de beeldtaal die we normaal te zien krijgen. Renée was ook erg nerveus voor die nummers, dus daar heeft het ook deels mee te maken. Hoe dichter je met een camera bij een acteur kunt komen, hoe meer ontspannen hij of zij is. Er is iets vreemds, want als regisseur en acteur ben je dan in een soort van dans verwikkeld, de acteur is helemaal in een dream state en als de camera dat wil vastleggen, kom je best heel dichtbij. Hoe dichter je komt, hoe beter je het in beeld kan brengen. Het gaat over een bepaalde vorm van intimiteit. En het is interessant om dat bij een muzikaal nummer te kunnen doen.

En wat met de flashbacks die je gebruikt, die teruggaan naar haar beginjaren? Hoe heb je dat aan boord gelegd?

Dat was echt moeilijk. Voor sommige mensen is het gebruik van de flashbacks hun favoriete deel van de film, maar vooral in Amerika hebben ze het gevoel dat ze het ritme van de film verstoren. Ik kan beide standpunten begrijpen. Van zodra Judy in Londen aankomt, is de structuur van de film opgebouwd in verschillende episodes, er is niet echt een plot. We hadden het idee dat ze in de eerste flashback een pact met de studio sloot over haar roem, en in de tweede flashback zijn er de gevolgen. In de derde rebelleert ze en in de vierde wordt ze gestraft. In de vijfde flashback komt ze tot een dieper inzicht in haar relatie met het publiek. Die vijf beats werden weerspiegeld in een vergelijkbare structuur van de film terwijl ze ouder is. Maar het was moeilijk. En we hebben minstens één andere flashback gedraaid die niet in de film voorkomt. Het was een scène met Margaret Hamilton die de heks speelde in “The Wizard of Oz” [1939]. Dorothy [personage gespeeld door Judy Garland] gaat naar het bos in Oz, terwijl Margaret Hamilton in haar volle make-up als heks bij Judy kwam, en Judy huilde. Margaret was een zeer goede vriendin van Judy en ze leverde haar eigen strijd met de studio. Ze zette zich neer naast Judy en vroeg, ‘Judy, wat is er aan de hand?’ En ze sprak erover hoe het is om het als vrouw in Hollywood te werken. Het is een heel mooie scène, die staat op de DVD-extra’s, maar het was een voorbeeld van hoe de structuur van de film niet al teveel kon afwijken van Renée die de film moest dragen.

Film Fest Gent
13 oktober 2019

[De trailer van “Judy”]

FILMS

TRUE STORY (2015) DIR Rupert Goold PROD Jeremy Kleiner, Anthony Katagas, Dede Gardner SCR Rupert Goold, David Kajganich (boek, Michael Finkel) CAM Masanobu Takayanagi ED Nicolas De Toth, Christopher Tellefsen MUS Marco Beltrami CAST James Franco, Jonah Hill, Felicity Jones, Maria Dizzia, Ethan Suplee, Conor Kikot, Charlotte Driscoll

JUDY (2019) DIR Rupert Goold PROD David Livingstone SCR Tom Edge (toneelstuk “End of the Rainbow” [2005], Peter Quilter) CAM Ole Bratt Birkeland ED Melanie Oliver MUS Gabriel Yared CAST Renée Zellweger, jessie Buckley, Finn Wittrock, Rufus Sewell, Michael Gambon, Richard Cordery, Royce Pierreson, Darci Shaw, Andy Nyman

TV-FILM

KING CHARLES III (2017) DIR Rupert Goold PROD Simon Maloney EXEC PROD Rupert Goold, Mike Bartlett, Roanna Benn, Greg Brenman, Matthew Read TELEPLAY Mike Bartlett (ook toneelstuk) CAM Philippe Kress ED Elen Pierce Lewis MUS Jocelyn Pook CAST Tim Pigott-Smith, Oliver Chris, Richard Goulding, Charlotte Riley, Margot Leicester, Priyanga Burford, Tamara Lawrance