Jeannot Szwarc: “Voor mij is ‘Somewhere in Time’ [1980] als een schoen die perfect aan je voet past”

Herinner je je nog filmregisseurs als Clarence Brown, Irving Rapper, Charles Vidor of John Farrow? Deze uiterst bekwame vaklui werkten tijdens de hoogdagen van de Hollywoodstudio’s en waren altijd zeer betrouwbare storytellers. Ze waren niet de befaamde trendsetters zoals Frank Capra, Alfred Hitchcock, John Huston of Billy Wilder, maar je kon wel altijd op hen rekenen. Ze werkten altijd met geweldige acteurs en werken met acteurs was ook hun specialiteit.

Jeannot Szwarc op de set van “Santa Clause: The Movie” (1985). Foto: Tri-Star Pictures

Hetzelfde geldt voor de in Frankrijk geboren regisseur Jeannot Szwarc. Naar mijn bescheiden mening is hij een filmmaker die in dezelfde categorie thuishoort. Bovendien weet hij waarover hij spreekt: de man is een filmfanaat, een film buff, un cinéphile zoals hij zelf zegt, én hij is bovendien een spraakwaterval. Maar vooral: hij zou wel eens een van de beste regisseurs kunnen zijn waar je misschien nog nooit van hebt gehoord, of die je intussen al lang bent vergeten. Hij werkte met o.m. Vincent Price, Geraldine Page, George C. Scott, Christopher Reeve, Peter O’Toole en Burgess Meredith. Zijn oeuvre omvat veel werk voor televisie, en films zoals de kaskraker “Jaws 2” uit 1978, die wereldwijd meer dan $ 100 miljoen opbracht, de cultklassieker “Somewhere in Time” (1980), de politieke thriller “Enigma” (1982) en de fantasy-adventure “Santa Clause: The Movie” (1985).

Maar “Somewhere in Time” is zijn favoriete en meest persoonlijke film. Het is toevallig ook mijn favoriete film. Gebaseerd op Richard Mathesons roman “Bid Time Return” (1975), vertelt hij het verhaal van Richard Collier, een toneelschrijver uit Chicago—vertolkt door Christopher Reeve in zijn eerste film sinds “Superman” (1978). Het personage brengt een bezoek aan het Grand Hotel op Mackinac Island, Michigan, en hij voelt zich zich aangetrokken tot een foto die hij daar ziet van een actrice (gespeeld door Jane Seymour) die in 1912 in het hotel optrad. Hij besluit terug te keren naar 1912—het principe van de time travel dat wel vaker in films wordt gehanteerd—om haar te ontmoeten.

Deze mystieke en emotionele romance was destijds lang geen hitfilm, aangezien iedereen hoopte dat Christopher Reeve opnieuw Superman zou spelen. Zo geschiedde overigens, want “Somewhere in Time” werd opgenomen en uitgebracht tussen “Superman” en de sequel “Superman 2” (1980). Szwarc maakte sindsdien nog een paar films en keerde later terug naar televisie, waar hij op het einde van de jaren zestig ook zijn carrière begon toen hij als 30-jarige regisseur afleveringen maakte van TV-series zoals “Ironside”, “It Takes a Thief,” “The Virginian” en zijn favoriete reeks, Rod Serling’s “Night Gallery” waar hij werkte met Sandra Dee, Sally Field, Mickey Rooney, Raymond Massey, Laurence Harvey en vele anderen.

Maar “Somewhere in Time” bleef me altijd bij. Voor deze film gaf Universal hem immers carte blanche, waardoor de prent de ultieme Jeannot Szwarc-film is geworden. Hij heeft dezelfde sprankelende filmmagie die je kunt terugvinden in de oude filmklassiekers waar de man zelf mee vergroeid is. En toch, ik kon nooit begrijpen waarom Szwarc na een veelbelovende start als cineast geen uitgebreid(er) filmpalmares kan voorleggen. Maar bij een recent bezoek aan Los Angeles had ik het geluk aan mijn kant: als bij toeval kon ik hem localiseren en contacteren, en de man die tot voor kort nog afleveringen van “Grey’s Anatomy” regisseerde, ontving me in zijn woonst in LA om te praten over zijn carrière—en dat kort voordat hij nota bene terug zou verhuizen naar Europa om zich hier opnieuw definitief te vestigen. Ha! Maar goed, laten we beginnen met “Jaws 2” (1978), wat misschien wel de meest ondankbare job is die je als regisseur kunt krijgen: de sequel maken van “Jaws” (1975), Steven Spielbergs meesterlijke kaskraker.

Ondanks de turbulente productie, waar destijds heel wat om te doen was, werd “Jaws 2” een commercieel succes. Hoe ben je betrokken geraakt bij dat project?

De opnamen waren al begonnen toen ik werd gevraagd. Universal had eerst een andere regisseur, en ze hadden intussen ongeveer zes weken gefilmd. Verna Fields, de editor van “Jaws” [1975] en toen een executive bij Universal, bezocht de set van “Jaws 2” [op locatie] en legde de opnamen meteen stil omdat het zo’n puinhoop was. Ze waren bovendien niet eens begonnen met de wateropnamen. Dus de studio zat vast, maar ze wilden de film niet annuleren, omdat er al veel geld was geïnvesteerd. Ze hadden ook nog een crew in Florida. Dus namen ze een aantal namen door van regisseurs om de film over te nemen, en production designer Joe Alves, die nog met me had gewerkt in de tijd van “Night Gallery,” liet mijn naam vallen. Hij had gezegd, ‘I know someone who is fast and can do this very quickly.’ Ik was toen net begonnen aan een pilootaflevering voor TV-producer Quinn Martin, maar intussen had Ned Tanen, nog een executive bij Universal, over mij gehoord en ik werd uitgenodigd voor een gesprek. Toen ik op zijn kantoor kwam, wist ik niet eens waarover het ging. Dus gaven ze me het script, ik las het en ze vroegen, ‘Wel, wat denk je?’ Ik vertelde hen dat de dialogen verschrikkelijk waren, maar de actiescènes leken goed. Nadat ik zijn kantoor had verlaten, ging ik terug naar Quinn Martin en toen ik daar aankwam, zeiden ze tegen me, ‘Universal heeft net gebeld, je moet terug.’ Dus ik terug naar Ned Tanen, en hij zei, ‘Kijk Jeannot, als je deze film wil doen, de omstandigheden zijn ver van ideaal. Je hebt maar een week om je voor te bereiden, en het is een echte nachtmerrie, maar wat wil je in ruil? Wil je misschien een multi picture deal?’ Ik zei hem, ‘Niet nodig, ik wil alleen een handdruk en de zekerheid dat je me een gunst verschuldigd bent.’ En hij zei toen, ‘Okay.’

En die gunst was “Somewhere in Time”?

Dat klopt. Na “Jaws 2” gaf ik de voorkeur aan een liefdesverhaal. Ik kende ook [auteur] Richard Matheson, we hadden al samengewerkt in de tijd van “Night Gallery,” dus ik zag de verfilming van zijn boek “Somewhere in Time” helemaal zitten. Toen ik nadien terug bij Ned Tanen aanklopte, vroeg ik hem, ‘Weet je nog dat je me een gunst verschuldigd bent? I’m here to collect.’ Niemand kon de film van de grond krijgen, niemand was zelfs nog maar geïnteresseerd in dit project, dus hij belde studiobaas Lew Wasserman en zei, ‘Jeannot is hier, hij zegt dat we hem nog iets verschuldigd zijn.’ Wasserman zei, ‘Dat is zo. Wat wil hij?’ ‘Hij wil een film maken over een man die verliefd wordt op een portret uit het verleden en door de tijd reist om haar te kunnen ontmoeten.’ Toen was er een lange stilte en uiteindelijk zei Wasserman, ‘Cut the budget in half and give him the picture.

[De trailer van “Somewhere in Time”]

Dus je gaf de voorkeur aan een kleine film als “Somewhere in Time” in plaats van een ander groots project.

Iedereen wilde dat ik na “Jaws 2” opnieuw een commerciële film zou maken, maar dat zag ik niet zitten, en zo werd “Somewhere in Time” heel speciaal voor me. We hadden heel weinig geld toen we hem maakten, maar ik vond het niet erg: de studio was zo absoluut non-interested in wat we deden, dat ze ons alle vrijheid gaven. We filmden op Mackinac Island zonder enige tussenkomst. We droegen overal onze eigen bagage, en we gingen op eigen houtje van de ene locatie naar de andere. Toen ik de film had voltooid en de studio kreeg hem te zien, was hun eerste reactie, ‘Jongens, dit is écht speciaal.’ Helaas was de release van de film een ramp en dat brak mijn hart. Maar gelukkig was er een man, Jerry Harvey en eigenaar van het kabeltelevisiekanaal Z Channel, die vaak bij me langskwam omdat ik zoveel oude films op video had—films waarvan hij niet eens had gehoord—en hij besloot om “Somewhere in Time” een week lang elke avond op Z Channel te tonen, en zo vond de film zijn publiek. Het werkte, ook omdat een internationaal netwerk van “Somewhere in Time” fanaten een eigen tijdschrift had, en zo werd hij een enorme cultfilm. Elk jaar tijdens het laatste weekeinde van oktober komen mensen samen in het Grand Hotel op Mackinac Island. Ze kleden zich in kostuums uit die tijd, en kijken naar de film. Het is voor hen een eerbetoon aan de film. Ik ben er geweest, maar nadat Chris is overleden [in 2004], wilde ik niet terug omdat het te pijnlijk zou zijn. Ik word er natuurlijk ook niet jonger op, dus ik denk niet dat ik ooit nog zal terugkeren, hoewel ik er nog een keer ben geweest op vraag van Jeff Gourson, de editor van “Somewhere in Time,” en het was ongelooflijk. Ik kwam een ​​man tegen die me vertelde dat hij de film meer dan tweehonderd keer had gezien, en een vrouw die tegen me zei, ‘Ik kijk elke dag naar de film.’ Ik denk dat het komt omdat we met de film heel oprecht zijn geweest, zonder enige vorm van cynisme, en daar ben ik erg trots op. Weet je dat de studio op een dag tegen me zei, ‘Je moet visuele effecten hebben’, maar dat wilde ik niet doen. Ze zeiden, ‘Maar hoe zullen we dan weten dat ze in het verleden zijn?’ En ik zei: ‘Jongens, als wij ons werk goed doen, zal dat geen probleem zijn.’

[Actrice Jane Seymour over haar bezoek aan het Grand Hotel en het “Somewhere in Time” weekeinde]

Hoe ben je er uiteindelijk toe gekomen om Mackinac Island als locatie uit te kiezen?

Dat was heel interessant, want Matheson schreef het oorspronkelijk met het Hotel del Coronado in San Diego in gedachten. Ik was daar naartoe gegaan, maar het was van bij het begin al duidelijk dat dit niet zou werken. Er waren te veel tv-antennes—kortom, het werkte gewoon niet. Nadien toonde associate producer Steve Bickel me een foto van het Grand Hotel op Mackinac Island. En ik zei, ‘Oh! Daar wil ik naartoe, ik moet weten hoe het daar is.’ Dus ik erheen, maar het hotel was gesloten want het was winter, alles was ondergesneeuwd. Ik vroeg de valet hoe het eruit zag in de zomer. En hij legde me uit waar de gazon is, waar de tafels en de stoelen staan, waar de mensen kunnen wandelen, enz. Het werd allemaal heel duidelijk. Van zodra ik het hotel had gezien, wist ik in feite al dat we de film daar moesten opnemen.

John Barry schreef een geweldige score voor de film, vind je niet?

Absoluut. Ik heb hem ontmoet dank zij Jane Seymour. Zij was een heel goede vriendin van zijn vrouw. John Barry was de eerste die de film zag, nog voordat ik hem aan de studio toonde. Ik was daar met de editor en toen de screening voorbij was, had John tranen in zijn ogen. Hij zei, ‘Jeannot, dit had ik helemaal niet verwacht.’ Ik zei hem dat we een beperkt budget hadden, maar daar maakte hij geen probleem van, hij wilde absoluut de score schrijven. Ik wist ook erg veel van muziek, ik speelde piano toen ik jong was, dus we praatten samen voortdurend over muziek. Ken je die scène nog wanneer Collier zich de muziek herinnert? Oorspronkelijk was dat Mahler, ik weet niet meer precies welk stuk, maar het was Mahler. Ik was toen in Parijs aan het luisteren naar Mahler, terwijl de editor aan het werk was in Hollywood, en ik belde John en zei tegen hem, ‘John, het spijt me, maar ik denk dat Mahler echt te zwaar is.’ Dus moesten we opnieuw iets zoeken dat toen gekend was, en toen kwam hij op het idee om Rachmaninov te gebruiken.

Je had een geweldige cast. Hoe heb je met je acteurs gewerkt?

Ik laat alles zijn gang gaan, en ik werk ook heel instinctief. Zoals de eerste keer dat Christopher Reeve en Jane Seymour elkaar ontmoeten en zij zegt, ‘Is it you?’ Of hun eerste kus—die momenten moesten ongelooflijk zijn. Daar heb ik hard aan gewerkt, en bovendien hadden we een enorm goed scenario. In de roman van Richard Matheson is het personage van Collier ziek en sterft hij aan een ziekte. Maar ik zei tegen hem, ‘Weet je, Richard, wanneer mensen in films sterven aan een ziekte, is de timing altijd erg moeilijk. Het personage zou moeten sterven aan liefdesverdriet.’ En Matheson vond het geweldig. Hij dacht dat de studio ons dat nooit zou laten doen, maar ik zei, ‘We vertellen het gewoon niet!’ [Lacht.]

Ik vond altijd dat “Somewhere in Time” de beste film is die nooit werd gemaakt tijdens de topdagen van de studio’s.

Weet je, ook al was een film als “The Ghost and Mrs. Muir” [1947] niet helemaal hetzelfde, hij gaf me wel hetzelfde gevoel. Gene Tierney was grandioos! Die film was fantastisch, het was een prachtig liefdesverhaal. Maar je hebt gelijk—ik heb vaak met Vincent Price gewerkt, en hij zei altijd tegen me, ‘Jeannot, je bent te laat geboren, je had hier in de jaren veertig moeten werken.’ Het is grappig voor een French kid als ik, maar toen “Singin’ in the Rain” [1952] uitkwam, zag ik de film veertien keer na mekaar. Als ik je een lijst met mijn favoriete films zou geven, dan staan “Singin’ in the Rain” en “The Band Wagon” [1953] er zeker bij. In die film vind je trouwens één van de beste scènes ooit, met Fred Astaire en Cyd Charisse in hun dansscène van ‘Dancing in the Dark.’

[Fred Astaire en Cyd Charisse tijdens hun ‘Dancing in the Dark’ dansscène in Vincente Minnelli’s “The Band Wagon”]

Was het een verrassing voor je dat je Christopher Reeve kon strikken voor de rol van Richard Collier?

Ik wist zeker dat hij toen veel aanbiedingen kreeg om fysieke films met allerlei stunts te maken, maar ik wist ook dat hij iets wilde doen als acteur. Dus ik belde ik Richard Donner [regisseur van “Superman”] die een oude vriend van me was, en hij vertelde me, ‘Chris is very bright, very smart and very well-read.’ Nadat ik Chris voor de eerste keer had ontmoet, en hem had verteld waarover de film ging en hoe we hem zouden maken, belde hij de volgende dag en zei, ‘I’m in.’ Maar dan moesten we het meisje nog vinden. Ik interviewde werkelijk élke actrice die je maar kon bedenken. Elke actrice die je nu kent, heb ik voor de rol geïnterviewd. En toen we Jane Seymour ontmoetten, was er een vonk tussen hen die perfect was. Wat ik ook leuk vond aan haar, is dat zij heel veel aan het personage heeft toegevoegd. Nadien hebben mensen die met haar hebben gewerkt, me verteld, ‘Je hebt iets uit haar gekregen dat niemand anders ooit kon doen.’ Want zij is helemaal niet zo zachtaardig als haar personage in de film, maar ze hàd iets waardoor alles meteen in de juiste plooien viel.

En zoals je zei, het is een cultfilm geworden.

Ik hou heel veel van de films die ik heb gemaakt, maar “Somewhere in Time” is heel bijzonder. Toen we de scène draaiden wanneer Collier haar foto voor het eerst ziet, had ik tegen Chris gezegd, ‘Ik wil dat je aan de andere kant van de kamer staat, en je voélt gewoon dat ze naar je kijkt, dan draai je je om en ga je naar haar toe.’ Chris was een zeer briljante en intelligente man, hij keek me aan en zei: ‘Jezus, Jeannot, je gaat er echt helemaal voor.’ Ik zei hem, ‘Chris, als wij het niet doen, zal het nooit werken.’ Van bij het begin zag ik de film in mijn hoofd, dat is mij heel zelden overkomen. Maar hier had ik het meteen. Voor mij is “Somewhere in Time” als een schoen die perfect aan je voet past.

Je haalt altijd het beste uit elke acteur waarmee je werkt en in je carrière heb je met veel geweldige acteurs gewerkt. Wat is het geheim van jouw aanpak?

Werken met acteurs heeft me altijd goed gelegen. Ik geef nooit lange nota’s of lange speeches, ik benader mijn werk als regisseur meer als een beeldhouwer. Als ik vier dingen wil doen, dan begin ik met het eerste en dan pas komt het volgende. Ik gooi het nooit allemaal in de acteurs hun gezicht. Ik heb ooit een aflevering van “Night Gallery” gedaan met Geraldine Page. Het was een shoot van één dag en ik deed alles zoals ik het gewoon was van te doen, ik sprak met haar en vertelde haar wat ik wilde. Aan het einde van de dag nam ze mijn hand en zei ze, ‘Jeannot, als je ooit een andere rol voor me hebt, hoef je mijn agent niet te bellen, bel gewoon naar mij.’ En ik zei, ‘Zeg eens, vind je dat ik het goed doe?’ Want ik was toen nog jong, en had geen echt referentiepunt. ‘Doe jij maar gewoon voort zoals je nu bezig bent,’ vertelde ze. Dat gaf me veel vertrouwen en ik ben blij te kunnen zeggen dat ik altijd een heel goede verstandhouding heb gehad met mijn acteurs. Ik word nooit boos, ik ben geduldig, ik leg hen niets op, en ik probeer hen te laten begrijpen wat ik zoek.

Hoe maak je je huiswerk voor de scènes die je de volgende dag gaat draaien?

Als ik voor televisie werk, bereid ik altijd de hele aflevering voor. Elke avond doorloop ik al mijn notities die ik overdag heb opgevouwen en die in de achterzak van mijn broek zitten. Tijdens de opnames kijk ik nooit naar het script, want dat zit hier [wijst met zijn vinger naar zijn hoofd]. Soms, als een acteur een regel vergeet, zeg ik wel eens, ‘Oei, je bent daar een zin vergeten’ of ‘Er stond in het script een ander woord.” [Lacht.] Wat ik ook doe, of het nu een aflevering is van “Bones” of van “Grey’s Anatomy,” ze geven me twee kleine monitoren, en ik sta altijd aan de rand van de set. Als ik iets moet zeggen tegen de acteurs, kan ik het hen meteen zeggen, zonder vanop afstand te moeten roepen. Ik hoef niet eens op te staan, naar hen toelopen en dan terugkomen. Zo is het persoonlijker voor de acteurs, het stelt hen gerust—dat is beter dan voor een monitor op een afstand van zestig meter te moeten zitten.

Ik hou ook van de manier waarop je alle ingrediënten in je verhalen combineert. Neem bijvoorbeeld “Enigma” [1982] met Martin Sheen en Brigitte Fossey, je hebt een liefdesverhaal, een politieke thriller …

…ik ben dol op die film, maar hij aan de kassa was hij een flop. De cast was geweldig, ook de acteurs in de bijrollen. Derek Jacobi’…! Ik heb een geweldig Derek Jacobi verhaal. Hij en [acteur] Michael Williams bleven de hele tijd op de set rondhangen en op een dag vroeg ik hem, ‘Derek, wat is er aan de hand? Ik kan aan je lichaamstaal zien dat er iets scheelt.’ Dus we gingen ’s avonds eten en hij had wat we noemen het ‘Laurence Olivier syndroom’: hij was ervan overtuigd dat hij niet meer wist hoe hij moest acteren, hij twijfelde de hele tijd aan zichzelf. Ik zei tegen hem, ‘Jij moet teruggaan naar het theater, je moet opnieuw in toneelstukken spelen.’ Dat heeft hij uiteindelijk gedaan, en het werkte voor hem want hij werd een ster van het Nationale Theatre. Hij had de feedback van het publiek nodig. Dus ik begrijp als een acteur denkt, ‘Ik heb het niet meer, ik weet niet meer hoe ik het moet doen.’ Daarom is de sfeer op de set erg belangrijk. Het laatste wat ik deed was een aflevering van “Grey’s Anatomy” ongeveer zes maanden geleden. Van zodra ik op de set verscheen, zeiden de acteurs, ‘Ah, je bent er!’ De sfeer moet ontspannen en gemoedelijk zijn: we maken per slot van rekening entertainment, hé! En eens op de set, dan weet ik precies wat ik wil, het is niet zoiets als ‘laat ons eens kijken wat we kunnen doen.’ En ik hou het licht, ik gebruik veel humor, zodat iedereen het naar zijn zin heeft. Een film maken is als het bouwen van een kathedraal: al die verschillende mensen met verschillende talenten, technieken en knowhow komen allemaal samen en creëren samen één ding.

Heb je veel takes nodig tijdens dit creatieve proces?

Enkel als het echt moet. Ik geloof niet in eindeloos veel takes. Als het iets moeilijks is, ja, maar de vraag is of het dan echt beter wordt. Mijn magisch nummer is meestal drie takes—liefst drie goede takes.

Hoe was het met je all-star films zoals “Supergirl” [1984] en “Santa Claus: The Movie” [1985]? Heb je toen ook storyboards voor die films gebruikt?

Ik gebruikte dezelfde techniek, en ja, ik had storyboards. Je kon niet zonder. Er waren scènes met zoveel visuele elementen dat we echt storyboards nodig hadden. Maar ik ben er niet zo gek van, want het probleem is, het ziet er altijd anders uit wanneer je door de camera kijkt. Je krijgt een ander perspectief, dus ik zeg altijd tegen iedereen om ze niet te letterlijk te nemen en ze eerder als een benadering te beschouwen.

Ik vroeg me altijd af waarom je niet meer films hebt gemaakt. Denk je niet dat je als filmmaker heel erg bent onderschat?

Weet je, “Jaws 2” was een kaskraker, maar “Somewhere in Time” was een flop, “Enigma” was een flop, “Santa Claus” was een flop… Begrijp je? Natuurlijk had ik graag meer films gemaakt. Er waren zoveel andere films die ik wilde doen, en als “Somewhere in Time” vandaag zou worden uitgebracht en hij werd goed worden ontvangen, dan had ik misschien een heel andere carrière kunnen hebben. Anderzijds, als je een film wil maken, het is zo’n enorme investering in tijd—het duurt haast een eeuwigheid. Dus ik had het geluk om voor televisie te kunnen werken.

Kun je één acteur uitkiezen waarmee je werkte en die je echt bewonderde?

Oh, er zijn er zoveel… Laurence Harvey, Geraldine Page, Frank Finlay… George C. Scott! Hij was ongelooflijk. Wij draaiden “Murders in the Rue Morgue” [1986], waarvan ik nog steeds denk dat het de beste versie is ooit gemaakt. Er was een scène waar hij op een stoel tegen de muur zit, met op de voorgrond Val Kilmer en Rebecca De Mornay. Scott had geen dialoog, hij bewoog zelfs niet, maar toch keek je heel de tijd naar hem. Hij was zo’n ongelooflijk acteur, gewoon briljant!

Hoe kwam je passie voor films tot stand?

Wel, je moet weten dat ik uit Frankrijk kwam. Ik ben nooit naar een filmschool geweest, maar ik was een echte cinéphile en was geobsedeerd door films. Als kind was ik erg verlegen, dus wanneer ik triestig was, ging ik naar de cinema om te genieten van la magie des salles obscures. Toen kon je een film steeds opnieuw zien, nadat de vertoning voorbij was, kon je in de zaal blijven zitten en wachten op de volgende vertoning. Zo raakte ik verslaafd aan films en besloot ik op een of andere manier er mijn beroep van te maken. Maar mijn vader, een buitengewoon intelligente man uit Polen, stelde voor om eerst een diploma te behalen en van zodra ik dat op zak had, mocht ik doen wat ik wilde. Dus ging ik naar een school in Parijs en terwijl ik daar was, richtte ik een ciné-club op die nog steeds bestaat. En nadat ik mijn studies had beëindigd, heb ik dan mijn eerste stappen in de filmwereld gezet.

Los Angeles, California
27 maart 2019

FILMS

EXTREME CLOSE-UP (1973) DIR Jeannot Szwarc PROD Paul N. Lazarus III SCR Michael Crichton CAM Paul Lohmann MUS Basil Poledouris CAST Jim McMullan, Katherine Woodville, James A. Watson Jr., Bara Byrnes, Al Checco, Jacqueline Giroux, Curtis Credel, William Wellman Jr.

BUG (1975) DIR Jeannot Szwarc PROD William Castle SCR Thomas Page, William Castle (boek, Thomas Page) CAM Michel Hugo ED Allan Jacobs MUS Charles Fox CAST Bradford Dillman, Joanna Miles, Richard Gilliland, Jamie Smith-Jackson, Alan Fudge, Jesse Vint, Patty McCormack, Brendan Dillon, Frederic Downs, William Castle

JAWS 2 (1978) DIR Jeannot Szwarc PROD Richard D. Zanuck, David Brown SCR Carl Gottlieb, Howard Sackler (personages, Peter Benchley) CAM Michael C. Butler ED Steve Potter, Arthur Schmidt, Neil Travis MUS John Williams CAST Roy Scheider, Lorraine Gary, Murray Hamilton, Joseph Mascolo, Jeffrey Kramer, Collin Wilcox Paxton, Ann Dusenberry, Mark Gruner

SOMEWHERE IN TIME (1980) DIR Jeannot Szwarc PROD Stephen Deutsch, Ray Stark [uncredited] SCR Richard Matheson (ook boek) CAM Isidore Mankofsky ED Jeff Gourson MUS John Barry CAST Christopher Reeve, Jane Seymour, Christopher Plummer, Teresa Wright, Bill Erwin, George Voskovec, Susan French, John Alvin, Eddra Gale, William H. Macy, George Wendt, Richard Matheson

ENIGMA (1982) DIR Jeannot Szwarc PROD Peter Shaw, André Pergament SCR John Briley (boek, Michael Barak) CAM Jean-Louis Picavet ED Peter Weatherley, Peter Culverwell MUS Marc Wilkinson, Douglas Gamley CAST Martin Sheen, Sam Neill, Brigitte Fossey, Derek Jacobi, Michael Lonsdale, Frank Finlay, Warren Clarke, Michael Williams

SUPERGIRL (1984) DIR Jeannot Szwarc PROD Timothy Burill SCR David Odell CAM Alan Hume ED Malcolm Cooke MUS Jerry Goldsmith CAST Helen Slater, Faye Dunaway, Peter O’Toole, Hart Bochner, Mia Farrow, Simon Ward, Marc McClure, Brenda Vaccaro, Peter Cook, Maureen Teefy, David Healy

SANTA CLAUS: THE MOVIE (1985) DIR Jeannot Szwarc PROD Ilya Salkind, Pierre Spengler SCR David Newman (verhaal, David Newman, Leslie Newman) CAM Arthur Ibbetson ED Peter Hollywood MUS Henry Mancini CAST Dudley Moore, John Lithgow, David Huddleston, Burgess Meredith, Judy Cornwell, Jeffrey Kramer, Christian Fitzpatrick

HONOR BOUND (1988) DIR Jeannot Szwarc PROD Michel Roy, Tim Van Rellim SCR Terrell Tannen (boek, Steven L. Thompson) CAM Robert M. Stevens ED John Jympson MUS Mark Shreeve CAST Eric Douglas, Edward Meeks, Hana Baczynska, Relja Basic, Gene Davis, Bob Delegall, George Dzundza, Michael Hofland, Darko Janes, Zdenko Jelcic, Lawrence Pressman, Tom Skerritt

HERCULE & SHERLOCK (1996) DIR Jeannot Szwarc PROD Marie-Christine de Montbrial SCR Joe Morheim, A. Sanford Wolfe (adaptatie, Valentine Albin) CAM Bernard Lutic ED Kako Elber, Françoise London, Chantal Pernecker MUS Gabriel Yared CAST Christophe Lambert, Richard Anconina, Philippine Leroy-Beaulieu, Roland Blanche, Béatrice Agenin, Laurent Gwendon, Benjamin Rataud, Michel Crémadès

LES SŒURS SOLEIL (1997) DIR Jeannot Szwarc PROD Alain Terzian SCR Michel Delgado, Marie-Anne Chazel CAM Fabio Conversi ED Catherine Kelber MUS Eric Levi CAST Thierry Lhermitte, Marie-Anne Chazel, Clémentine Célarié, Didier Bénureau, Isabelle Carré, Léonore Confino, Alain Doutey, Jean Reno

TV MOVIES

NIGHT OF TERROR (1972) DIR Jeannot Szwarc PROD Thomas L. Miller, Edward K. Miklis TELEPLAY Cliff Gould CAM Howard Schwartz ED Michael Vejar MUS Robert Drasnin CAST Martin Balsam, Catherine Hicks, Chuck Connors, Donna Mills, Agnes Moorehead, Vic Vallaro, John Karlen

THE WEEKEND NUN (1972) DIR Jeannot Szwarc PROD Thomas L. Miller, Edward K. Miklis TELEPLAY Ken Trevey CAM Ronald W. Browne ED Rita Roland MUS Charles Fox CAST Joanna Pettet, Vic Morrow, Ann Sothern, James Gregory, Beverly Garland, Kay Lenz, Marion Ross

YOU’LL NEVER SEE ME AGAIN (1973) DIR Jeannot Szwarc PROD David J. O’Donnell TELEPLAY William Wood, Gerald Di Pego (verhaal, Cornell Woolrich) CAM Walter Strenge ED Richard G. Wray MUS Richard Clements CAST David Hartman, Jane Wyatt, Ralph Meeker, Jess Walton, Joseph Campanella, Colby Chester, George Murdock, Ben Gazarra, Bo Svenson

THE SMALL MIRACLE (1973) DIR Jeannot Szwarc PROD Herbert L. Strock TELEPLAY Howard Dimsdale, John Patrick (verhaal en boek, Paul Galico)  CAM John R. McLean ED David Newhouse MUS Ernest Gold CAST Vittorio De Sica, Marco Della Cava, Guidarino Guidi, Raf Vallone, Pietro Tordi, Massimo Sarchielli, Umberto Raho

LISA, BRIGHT AND DARK (1973) DIR Jeannot Szwarc PROD Tom Egan TELEPLAY Lionel E. Siegel (boek, John Neufeld) CAM Richard C. Glouner ED Keith Olson MUS Rod McKuen CAST Anne Baxter, John Forsythe, Kay Lenz, Anne Lockhart, Debralee Scott, Jamie Smith-Jackson, Anson Williams, Erin Moran

A SUMMER WITHOUT BOYS (1973) DIR Jeannot Szwarc PROD Ron Roth TELEPLAY Rita Lakin CAM Mario Tosi ED Jim Benson MUS Andrew Belling CAST Barbara Bain, Michael Moriarty, Kay Lenz, Mildred Dunnock, Debralee Scott, Bruno Kirby, Ric Carrott

SOMETHING WONDERFUL HAPPENS EVERY SPRING (1975) DIR Jeannot Szwarc TELEPLAY John Patrick, Howard Dimsdale (novel by Paul Gallico)

CRIME CLUB (1975) DIR Jeannot Szwarc PROD James Duff McAdams TELEPLAY Gene R. Kearney CAM Gayne Rescher ED Jim Benson, Sigmund Neufeld Jr. MUS Gil Mellé CAST Scott Thomas, Eugene Roche, Robert Lansing, Biff McGuire, Barbara Rhoades, Michael Cristofer, M. Emmet Walsh, Kathleen Beller, Carl Gottlieb

HAZARD’S PEOPLE (1976) DIR Jeannot Szwarc PROD Roy Huggins TELEPLAY Heywood Gould, Roy Huggins, Jo Swerling Jr. CAM Charles Correll MUS John Cacavas CAST John Elerick, Cliff Emmich, Stefan Gierasch, Richard Herd, Roger Hill, John Houseman, Doreen Lang, Hope Lange, James Whitmore Jr.

CODE NAME: DIAMOND HEAD (1977) DIR Jeannot Szwarc PROD – TELEPLAY Paul King CAM Jack Whitman ED Jim Gross MUS Morton Stevens CAST Roy Thinnes, France Nuyen, Zulu, Ward Costello, Don Knight, Ian McShane, Eric Braeden, Dennis Patrick, Alex Henteloff

THE MURDERS IN THE RUE MORGUE (1986) DIR Jeannot Szwarc PROD Robert A. Halmi TELEPLAY David Epstein (verhaal, Edgar Allan Poe) CAM Bruno de Keyzer ED Eric Albertson MUS Charles Gross CAST George C. Scott, Rebecca De Mornay, Val Kilmer, Ian McShane, Neil Dickson, Maud Rayer, Maxence Mailfort, Fernand Guiot

GRAND LARCENY (1987) DIR Jeannot Szwarc PROD Patrick Deschamps TELEPLAY Peter Stone CAM Tony Impey ED Lyndon Matthews MUS Irwin Fisch CAST Ritza Brown, James Cossins, Marilu Henner, Louis Jourdan, Ian McShane, Omar Sharif, Steve Kalfa, Thy Nguyen, Jean-Pierre Rosier

PASSEZ UNE BONNE NUIT, a.k.a. HAVE A NICE NIGHT (1990) DIR Jeannot Szwarc TELEPLAY Jeannot Szwarc, Sergio Gobbi, Alec Medieff (boek, James Hadley Chase) ED Rached M’Dini MUS Claude Bolling CAST Michael Brandon, Marisa Berenson, Guy Marchand, Stéphane Bonnet, Marc de Jonge, Valérie Steffen, Sophie Renoir

MOUNTAIN OF DIAMONDS (1991) DIR Jeannot Szwarc PROD Gerald Morin TELEPLAY Sergio Donati (boek, Wilbur Smith) CAM Sergio D’Offizi MUS Michel Legrand ED Mario Morra CAST Isabelle Gélinas, Derek de Lint, Jason Connery, John Savage, Jean-Pierre Cassel, Marina Vlady, Ernest Borgnine, Frank Finlay, Valerie Perrine

SCHRECKLICHER VERDACHT (1995) DIR Jeannot Szwarc ED Rainer Standke CAST Susanne Schäfer, Sebastien Koch, Michael Greiling, Raynor Scheine, Mark Kuhn, Sophia Dirscherl, Dominique Alter, Sebastian Kalhammer

THE ROCKFORD FILES: A BLESSING IN DISGUISE(1995) DIR Jeannot Szwarc PROD David L. Beanes, Mark Horowitz TELEPLAY Stephen J. Cannell CAM Steve Yaconelli ED Pamela Malouf MUS Mike Post CAST James Garner, Richard Romanus, Joe Santos, Renée O’Connor, Aharon Ipalé, Reuven Bar-Yotam, Eric Lutes, Morton Downey Jr., Stuart Margolin

THE ROCKFORD FILES: IF THE FRAME FITS… (1996) DIR Jeannot Szwarc PROD Mark Horowitz, Mark R. Schilz TELEPLAY Juanita Bartlett CAM Steve Yaconelli ED Pamela Malouf MUS Mike Post, Pete Carpenter CAST James Garner, Dyan Cannon, Joe Santos, Gretchen Corbett, Tom Atkins, James Luisi, Carmen Argenziano, Steve Eastin, Stuart Margolin

MINI-SERIES

PRIGIONIERA DI UNA VENDETTA (1993) DIR Jeannot Szwarc, Vittorio Sindoni EXEC PROD Thierry Caillon, Enrico Vanzina TELEPLAY Raoul Giordano, Romano Migliorini, Luca Morsella, Dominique Roulet (verhaal, Bernard Fixot) CAM Safai Teherani, Jean-Yves Le Mener ED Alberto Gallitti, Madeleine Guérin, Françoise London MUS Serge Franklin, Renato Serio CAST Mireille Darc, Jean Sorel, Charles Aznavour, Marc de Jonge, Guiliano Gemma, Ana Obregón, Remo Girone, Laura Soveral, Sophie Renoir