Willem Wallyn: “Ik zocht een manier om ‘All of Us’ op een warme en aangename manier te brengen”

Een nieuw jaar, een nieuw filmjaar. Terwijl het geknal van de champagnekurken nog nagalmt in de oren, kunnen we nu al met een open vizier 2020 inzetten, in de wetenschap dat de nieuwste Vlaamse film “All of Us” van scenarioschrijver en regisseur Willem Wallyn (geb. 1961) eraan komt. Deze uiterst verdienstelijke film is immers niet van de minste; nadat hij eerder al werd vertoond tijdens het Film Fest Gent, komt hij nu in de zalen waar hij hopelijk zijn weg vindt naar het Vlaamse bioscooppubliek.

“All of Us” is een innemende en aangrijpende viersterrenfilm met een cast om u tegen te zeggen. Maaike Neuville, Barbara Sarafian, Bruno Vanden Broecke, Joke Devynck en de opmerkelijke nieuwkomer en revelatie van de film, Ellis De Beule (zoon van Jelle De Beule), zijn slechts enkele van de hoofdpersonages die de kijker meenemen naar het wel en wee van een zelfhulpgroep voor terminale kankerpatiënten. Want daar gaat de film over: hoe gaan deze mensen om met hun verdict, hoe verwerken ze alles wat op hen afkomt binnen de tijd die hen nog rest, wat doet het met vrienden en familie, enz. Veel stof tot nadenken, en dat heeft Willem Wallyn in zijn film bijzonder goed uitgekiend en afgewogen, op zoek naar een balans tussen drama en komedie, tussen zuchten en verzuchtingen, naar een aanvaardbaar compromis tussen vasthouden en loslaten, en de filterdunne lijn tussen fictie en realiteit.

De andere hoofdrollen worden vertolkt door o.m. Jan Hammenecker, Wim Opbrouck, Gilles De Schrijver, Tom Vermeir, Delfine Bafort, Dominique Van Malder en Ella Leyers.

Het centrale personage in de film is Cathy (gespeeld door Maaike Neuville), die hoort dat ze nog maar enkele maanden te leven heeft. Zij komt terecht in de zelfhulpgroep voor terminale kankerpatiënten, geleid door therapeute Els (Barbara Sarafian) die zelf in volle midlife crisis zit. Cathy heeft besloten om haar familie nog niet meteen in te lichten over haar toestand, maar ze hoopt wel dat haar jongere zus (Delfine Bafort) na haar dood haar rol in haar gezin overneemt, zowel als vrouw en als moeder.

Enkele weken geleden tijdens de persdag van “All of Us” vond volgend gesprek plaats met Willem Wallyn, scenarioschrijver en maker van deze imponerende film die, in alle eerlijkheid, een diepe en blijvende indruk nalaat.

De film komt op 8 januari uit in de zalen. Verdeler: Lumière.

Kun je iets vertellen over het scenario, hoe je je accenten hebt gelegd in het verhaal, en hoe je alles hebt kunnen verwoorden? Want gelet op het thema—kanker—is het allicht een moeilijke opdracht geweest?

Ik kan niet echt uitleggen hoe het is gebeurd, ik heb er alleszins geen techniek voor. Als ik begin te schrijven, weet ik ongeveer wat ik wil schrijven. Ik heb erover nagedacht en weet waar ik wil geraken in de emotie. Het is alsof je in je gedachten een schilderij kan zien voordat je het gaat schilderen. Het is heel raar om dat te zeggen, maar je hebt voor jezelf een soort van richtlijn. In legertermen kan je spreken over de commander’s intent: wat wil de commander bereiken om de oorlog te winnen. Ik weet ook wat ik wil bereiken, en doe dat scène per scène. Natuurlijk kun je er gemakkelijk naast zitten in toon of in lengte, het is te lang of te kort, maar het uitschrijven is voor mij een boeiend proces. En als er uiteindelijk iets niet klopt, heb ik er geen probleem mee, omdat het in functie van het totale verhaal moet zijn. Maar van zodra ik dat punt bereikt heb, mag iedereen—acteurs, buitenstaanders, enz.—er zijn zeg over doen. Ik zal luisteren zolang de ideeën of commentaar beantwoorden aan mijn commander’s intent.

Jan Hammenecker met Joke Devynck in “All of Us.” Foto: Lumière.

Het schrijfproces verloopt dan erg vlot?

Je gaat voortdurend met jezelf in discussie, en na de opnamen volgt de montage waarbij je je film nog eens kunt herschrijven. Dat gebeurt dan aan de zijde van de monteur die nog andere ideeën en inzichten aanbrengt. Voordat ik de toon heb gevonden die je uiteindelijk op het scherm ziet, heb ik andere versies gemaakt met andere evenwichten, want een montage is niet enkel je scènes achter elkaar zetten of op een bepaalde manier ordenen, het is ook bijvoorbeeld hoe je muziek gebruikt. Je kan een gans andere film krijgen door louter de muziek te veranderen. Ik heb sommige scènes weggelaten, en als je me helemaal in het begin had gezegd dat die scènes niet in de film zouden voorkomen, dan had ik gezegd, ‘Dat kan niet, het zijn sleutelscènes, dat zijn dé scènes.’ Maar ze zitten nu niet in de film en ik mis ze zeker niet. Ik heb dus geen recept voor het schrijven van een film, het enige dat ik kan zeggen is dat ik wist wat ik wilde. Ik kende het ruggenmerg van de film, en dat heeft ervoor gezorgd dat ik door het evolutief proces van het schrijven, het filmen en het monteren tot dit resultaat ben gekomen. Het is lang niet geniaal binnengekomen, op papier gezet en verfilmd. Neenee, het was try and error met de enorme hulp die je van je acteurs krijgt door de manier waarop ze hun personages invullen.

En hoe ging dat concreet in zijn werk op de set van “All of Us”?

Ze geven je bijvoorbeeld aan dat de invulling en de toon iets meer kan overhellen naar het komische of naar het dramatische, of gewoon anders dan hetgeen ik oorspronkelijk dacht. Ik heb ook een enorme cadeau gekregen met de kinderen in de film: je staat op de set en je ziet een kind in één keer een rasacteur worden, met timing, met gevoel, met inleving. Ze namen ineens veel meer plaats in dan je ooit had durven hopen. En zo is het maken van “All of Us” een hele evolutie geweest. Het was niet van A naar Z, niet van, ‘Het is zo, en niet anders.’ Het spelen op zowel humor als drama, dat evenwicht zoeken, je kan er gemakkelijk mee op je gezicht gaan of tussen twee stoelen vallen. Dat is altijd een risico, maar dat neem ik er graag bij.

Mag ik vragen of je misschien een persoonlijke reden had om de film te maken, om dit verhaal over een zelfhulpgroep van terminale kankerpatiënten te vertellen?

Toen ik het scenario schreef, dacht ik van niet. Ik ken in mijn onmiddellijke omgeving niemand met kanker, zodat er voor mij ook geen directe aanleiding was om te denken, ‘Dat wil ik op papier zetten.’ Maar een week geleden vertoonde een organisatie de film aan haar leden. Na de vertoning werd verwacht dat ik vooraan een woordje uitleg zou komen geven, ik dacht dat het zo een vraag-en-antwoord ging worden, maar ze stopten een micro in mijn handen en zeiden, ‘Praat er maar wat over.’ Ik stond daar dan gans vooraan, het was muisstil in de zaal, en praat er maar wat over, ik wist niet wat ik moest zeggen. En dan zei ik, ‘Ik heb deze film gemaakt omdat ik mijn mama mis.’ Dat kwam er zo uit. Ik stond daar, in de war, in de spot voor een donkere zaal, en ik dacht nadien, ‘Tiens, waarom zeg ik dat nu?’ Mijn moeder is in 2001 gestorven als gevolg van een medische fout. Maar toen ik nadien gans het proces terug doorliep, dacht ik, ‘Zou het dàt zijn, dat de film over mijn mama gaat?’ Want in de film heb je die jongen [Ellis De Beule] met zijn mama [Maaike Neuville]. En bij het schrijven van het scenario, dacht ik dat het interessant kon zijn om iets te maken over een zelfhulpgroep, omdat ik graag dialogen schrijf, en dat is een ideale plaats om verbale duels te maken, dat was mijn vertrekpunt bij het schrijven. Als je schrijft, moet je je soms niet teveel vragen stellen over waar het allemaal vandaan komt. Het zal op één of andere manier wel aan de oppervlakte komen. Al die personages zijn uiteindelijk een deel van mezelf—ik ben de man die schrik heeft om ouder te worden, ik ben de man die zijn kinderen wil beschermen voor gelijk welk kwaad, ik ben de prutser die soms dingen doet die hij beter niet zou doen… Ik ben op één of andere manier al die personages geweest, maar dat zoontje, dat ben ik misschien nog het meest van al geweest. Hij laat zich op het einde wegglijden en kijkt in de camera. Toen ik de afgewerkte film voor de eerste keer zag, werd ik heel emotioneel van dat laatste beeld. Dat was ik.

Ellis De Beule schittert in Willem Wallyns “All of Us.” Foto: Lumière.

Bij de groepssessies van de zelfhulpgroep heb je heel uiteenlopende personages. Het personage gespeeld door Joke Devynck deed me denken aan “Whose Life Is It Anyway” [1981]. Ondanks haar uitzichtloze situatie legde zij in haar dialogen dezelfde vitaliteit als het personage dat Richard Dreyfuss toen speelde.

Ja, maar ik heb geen films willen bekijken toen ik “All of Us” aan het maken was. Ik ken “Whose Life Is It Anyway,” maar de film die ik het meest gebruikt heb, was, eigenaardig genoeg, “Moonlight” [2016]. Het onderwerp was heftig—crackverslaving, homoseksualiteit, lagere klasse van een Amerikaanse voorstad, maar qua kleur, gevoel en muziek wisten ze er toch een schoonheid in te brengen—zodat ik dacht, ‘Okee, ik heb ook een moeilijk onderwerp, nu nog een manier vinden om de film op een warme en aangename manier te brengen, zonder al te miserabel over te komen.’ Ik heb me meer op die manier voorbereid, en niet willen terugvallen op gelijkaardige films, toneelstukken of zelfs boeken, want ik ben heel gemakkelijk te beïnvloeden: als ik iets mooi vind, dan wil daar hommages aan brengen. Dat mocht ik hier niet doen, ik wilde zo dicht mogelijk bij mezelf blijven. Het personage van Joke Devynck ligt heel dicht bij mezelf: mijn vader en ik hebben al gans mijn leven een oorlog zonder dat er een oorlog is, wij komen goed overeen, maar we hebben een strijd. Die strijd wou ik in een personage steken waar het een liefdesstrijd wordt, van een vader die zegt, ‘Ik wil niet dat mijn dochter sterft,’ terwijl de dochter cynisch en hard kan zijn en toch een joie de vivre heeft. Ik heb dat voor elk personage zo gedaan, ik heb gewoon geprobeerd om ze zo zuiver mogelijk bij mezelf te houden.

De personages in de zelfhulpgroep zijn allen verschillend, ze staan ook anders in het leven, en ieder kijkt op zijn manier naar de toekomst, voor zover die er nog is. Het is een heel kleurrijk ensemble. Was dat ook één van de grote uitdagingen tijdens het schrijven?

Absoluut. Er is een mevrouw en die heet Elisabeth Kübler-Ross [1926-2004]. Zij heeft de verschillende fases van stervende mensen beschreven. Zij was een wetenschappelijk erkende autoriteit en haar punt was dat iemand die voor de dood staat, door verschillende fases gaat. Ongeloof, woede, ontkenning, aanvaarding, depressie. Daar heb ik veel over gelezen, en ik wilde dat mijn personages al in één van die fases waren. Filip [gespeeld door Bruno Vanden Broecke] is degene die onderhandelt met de dood, er is iemand die ontkent, er is iemand die kwaad is, maar ik wilde ook de therapeute [Barbara Sarafian] in beeld, want zij is in feite ook dood, in haar huwelijk dan. Met die elementen kun je je personages alle kanten laten uitgaan en hen bekijken vanuit verschillende invalshoeken rond hetzelfde thema. Je geeft hen een andere opstelling. Daar heb ik mee gewerkt. Als je een scenario schrijft, dan teken je je personages uit, je leert hen kennen, er komt een moment dat ze zelf beginnen te spreken. Je weet dan dat je ze op gang hebt getrokken en ze zijn volwaardig. En dat heb ik gedaan op basis van de ervaringen van Elisabeth Kübler-Ross, ik heb haar werk met zeer veel aandacht gelezen. Nu zeggen ze in de medische wereld dat ze niet meer actueel is, het is blijkbaar achterhaald, maar voor mij als dramaturg was het een perfecte springplank om mee aan de slag te kunnen.

Je rolverdeling is zeer indrukwekkend, met een overvloed aan zeer sterke acteurs. Hoe is je casting verlopen?

Ik heb het scenario opgestuurd naar al de acteurs die je in de film ziet, en heb hen gevraagd of ze verschillende personages wilden lezen. Ik heb die lezingen gefilmd met een kleine camera, en dan heb ik gezocht naar de voor mij perfecte combinatie binnen de poule van acteurs die ik had uitgenodigd om te lezen. De juiste acteur de juiste rol te laten spelen is een belangrijk deel van het werk. Op de set heb je ook nog veel werk, maar daar moet je eerder problemen oplossen dan creatief uit de hoek komen. Na het schrijven van het scenario, het samenstellen van de cast en het bepalen van het visuele opzet, zat het grootste deel van mijn werk als scenarist en regisseur er dus op. Sommige actrices wilden andere rollen spelen, maar ik heb hen dan gevraagd of ze toch voor een ander personage wilden gaan, met die bepaalde aanpak voor dat specifieke personage. En zo zijn Maaike, Barbara en Joke—en ook Bruno en Jan—eraan begonnen, ze brachten er hun versie van, en dan is het aan jou als regisseur om het bij te sturen indien het te ver afglijdt van hetgeen je uiteindelijk wil, of het in dank aanvaarden als ze hun personage groter en sterker maken dan hetgeen je in het achterhoofd had. Maar de casting is bij mij een heel moeilijk en langzaam proces: ik twijfel veel, ik herschik voortdurend totdat ik de combinatie heb gevonden waar ik het mee wil doen. En dan hopen dat de acteurs die rol willen spelen.

Gilles De Schrijver, Delfine Bafort en Maaike Neuville in “All of Us.’ Foto: Lumière.

Acteurs stappen bij het maken van een film altijd binnen in de creatieve denkwereld van de regisseur. Was het moeilijk om hen daarvan te overtuigen?

Neen. Als ze je commander’s intent kennen en ze weten wat je wil bereiken, waar je naartoe wil werken, en ze kennen het scenario en de rol die ze gaan spelen. Dan kunnen ze vrij gemakkelijk beslissen of ze het willen doen. Ik maak profielen van elk personage, zodat ik elk facet van hun rol door en door ken. Als ze dan een vraag hebben, kan ik er direct op antwoorden. En ik doe dat ook scène per scène. ‘In deze scène is dat wat je wil.’ Misschien staat er iets anders geschreven, maar dat is wat dat bepaalde personage wil. Je praat er dan over, zodat de acteur een doel heeft in die scène. Ik geef hen telkens opdrachten bij een scène, opdrachten die ze moeten vervullen; voor mij is een scène tussen twee acteurs altijd als een duel, net zoals in de westerns. Wie trekt er eerst? Zo’n duel is een schaduwgevecht, hé. Je zegt A maar je bedoelt B, je zegt B en dat leidt tot C. Tegen Barbara had ik gezegd, ‘Je gaat in honderd duels terechtkomen, en je gaat ze allemaal verliezen. Maar je gaat wel proberen om elk duel te winnen.’ Dat was voor haar genoeg om met haar rol van wal te steken: ze ging in elk duel haar best doen om te winnen, en toch keer op keer verliezen. Dan krijg je een personage dat zich vastklampt aan haar verleden, alle zekerheden ziet ze door haar vingers wegglippen, maar op het einde kan ze toch wegstappen wanneer ze weet dat ze gescheiden is. Zo werk ik met mijn acteurs. Maaike is dan weer iemand die haar personage graag zelf invult. Zij komt enkel met vragen, zoals ‘Waarom doet mijn personage dit?’ Je moet Maaike niet zeggen wat ze moet doen, ze put alles uit haar grote emotionele bagage. Ze had enkele zeer moeilijke scènes die ze niet één keer, maar vijf, zes keer na mekaar heel geladen moest spelen. Heel sterk.

Die sterke scènes komen op het scherm ook heel goed tot uiting. Neem nu het beeld van de baby die op Filip wordt gelegd, dat laat je niet los.

Ik heb daar de impact van onderschat. Dat was een verschrikkelijk moment, want je ziet het leven en de dood in één beeld, de cirkel van het leven gevat in één beeld, en dat komt heel hard binnen. Dat gevoel hadden we ook op de set. Ook al was het maar één shot, een eenvoudig topshot, toch had iedereen op de set het er moeilijk mee. Dan begin je te denken, ‘Gaan we niet te licht over sommige dingen?’ Het heeft me ook doen nadenken over mijn verantwoordelijkheid als maker wanneer je soms denkt, ‘Ah, da’s mooi,’ want mooi kan dus een heel zware impact hebben. Dat beeld blijft plakken. Daar was ik niet echt op voorbereid. Maar ik vind het een prachtig beeld, en als je de film wil samenvatten in één beeld, dan neem je dat.

Met “All of Us” dring je niet enkel door tot in de ziel van je personages, maar de film zelf dringt op zijn beurt ook tot in de ziel van de kijker. Als je rekening houdt met de demografische gegevens en ziet dat de 16-24 jarigen de grootste groep van het bioscooppubliek uitmaakt…

…da’s geen gemakkelijke opdracht, hé. Ik weet het. Het wordt niet evident om dat specifieke publiek aan te spreken. Misschien in een tweede fase, via streaming bijvoorbeeld. Maar ik toon de film vaak aan een jong publiek, ik hoop dat zij er dan met anderen over praten, en zo hoop ik hen naar de zaal te krijgen op basis van word-of-mouth. Want de film raakt hen echt. Verleden week zijn er jongeren bij mij gekomen, ‘Oh, je hebt een fantastische film gemaakt, we hebben hem toevallig gezien tijdens het Film Fest Gent waar we tickets hadden gekregen.’ Ik kan hen natuurlijk niet zeggen dat het een Marvel-film is zonder mij belachelijk te maken, maar ik hoop dat ik hen toch kan bereiken. Anderzijds, ik heb geen doelpubliek voor ogen. Al de ambtenaren van de stad Gent konden de film zien tijdens Film Fest Gent, want de stad had toen voor iedereen die bij hen werkte een ticket gekocht. Toevallig stond ik net aan de uitgang toen de vertoning voorbij was en het publiek buitenkwam. Toen zag ik mijn publiek. Zo’n kans heb je heel zelden. Het was geen gala-première, het was op een zondagochtend toen ze allen naar de cinema mochten, zonder te weten wat ze zouden te zien krijgen. Dus ze kwamen buiten, en ik zag die tsunami aan emoties, die oprechtheid van die mensen—er waren jonge mensen bij, oudere mensen, allochtonen, mannen, vrouwen, alles. Niemand kon zijn schouders ophalen en zomaar weggaan, ze waren op één of andere manier gepakt door de film. Toen dacht ik, ‘Dat heb ik dan toch al gehad, ik heb gezien dat het kan.’ Nu nog de mensen naar de zaal proberen te krijgen met interviews, communicatie, affiches, reclame maken—en geluk [lacht]. En dan is het aan het publiek zelf: het publiek dat zichzelf vermenigvuldigt, of niet. Dat zal ik dan wel zien. Ik kan enkel de film maken, en uitleggen waarom ik vind dat hij goed is. Maar als ze op het einde van de dag zeggen, ‘Wij gaan liever naar de nieuwste Marvel-film kijken,’ tja, wie ben ik dan, hé.

Gent
10 december 2019

De trailer van “All of Us”

FILMS

FILM 1 (1999) DIR – SCR Willem Wallyn CAM Lou Berghmans ED Neil Skeet MUS Dirk Jans CAST Peter Van den Begin, Carl Ridders, Herbert Flack, Luc Wallyn, Fujio Ishimaru, Sylvia Kristel, Frank Vander Linden, Pascale Bal, David Steegen, Doris Van Caneghem, Michel De Coster

10 JAAR “LEUVEN KORT” (2004) DIR Vincent Bal, Dirk Beliën, Lars Damoiseaux, Hans Herbots, Evelien Hoedekie, Daniël Lambrechts, Erik Lamens, Koen Mortier, Wouter Sel, Reinout Swinnen, Patrice Troye, Fien Troch, Lieven Van Baelen, Dorothée Van Den Berghe, Pieter Van Hees, Hilde Van Mieghem, Christophe Van Rompaey, Joël Vanhoebrouck, Brecht Vanhoenacker, Jakob Verbruggen, Willem Wallyn CAST Frank Vercruyssen, Damiaan De Schrijver, Peter Van den Begin, Veerle Dobbelaere, Dimitri Leue, Jenny Tanghe, Gene Bervoets, Frank Focketyn, Fred Van Kuyck, Hilde Van Mieghem, Dirk Roofthooft, Els Dottermans, Stany Crets, Natali Broods, Sam Louwyck, Tom Van Dyck, Kader Gurbüz, Bert André, Ianka Fleerackers, Pieter Embrechts, Nand Buyl

WAT MANNEN WILLEN (2015) DIR Filip Peeters PROD Yoshi Aesaert SCR Willem Wallyn CAM Danny Elsen ED Thijs Van Nuffel MUS Steve Willaert CAST Jonas Van Geel, Louis Talpe, Tom Audenaert, Ben Segers, Adriaan Van den Hoof, Gène Bervoets, Nathalie Meskens, Ruth Becquart, Evelien Bosmans, Ella-June Henrard, Jan Decleir, Sandrine Van Handenhoven, Jits Van Belle, Sien Eggers, Stefaan Degand, Kurt Rogiers

ALL OF US (2019) DIR – PROD – SCR Willem Wallyn CAM  ED  MUS  CAST Maaike Neuville, Barbara Sarafian, Joke Devynck, Bruno Vanden Broecke, Jan Hammenecker, Tom Vermeir, Ella Leyers, Gilles De Schryver, Wim Opbrouck, Belfine Bafort, Dominique Van Malder, Ellis De Beule

TV-REEKSEN (enkel scenario)

DE RODENBURGS (2010-2011) – alle 8 afleveringen
ZONE STAD (2012) – 2 afleveringen
ALBERT II (2013)
DE RIDDER (2013) – 1 aflevering
ASPE (2014) – 1 aflevering
PROFESSOR T. (2016) – 6 afleveringen
DE 16 (2016)