Luise Rainer: “Ik was ongelukkig in Hollywood. Ik wilde actrice worden, maar niet beroemd zijn”

Op 26 juli jl. overleed actrice Olivia de Havilland in Parijs, de stad waar ze meer dan een halve eeuw had gewoond. Ze was net 104 geworden. “Geen enkele Oscarwinnares werd ooit zo oud als Olivia de Havilland,” stond te lezen in haar overlijdensbericht op de nieuwswebsite van de VRT. Dat was jammer genoeg een schromelijke vergissing. Actrice Luise Rainer was, net als de Havilland, ook een tweevoudige Oscarwinnares—ook telkens in de categorie Beste Actrice—en zij was bij haar overlijden in december 2014 ook 104. Twee weken later zou ze 105 geworden zijn.

Toen haalde Luise Rainer voor de laatste keer de wereldpers. Ze stond bekend als de actrice die na een blitzcarrière in de tweede helft van de jaren dertig van vorige eeuw Hollywood de rug toekeerde.

De filmindustrie kent overigens nog enkele eeuwelingen onder de toppers. Filmpionier Hal Roach en acteur Bob Hope werden ook 100; acteur Norman Lloyd is intussen 105, actrice Marsha Hunt is nu 102, en Luise Rainer strandde dus met zicht op 105. Het leek er zelfs lange tijd op dat ze in alle anonimiteit was overleden zonder dat de media ervan op de hoogte waren, maar het tegendeel was waar. De kranige dame was uiteindelijk haast onverwoestbaar. Zo heeft haar werkgever en studiobaas Louis B. Mayer het destijds ook aan de lijve ondervonden.

Luise Rainer, links ca. 1940, en rechts in haar appartement in Londen, eind jaren negentig. Foto’s: courtesy Luise Rainer

Luise Rainer was van oorsprong een Duitse actrice; geboren in Düsseldorf in januari 1910 in een welgesteld Joods gezin, had ze van jonge leeftijd al belangstelling voor het acteren. Een keuze die vooral bij haar vader op weinig enthousiasme werd onthaald. Ze werd opgemerkt door de Oostenrijkse theater- en filmregisseur Max Reinhardt (1873-1943, vader van de latere regisseur Gottfried Reinhardt) en met zijn theatergezelschap kon ze de planken van Wenen en Berlijn bekoren en veroveren. Vooral in het begin van de jaren dertig van vorige eeuw oogstte ze veel bijval. Het was een attente talent scout van MGM niet ontgaan en ze kreeg een uitnodiging en een studiocontact van drie jaar om naar Hollywood te komen.

Louis B. Mayer herkende in haar de charme en de kwetsbaarheid die hij bij andere actrices terugvond. Maar haar eerste taak in Hollywood bestond erin een intensieve taalcursus te volgen, aangezien haar kennis van het Engels nagenoeg nihil was. Actrice Constance Collier werd ingeschakeld als haar drama coach; de van oorsprong Britse actrice had eerder in Hollywood al met succes heel wat acteurs begeleid in de overgang van de stomme naar de geluidsfilm. Rainers eerste Hollywoodfilm werd “Escapade” (1935) van de trouwe studioregisseur Robert Z. Leonard, en die werd de opstap naar de twee films die Rainer eeuwige roem zouden bezorgen: “The Great Ziegfeld” (1936) en “The Good Earth” (1937). Ofschoon afkomstig van dezelfde studio, beide films hadden zowel een totaal uiteenlopend potentieel als een verschillende signatuur.

Studiobaas Louis B. Mayer was van nature een familieman en de films die hij maakte, moesten ook beantwoorden aan zijn verworven status: hij gaf de voorkeur aan films waar hij met zijn dochters naar kon kijken. Die ingesteldheid en zijn consequente aanpak volstonden om van MGM de grootste en meest succesvolle Hollywoodstudio te maken waardoor hij algemeen werd beschouwd als de meest uitgesproken filmambassadeur: indien staatshoofden een bezoek brachten aan Hollywood, werden ze in de eerste plaats ontvangen door Mayer himself.

Zijn rechterhand Irving G. Thalberg werkte grotendeels autonoom binnen dezelfde studiomuren aan meer kwaliteitsvolle prestigeprojecten. Hij wist een bijwijlen onhandelbare Greta Garbo (1905-1990) zoet te houden met films als “Queen Christina” (1933), “The Painted Veil” (1934), “Anna Karenina” (1935), “Camille” (1936) of “Conquest” (1937), terwijl zijn vrouw, actrice en die andere MGM-diva Norma Shearer (1902-1983), eveneens om de haverklap met de beste filmrollen aan de haal ging, zoals “The Divorcee” (1930, Oscar als Beste Actrice), “A Free Soul” (1931), “Strange Interlude” (1932), “Romeo and Juliet” (1936) en “Marie Antoinette” (1938). “Niet moeilijk,” had Joan Crawford als opkomende actrice toen gezegd, “ze slaapt met de baas.” Thalberg overleed in 1936 op zijn 37ste; het is allicht geen toeval dat zowel Garbo, Shearer als Luise Rainer in het begin van de jaren veertig een punt achter hun carrière zetten.

Maar terug naar “The Great Ziegfeld” (1936), een biografische verfilming over het leven van de famboyante Florenz Ziegfeld, Jr. (1867-1932), de man die Broadway tot leven bracht met zijn destijds ongenaakbare, dynamische en wervelende ‘Ziegfeld Follies’ (1907-1932), naar analogie met de shows in de Parijse Folies Bergère rond de voorlaatste eeuwwisseling. Zulk een showmanship op het witte doek brengen, het was een kolfje naar de hand van Mayer. Hij deed het beter dan wie ook om musicals met topklasse zodanig te verpakken dat het Amerikaanse publiek, ook tijdens de Depressie of later tijdens de oorlogsjaren, er eindeloos van bleef smullen. De oorspronkelijke versie van “The Great Ziegfeld” duurde ca. vier uur en in een zoektocht om de tijdsduur tot een haalbare marge te herleiden, moest de belangrijkste scène met Luise Rainer er bijna aan geloven. Zij speelde Ziegfelds eerste vrouw en in een telefoongesprek met hem wenst ze hem veel geluk met zijn tweede huwelijk. Een cruciale scène in de film overigens omdat men naast de amusementswaarde van de film voor het eerst Luise Rainer aan het werk ziet zoals ze zich ook liefst wil tonen: een actrice met inhoud, met ‘body,’ capabel om diepgaande karakterrollen te spelen. Ze was kersvers in Hollywood, nauwelijks 26, maar ze gooide meteen al haar troeven op tafel.

De film leverde haar een eerste Oscar op en ze had een duidelijk statement gemaakt om haar meer van zulke rollen te geven. Zoiets moest je Thalberg maar één keer zeggen: “The Good Earth” een jaar later werd haar eerstvolgende film, en wàt voor een film. Zonder enige commerciële fundering werd de film een waardevolle studie van het leven op het Chinese platteland, naar de gelijknamige roman van de Amerikaanse schrijfster Pearl S. Buck (1892-1973) waarmee zij eerder een Pulitzer had gewonnen (in 1938 kwam er nog een Nobelprijs voor Literatuur bij). Zij kende China als geen andere Amerikaanse, aangezien ze er toen al vele jaren had doorgebracht en er zelfs als kind was opgegroeid.

Rainer had het boek niet gelezen, en wilde daar ook niet aan beginnen aangezien ze haar rol op haar eigen manier wilde interpreteren, zonder invloeden van buitenaf. Het was een grote uitdaging, ook omdat ze vrij weinig aan het woord kwam in de film (‘only a few pages of dialogue,’ zei ze daarover). Maar de manier waarop ze het harde leven op het Chinese platteland van destijds mee op de kaart zette, de vertolking van O-Lan—een rol waarvan Mayer niet kon begrijpen waarom ze zich als jonge opkomende ster daarin wilde verdiepen—leverde haar een tweede Oscar op. Zo schreef ze op haar 28ste meteen geschiedenis door twee Oscars op rij te winnen. In de acteurscategorieën zijn vier acteurs nadien in haar voetsporen getreden met twee Oscars back-to-back: Spencer Tracy met “Captains Courageous” (1937) en “Boys Town” (1938), Katharine Hepburn met “Guess Who’s Coming to Dinner” (1967) en “The Lion in Winter” (1968), Jason Robards met zijn bijrollen in “All the President’s Men” (1976) en “Julia” (1977), en Tom Hanks met “Philadelphia” (1993) en “Forrest Gump” (1994).

Haar Oscars waren het ergste dat haar kon overkomen, zei Luise Rainer later. Ze werd op een voetstuk geplaatst en ‘daar val je ooit af.’ Bovendien wilde ze enkel acteren, mensen observeren en daarvan iets opsteken, leven op haar ritme met haar eigen prioriteiten, zonder in een wereld te belanden waar je wordt voorgeschreven wat je moet doen en laten. Gevolg: ze voelde zich helemaal niet thuis in Hollywood en na het overlijden van Thalberg besefte ze beter dan wie ook dat leven en werken in Hollywood voor haar niet langer haalbaar was. “Ik was ongelukkig in Hollywood. Ik wilde actrice worden, maar niet beroemd zijn,” zei ze. En dat was ze: MGM behandelde haar als een heuse ster, want ‘Greta Garbo, Norma Shearer en ik waren de enigen die in de studio over een eigen bungalow beschikten,’ vertelde ze in 2000 tegen uw dienaar.

Een onwennige Luise Rainer tijdens de Oscaruitreiking op 4 maart 1937 in het Biltmore Hotel in Los Angeles, waar ze haar eerste Oscar in ontvangst mocht nemen.

Er volgden nog enkele films, maar na haar mislukt huwelijk met scenarioschrijver Clifford Odets (gehuwd van 1937 tot 1940), meerdere clashes met Mayer en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, gooide ze het over een andere boeg. Geëngageerd als ze was, gaf ze zich op voor vrijwilligerswerk voor het U.S. Committee for the Care of European Children, bezocht ze de Amerikaanse soldaten in Italië en Noord-Afrika (Rainer was intussen Amerikaans staatsburger geworden), acteerde tussendoor enkele keren op Broadway, en trouwde in 1945 met uitgever Robert Knittel.

Van een carrière in Hollywood was toen al lang geen sprake meer. Luise Rainer werd 104 waarvan ze er vijf in Hollywood doorbracht als werkende actrice. Bovendien hield ze er lang geen schatten aan over, omdat ze zich niet kon terugvinden in Mayers manier van onderhandelen (tijdens “The Good Earth” verdiende ze 250 dollar per week). Kort na hun huwelijk werd dochter Francesca Knittel—a.k.a. Francesca Knittel Bowyer—geboren en het gezin woonde en leefde nadien in Zwitserland en Londen.

Ze keerde nog enkele keren terug naar Los Angeles, o.a. om er tijdens de Oscaruitreiking van 1953 en 1983 de winnaar in de categorie beste niet-Engelstalige film aan te kondigen, en in 2003 bij de 75ste editie van de Oscars toen zoveel mogelijk voormalige Oscarwinnaars op het podium werden verzameld om hen een gepast en collectief eresaluut te brengen. Rainer was toen de oudste van het gezelschap.

Tijdens de 75ste Oscaruitreiking van 23 maart 2003, een jubileumeditie, stelde Olivia de Havilland bijna zestig voormalige acteurs voor die bijeen werden gebracht op het podium. Luise Rainer bevond zich tussen Jack Palance en Julia Roberts, en werd voorgesteld als ‘the most senior member.’ Zij komt tijdens de voorstelling in beeld op 08:34.

Heel sporadisch acteerde ze nog, zowel in theater als voor de camera, maar ze leidde in hoofdzaak een onopvallend bestaan. Haar gouden jaren—voor de buitenwereld dan, want zij heeft het nooit zo ervaren—behoorden tot een ver verleden, totdat ze geleidelijk aan werd herontdekt. Beetje bij beetje begonnen journalisten haar te contacteren met de vraag of ze haar konden spreken. Je zou immers al voor minder: ze was een unieke actrice, want er was niemand anders die zo’n spectaculaire rise and fall in zulk een korte tijdspanne heeft gekend. Iedereen vroeg zich af hoe haar opmars zo imponerend kon zijn en hoe het kwam dat het allemaal zo snel afgelopen was. Geleidelijk aan werd duidelijk dat Hollywood niet aan haar was besteed: ze wilde helemaal geen ster zijn, maar wel een actrice die zich kon verdiepen in rollen en personages die haar aanspraken en waarin ze zich kon inleven. Door de gesprekken die volgden en de voorbije decennia ook vaak op internet verschenen, werd de sluier deels opgelicht en kreeg men een beeld van wie Luise Rainer werkelijk was. Zo werd het ontbreken van een volwaardige biografie over haar lichtjes gecompenseerd, hoewel ze met haar dood het volledige verhaal van haar carrière wel met zich heeft meegenomen. Het heeft nooit het levenslicht mogen zien: een autobiografie waaraan ze meerdere decennia terug aan was begonnen en vele honderden bladzijden telde, bleef uiteindelijk onafgewerkt.

Dat onvoltooide manuscript—en dat mag je letterlijk nemen, want ze schreef alles met de hand—bevindt zich thans in het Howard Gotlieb Archival Research Center van de Boston University in Massachusetts, waar tevens o.m. haar persoonlijke memorabilia, foto’s en dagboeken zijn ondergebracht. In oktober 2015 werden in Los Angeles tijdens een openbare veiling tal van voorwerpen uit Rainers appartement in Londen verkocht, waaronder meubilair, kunstwerken, antiek en kledij. De opbrengst bedroeg bijna een half miljoen dollar dat naar haar erfgenamen ging (dochter, twee kleinkinderen, twee achterkleinkinderen).

Na haar overlijden verschenen tal van berichten op internet, op verschillende websites en blogs, zo ook van iemand uit haar buurt die haar in Londen heel geregeld de bus zag nemen, of soms ook zag hoe ze als vrouw van meer dan 90 jaar moest lopen om de bus nog te halen. Woonachtig in een goed beveiligd appartementsgebouw aan Eaton Square, waren enkele anderen haar er voorgegaan. Aan de ingang van het gebouw hangt immers een gedenkplaatje met de vermelding dat actrice Vivien Leigh (1913-1967) er ooit woonde (nog een tweevoudige Oscarwinnares, in 1939 met “Gone With the Wind,” en in 1951 met “A Streetcar Named Desire”), en ook scenarioschrijver-regisseur Emeric Pressburger (1902-1988) heeft er een tijd gewoond en gewerkt. Hij was de scenarioschrijver van Rainers eerste film “Sehnsucht 202” (1932) en was ook Oscarwinnaar voor het scenario van “49th Parallel” (1941).

Vanaf 1920 tot ongeveer 1945 kwamen in de V.S. talloze postkaarten op de markt met foto’s van de woningen van de sterren. Hier de postkaart met als opschrift ‘Residence of Luise Rainer, Beverly Hills, California,’ ofschoon het adres was 543 N Cliffwood Avenue in Brentwood Heights, in de buurt van Beverly Hills.

Ik heb het genoegen gehad Luise Rainer tweemaal te ontmoeten in haar woonst aan Eaton Square, dat was 20 jaar geleden. De schriftelijke reactie die ik kreeg op m’n eerste brief in 1998, was echter negatief. “I hate giving interviews, it’s a bore to babble about oneself! Forgive!” Dat was erg duidelijk. Twee jaar later, bij een nieuwe voorzichtige poging, zette ze echter het licht op groen; hier is een ingekorte neerslag van het tweevoudige rendez-vous. Gedurende de daaropvolgende jaren leidde een spontane en warme correspondentie met haar tot een stevig pakje brieven dat hier met erg veel respect wordt gekoesterd.

En om nog even terug te keren naar het begin—het overlijden van Olivia de Havilland. De afgelopen decennia had ik haar ook enkele keren aangeschreven met de vraag of een gesprek met haar mogelijk was. Er volgde telkens een heel correct en beleefd antwoord waarin ze uitvoerig stelde dat het niet mogelijk was.

Luise Rainer op de cover van fanbladen als Screen Guide (april 1937), Modern Screen (juni 1937) en Screenland (september 1937), Hollywoodglamour die ze niet echt kon appreciëren.

FILMS

SEHNSUCHT 202 (1932) DIR Max Neufeld SCR Emeric Pressburger, Karl Farcas, Irma von Cube CAM Otto Kanturek MUS Richard Fall CAST Magda Schneider, Fritz Schulz, Luise Rainer (Kitty), Rolf von Goth, Attila Horbiger, Mizzi Griebl, Hans Thimig

MADAME HAT BESUCH (1932) DIR Carl Boese PROD Gregor Rabinovitch SCR Karl Farkas, Rosa Wachtel CAST Attila Hörbiger, Hans Olden, Herbert Hübner, Luise Rainer

HEUTE KOMMT’S DRAUF AN (1933) DIR Kurt Gerron CAM Bruno Mondi ED Milo Harbich MUS Bronislau Kaper, Walter Jurmann, Paul Mann, Stefan Weiss CAST Hans Albers, Luise Rainer (Marita Costa), Oskar Karlweiss, Oskar Sima, Max Gülstorff, Baby Gray

ESCAPADE (1935) DIR Robert Z. Leonard PROD Bernard H. Hyman SCR Herman J. Mankiewicz, Ethel Borden (naar de Oostenrijkse film MASKERADE [1934], scenario van Willi Forst, Walter Reisch) CAM Ernest Haller ED Tom Held MUS Bronislau Kaper, Walter Jurmann CAST William Powell, Luise Rainer (Leopoldine), Frank Morgan, Virginia Bruce, Reginald Owen, Mady Christians

THE GREAT ZIEGFELD (1936) DIR Robert Z. Leonard PROD Hunt Stromberg SCR William Anthony McGuire (gebaseerd op het leven van Florenz Ziegfeld, Jr. [1867-1932]) CAM Oliver T. Marsh. ED William S. Gray MUS Arthur Lange CAST William Powell, Myrna Loy, Luise Rainer (Anna Held Ziegfeld), Frank Morgan, Fanny Brice, Virginia Bruce

THE GOOD EARTH (1937) DIR Sidney Franklin, Victor Fleming SCR Talbot Jennings, Tess Slesinger, Claudine West (boek van Pearl S. Buck) CAM Karl Freund ED Basil Wrangell MUS Herbert Stothart CAST Paul Muni, Luise Rainer (O-Lan), Walter Connolly Tilly Losch, Charles Grapewin, Jessie Ralph

THE EMPEROR’S CANDLESTICKS (1937) DIR George Fitzmaurice PROD John W. Considine, Jr. SCR Monckton Hoffe, Harold Goldman, Herman Manckiewicz (boek ‘The Emperor’s Candlesticks’ [1899] van Emma Orczy) CAM Harold Rosson, Oliver T. Marsh. ED Conrad A. Nervig MUS Franz Waxman CAST William Powell, Luise Rainer (Countess Mironova), Robert Young, Maureen O’Sullivan, Frank Morgan, Henry Stephenson

BIG CITY (1937) DIR Frank Borzage PROD Norman Krasna SCR Dore Schary, Hugo Butler (verhaal van Norman Krasna) CAM Joseph Ruttenberg ED Frederick Y. Smith MUS William Axt CAST Luise Rainer (Anna Benton), Spencer Tracy, Charles Grapewin, Janet Beecher, Eddie Quillan, Victor Varconi

THE TOY WIFE (1938) DIR Richard Thorpe PROD Merian C. Cooper SCR Zoë Akins (toneelstuk ‘Frou-frou’ [1869] van Henri Meilhac, Ludovic Halévy; toneelstuk ‘Frou Frou’ [1870] van Augustin Daly) CAM Oliver T. Marsh ED Elmo Veron MUS Edward Ward CAST Luise Rainer (Gilberte, Frou Frou), Melvyn Douglas, Robert Young, Barbara O’Neil, H.B. Warner, Alma Kruger

THE GREAT WALTZ (1938) DIR Julien Duvivier PROD Bernard H. Hyman SCR Samuel Hoffenstein, Walter Reisch CAM Joseph Ruttenberg ED Tom Held MUS Dimitri Tiomkin CAST Luise Rainer (Poldi Vogelhuber), Fernand Gravet, Miliza Korjus, Hugh Herbert, Lionel Atwill, Curt Bois

DRAMATIC SCHOOL (1938) DIR Robert B. Sinclair PROD Mervyn LeRoy SCR Ernest Vajda, Mary C. McCall, Jr. (Hongaars toneelstuk ‘School of Drama’ van Hans Székely, Zoltan Egyed) CAM William Daniels, Joseph Ruttenberg ED Frederick Y. Smith MUS Franz Waxman CAST Luise Rainer (Louise Mauban), Paulette Goddard, Alan Marshall, Lana Turner, Genevieve Tobin, Anthony Allan, Henry Stephenson

HOSTAGES (1943) DIR Frank Tuttle PROD Sol C. Siegel SCR Lester Cole, Frank Butler (boek ‘Hostages’ [1942] van Stefan Heym) CAM Victor Milner ED Archie Marshek MUS Victor Young CAST Arturo de Cordova, Luise Rainer (Milada Preissinger), William Bendix, Roland Varno, Oscar Homolka, Katina Paxinou

THE GAMBLER (1997) DIR Károly Makk PROD Charles Cohen, Marc Vlessing SCR Katharine Ogden, Charles Cohen, Nick Dear CAM Jules van den Steenhoven ED Kevin Whelan MUS Brian Lock CAST Michael Gambon, Jodhi May, Polly Walker, Dominic West, John Wood, Johan Leysen, Luise Rainer (Grootmoeder)

Deze tekst is een herwerking van haar overlijdensbericht dat op 16 januari 2015 verscheen op de website van Filmmagie.