Jan-Ole Gerster: “Ook al is cinema mijn geheim wapen, toch ben ik gewoon vreselijk bang om te falen”

De Duitse zwart-wit tragikomedie “Oh Boy” (2012) was de veelgeprezen debuutfilm van regisseur en scenarioschrijver Jan-Ole Gerster (geb. 1978). De film won destijds talloze prijzen, waaronder de European Film Award for Best Debut, kreeg lovende kritieken zowel in Europa als in de V.S., de film werd vertoond in ongeveer veertig landen en heeft in totaal ca. $ 3.000.000 opgebracht. Niet onaardig voor een eerste en onafhankelijke art house film die intussen is uitgegroeid tot een cultfilm over het leven in het moderne Berlijn.

En nu, zoveel jaar na “Oh Boy,” staat Gersters langverwachte tweede speelfilm “Lara” op het punt om in een aantal landen uit te komen; nadat hij in november 2019 al in Duitsland werd uitgebracht, werd de release in verschillende landen uitgesteld vanwege de pandemie. In tussentijd werd “Lara” wel met succes vertoond op verschillende festivals, waaronder vorig jaar op het Karvoly Vary International Film Festival (wereldpremière) waar hij drie prijzen won. De film toerde vervolgens de wereld rond en werd vertoond op festivals van o.m. München, Zürich, Vancouver, Londen, New York, Palm Springs, Chicago, Göteborg en Miami.

“Lara” is een psychologisch drama en een portret van een moeder die haar gedachten, emoties en gevoelens blootlegt op haar 60ste verjaardag. Die dag lijkt te beginnen als elke andere dag—met een kopje thee en een sigaret. Maar ’s avonds geeft haar zoon Victor een pianoconcert dat hij zelf heeft gecomponeerd; Lara hoopte ooit zelf om een toppianiste te worden, maar toen die droom in duigen viel, projecteerde ze die op haar zoon. Zij was het die in de eerste plaats Viktors muzikale carrière uitstippelde. Maar in tegenstelling tot Viktors vader en zijn nieuwe vriendin, is Lara niet uitgenodigd. Toch heeft ze haar eigen plannen voor deze dag: ze koopt de resterende kaartjes voor het concert en verdeelt ze op haar eigen en eigenwijze manier.

De bekroonde Duitse theater-, televisie- en filmactrice Corinna Harfouch (die in 2004 Magda Goebbels speelde in “Der Untergang”) kruipt in de huid van Lara; Tom Schilling, eerder al te zien in de hoofdrol in “Oh Boy,” vertolkt de rol van Lara’s zoon Viktor.

Aangezien de film is geregisseerd door Jan-Ole Gerster, één van Duitslands meest getalenteerde filmregisseurs, is het geen verrassing dat “Lara” een fascinerende film is, een diepgravende karakterstudie en een verontrustend portret van een wanhopige vrouw, dat door elke kijker anders kan worden geïnterpreteerd. De toekomst zal uitwijzen welke richting de carrière van Jan-Ole Gerster zal uitgaan na “Oh Boy” en “Lara,” ofschoon men haast met zekerheid weet dat hij ook bij zijn volgende film de perfecte balans zal vinden bij het aanspreken van zijn briljante imaginaire wereld.

Corinna Harfouch en Tom Schilling als Lara en Viktor in “Lara” van Jan-Ole Gerster. Foto: Cherry Pickers

Tijd voor een Coronaproof gesprek via Skype met de man om te praten over “Lara” en hoe hij zijn werk en aanpak als regisseur benadert.

“Lara” loopt in de Belgische bioscopen vanaf woensdag 23 september.

Hoe is “Lara” tot stand gekomen? Was het een gemakkelijke opgave, vooral nadat je de lat erg hoog had gelegd met je debuutfilm “Oh Boy”?

Denk je dat ik dat gedaan heb? Ik hoop het—niet dat ik mijn films ga rangschikken, maar ik denk wel dat “Lara” een meer filmische benadering is qua visuele aanpak, en ook wat betreft het verhaal zelf. Dus ik denk dat ik een zekere progressie heb gemaakt, en dat was ook de bedoeling. Maar het heeft lang geduurd, zoals je misschien hebt gemerkt [lacht], want ik was een beetje verrast door het succes van mijn eerste film. Er zijn regisseurs die na hun eerste film gewoon meteen terug op het paard springen en hun volgende film maken, en dan nog een. Er zijn ook regisseurs die met hun tweede film hun eerste film zelfs overtreffen, maar er zijn er ook die met moeite aan een tweede film toe komen. Ik zit daar ergens tussenin, denk ik. Dus ik bracht mijn dagen door met nieuwe projecten op te starten waaraan ik nu nog steeds werk—er zijn twee scenario’s die ik begon te schrijven tussen “Oh Boy” en “Lara,” maar toen ontmoette ik scenarioschrijver Blaž Kutin uit Slovenië die nu ook in Berlijn woont. Ik was al geruime tijd op zoek naar een vaste compaan om scenario’s mee te schrijven, maar dat is een moeilijke zoektocht. Het is bijna alsof je op zoek gaat naar een partner: je moet op zoveel niveaus met mekaar overweg kunnen, je moet zoveel dingen delen die je leuk vindt, je moet met mekaar kunnen discussiëren, lachen… Het was dus erg moeilijk om die bepaalde wederhelft te vinden, maar met Blaž klikte het van bij het begin. Daar ben ik heel blij om, want we werken nog steeds samen aan een project.

Wanneer gingen jullie met “Lara” aan de slag?

Dit was rond 2016 toen we verschillende ideeën begonnen uit te proberen. We ontmoetten elkaar dagelijks en het voelde bijna alsof ik gewoon naar mijn werk ging, naar kantoor van negen tot vijf. We zaten daar en we legden verschillende ideeën op tafel, en op een gegeven moment sprak hij over dit scenario dat hij bijna tien jaar geleden had geschreven en waarvoor hij toen zeer goede feedback kreeg. Hij had er ook enkele prijzen mee gewonnen. Op het Filmfestival van Angers had hij ooit Jeanne Moreau ontmoet, ze had het scenario met hem besproken en ze vond het erg goed. Het maakte me heel nieuwsgierig, want het klonk als iets heel bijzonders en ik begreep niet goed waarom het nog niet verfilmd was. Blaž dacht er ook zo over, het had hem zelfs een lichtjes getraumatiseerd. Dus ik kon het dan uiteindelijk lezen en het was echt de moeite. Ik hield van het personage van Lara, haar karakter, de toon, de humor—àlles. Het voelde vertrouwd aan. Na “Oh Boy” kreeg ik een paar projecten aangeboden en had ik veel scenario’s gelezen, maar geen enkel was zo goed als “Lara.” Dus ik belde de producer en zei hem dat ik het juiste project had gevonden, het lag daar gewoon voor me, een kant-en-klaar script. Ik vond het geweldig.

De Duitse actrice Corinna Harfouch. Foto: Cherry Pickers

Hoe zou je het personage van Lara omschrijven?

Ze kwam over als een echt persoon, vol tegenstrijdigheden. In het begin kon ik niet meteen de vinger op de pols leggen, in de zin van ‘zij is zus’ of ‘zij is zo.’ Dat trok me wel aan. En dus leek ze, vanwege alle tegenstrijdigheden, heel waarheidsgetrouw. In de film leer je gaandeweg meer over haar wanhoop en haar pijn, en daarom begrijpen we ook haar negativiteit beter, haar manipulatieve kracht, en uiteindelijk kreeg ik zelfs medelijden met haar, ik voelde met haar mee. Dit was van bij het begin al zó duidelijk in het script dat zelfs Corinna Harfouch heel precies wist hoe Lara functioneerde—ook al waren we het erover eens om haar niet op een psychologische manier te analyseren zoals mensen dat vaak wel doen. Voor ons was het interessanter om van Lara een ietwat mysterieus personage te maken en tegelijkertijd proberen om zo dicht mogelijk tot in haar hart en haar ziel door te dringen. Omdat het scenario een reeks situaties en ontmoetingen bevat in één dag uit haar leven, vertrouwden we op de kwaliteit van het scenario en de kwaliteit van de scènes. Toen werd het meer een kwestie van hoe je af en toe kon tonen wat er precies in haar omgaat, want het lijkt wel alsof ze door de jaren heen achter een muur is terechtgekomen, een muur die om haar heen is gebouwd, en af ​​en toe lukt het ons om te zien wat er werkelijk gebeurt. Anders was het niet mogelijk om enige sympathie voor haar te kunnen opbrengen. Zo is het in alle geval bij mij gebeurd toen ik het scenario las: ik vond haar leuk, omdat ik haar begreep. Ze is een vrouw met passie, maar om bepaalde redenen is haar leven niet uitgedraaid zoals ze het had gehoopt. Misschien had ze niet het geluk om in haar leven die ene persoon te ontmoeten die haar steunde. Ze was zó onder de indruk van datgene waar ze het meest van hield, dat ze er de voorkeur aan gaf een stap terug te zetten om een mogelijk falen niet onder ogen te moeten zien.

Er zijn verschillende cruciale scènes in de film, zoals de concertscène bijvoorbeeld. Kun je daar iets meer over vertellen?

Vanuit het standpunt van Lara is ze er echt van overtuigd dat dit concert een zeer traumatische ervaring kan zijn. Er is ook enige moederlijke zorg voor haar negativiteit en manipulatieve kracht. Ik bedoel, er is niets erger dan je kind drie uur voor het concert te moeten vertellen dat een ‘wapenstilstand’ misschien niet goed genoeg is. Maar voor haar is het tot op zekere hoogte logisch. Als Viktor aan het einde van het concert zegt, ‘Alles wat ik ben, ben ik door mijn moeder,’ verwijst hij niet alleen naar zijn talent als muzikant en pianospeler, maar ook naar zijn twijfels, zijn angsten, en hij zegt niet eens ‘Dank je.’ Toch draagt ​​hij het concert op aan zijn moeder, dus het is aan het publiek of het individu om te beoordelen en uit te maken of dit juist of fout is.

Tom Schilling aan de piano tijdens de concertscène in “Lara.” Foto:: Cherry Pickers

De manier waarop je het in beeld brengt, terwijl ze in de deuropening staat en je maar de helft van haar gezicht ziet, je doet het heel minimalistisch. Less is more?

Weet je, er is ook schaamte in die scène. Toen ik het scenario las—en dit was misschien wel het beste wat ik tijdens het hele filmproces deed—ik schreef alles op dat in me opkwam, en soms waren het alleen maar beelden, zoals je daar slechts de helft van haar gezicht kan zien, of de manier waarop ze door de deur keek. Dat is er allemaal intuïtief in verwerkt. Je krijgt immers nooit een tweede kans op een eerste indruk, dus ik heb geprobeerd om al die zaken zo ernstig mogelijk te nemen. Dat beeld van Lara, die niet echt in het publiek was maar eerder buiten de zaal, was een beeld dat ik in zekere zin in heel de film heb gebruikt. Het is alsof er een tuinfeest aan de gang is, maar je staat achter een heg en je kijkt vanop afstand naar het feest. Zo heeft Lara zich haar hele leven gevoeld: zij is de persoon die niet is uitgenodigd voor iets waar ze deel van wil uitmaken—en dat terwijl het gaat over deze warme, glorieuze en bijna heilige wereld van klassieke muziek. Het is grappig dat deze dingen bij me terugkomen nu je erover praat, maar zo kwamen ook de ramen mee in beeld: Lara zit vaak achter glas, er is iets dat haar van alle anderen scheidt. Doorheen glas naar de wereld kijken is iets dat ik in de film wilde, daar waar het mogelijk was.

Omdat muziek zo belangrijk is in de film, heb je misschien ook scènes toegevoegd of gewijzigd om het belang van de score te benadrukken? Vooral dan voor de concertscène en al wat eraan voorafgaat?

Laat het me zo zeggen: ik kan niet echt zeggen dat ik ben opgegroeid met klassieke muziek. Vroeger hield ik van rock, jazz, hiphop—zulke dingen. Maar de afgelopen jaren werd klassieke muziek belangrijker voor mij en ontdekte ik al die geweldige componisten steeds meer. Maar toch, om er dan een film over te maken, moest ik eerst mijn huiswerk doen, en er volgde heel wat research. De enige manier waarop ik met een componist kon praten, was vanuit een emotioneel oogpunt of vanuit het verhaal. En toen vond ik Arash Safaian, de componist—die overigens de criticus speelt die na het concert naar Viktor stapt, en hem al die mooie complimenten geeft. Hij kreeg dus de kans om mooie complimenten te geven over zijn eigen stuk [lacht]. Dus toen we hem hadden gevraagd voor de muziek, zorgden we ervoor dat ook Tom Schilling bij de gesprekken aanwezig was, omdat het belangrijk was om te weten wat hij met zijn muziek wilde uitdrukken. En ook al was er niet echt een pasklaar antwoord, het heeft allemaal te maken met bevrijding van de moeder. Voor mij was het als het laattijdig doorknippen van de navelstreng van Viktor en zijn moeder, zodat hij een sterker persoon zou worden dan Lara ooit was. Ik denk hierbij aan de onhandigheid van een kind dat wil opgroeien, daarom is zijn pianospel in het begin ook ietwat naïef—totdat het beter wordt naarmate het orkest er mee op inspeelt. Het is alsof hij bij zijn moeder wordt weggehaald. En zo praatten we ook over muziek, want praten over muziek kan mooi en erg frustrerend zijn, vooral als je die muzikale termen niet voldoende kent. Maar het is gelukt, denk ik. We zaten uren en uren bij elkaar en bespraken het personage, de manier waarop het stuk kon worden opgebouwd omdat we door dat kleine raam wilden kijken. Zo is het pianoconcert van Viktor tot stand gekomen. Het was interessant om te zien dat er een manier was om over die dingen te praten zonder de taal van muziek echt te kennen. Arash Safaian begreep dat perfect, en we waren in staat om de score in de film te krijgen die voor mij erg belangrijk was en die het mysterie rondom en over Lara benadrukte.

Corinna Harfouch met Tom Schilling in “Lara.” Foto: Cherry Pickers

Was de casting van Corinna Harfouch en Tom Schilling voor jou een logische keuze?

Corinna zeker. Toen ik het script voor het eerst las, had ik haar meteen al in gedachten. Iedereen in Duitsland kent haar van film en televisie, en ik had een band met haar toen ik naar het theater ging, want ze is ook een heel bekende theateractrice. Ik denk dat ik haar tien jaar geleden zag acteren in Anton Chekovs toneelstuk “The Seagull,” waarin Corinna een zeer manipulatieve moeder speelde. Ik werd weggeblazen toen ik haar zag, ik zat gans vooraan in de zaal, heel dicht bij het podium. Het was een heel magisch moment, en ik hoopte dat ik ooit met haar zou kunnen werken. Ik had er nooit aan gedacht om iets voor haar te schrijven, maar toen ik “Lara” voor de eerste keer las, vanaf pagina één of pagina twee zag ik meteen haar gezicht voor me. Vanaf dat moment las ik het hele script met Corinna in gedachten. Ik zei zelfs tegen mijn producer, “Als ze Lara niet wil spelen, weet ik niet of ik de film wil maken.” Maar ik kende haar niet persoonlijk, dus stuurde ik haar het scenario via haar agent, en een paar weken later belde ze me. We gingen lunchen—vijf uur lang—en we praatten over alles. Het was een heel leuke middag en we wisten meteen dat we de film samen zouden maken. En bij Tom Schilling was het ook al meteen duidelijk dat hij perfect was voor de rol, omdat hij zo ambitieus is. Maar hij twijfelt ook veel. Tijdens de opnamen oefende hij haast als een bezetene om “The Revolutionary Etude” van Chopin zo goed mogelijk te spelen. Iedereen die bij die scène betrokken was, zelfs de muzikanten op de achtergrond, waren heel erg onder de indruk dat een acteur niet deed alsof hij speelde, maar “The Revolutionary Etude” spéélde en zulk een ambitie zie ik alleen bij Tom. En ik wist dat hij het personage zonder verdere uitleg perfect zou begrijpen.

Je hebt tot nu toe twee films gemaakt, ze kregen allebei lovende recensies en ze werden zeer goed ontvangen op filmfestivals overal ter wereld. Dat is behoorlijk indrukwekkend, vind je niet?

Weet je, ook al is cinema mijn geheim wapen, toch ben ik gewoon vreselijk bang om te falen. Daarom doe ik mijn best en probeer ik zo dicht mogelijk te komen bij wat ik denk dat cinema echt moet zijn. Ik ben er nog mijlenver van verwijderd, maar ik probeer mijn doel niet uit het oog te verliezen, ik probeer me te concentreren, en tegelijkertijd probeer ik er niet té voorzichtig mee om te springen. Als ik naar het ganse proces van “Lara” kijk, moet ik toegeven dat er constant een zekere stress of faalangst aanwezig was. Dat is vreselijk, want een film maken en het maken van kunst zou vrolijk en zorgeloos moeten zijn, maar aangezien het maken van films—in tegenstelling tot elke andere kunstvorm—zoveel geld kost, en er zoveel mensen bij betrokken zijn… Ik bedoel, ik schrijf geen roman, hé? Ik maak een film, er staan ​​vijftig mensen op de set en elke draaidag kost € 50.000. Je moet dus een balans vinden tussen respectvol zijn over wat je doet, en tegelijkertijd moet je ook het lef hebben om het te doen. Toen ik op de filmschool zat, bevond ik me in dezelfde situatie als Lara: ik wilde er ook mee stoppen, ik dacht dat ik geen regisseur kon worden. Ik droomde er wel van om regisseur te worden, maar ik had geen idee wat het allemaal betekende. Als je naar een film kijkt, is het alsof je je een paar uur voor de realiteit verstopt om een ​​andere realiteit of een andere waarheid te ervaren, terwijl regisseur zijn betekent dat je naakt het podium opgaat, alsof je zegt, ‘Kijk, dit ben ik, ik ben een beetje mollig hier, maar dit is hoe ik ben, dit is wie ik ben. En daar betaal je acht euro voor.’ Dus bij elke film die ik maak, wil ik respect hebben voor cinema in die mate dat het me bijna verlamt, maar tegelijkertijd ben ik naïef genoeg om te geloven dat ik het kan… Dit klinkt vreselijk! [Lacht.]

Corinna Harfouch. Foto: Cherry Pickers

Heb je problemen gehad om het budget rond te krijgen?

Het zou verkeerd zijn om te zeggen dat mijn trage tempo van films maken alleen te wijten is aan de financiering, want ik neem mijn tijd om te schrijven, ik neem mijn tijd om te monteren en tussen twee films neem ik ook de tijd om op reis te gaan, nieuwe plekken te zien en inspiratie op te doen. Maar de financiering is zeker iets dat het proces vertraagt, en zelfs met “Lara” hadden we niet het budget dat we voor ogen hadden. Toen ik het er met mijn producer over had, zei hij, ‘Is het mogelijk dat je hier of daar wat snoeit, misschien een paar draaidagen minder, of een iets kleiner publiek voor de concertscène?’ Natuurlijk zei ik, ‘Ik kan de film maken voor minder geld’—maar het kan frustrerend zijn, en ik denk dat het ook de instelling kan worden van de geldschieters, zo van, ‘Ik ben er vrij zeker van dat je het voor minder kan doen. Eens kijken, als je drie miljoen wil en wij geven twee miljoen, dan lukt het je ook wel met die twee miljoen, niet?’ Maar ze denken niet aan de compromissen, want jij bent de man die deze low-budget film maakt en mensen moeten voor minder werken. Dus het doet wel iets. Een film maken kost veel geld, maar ik wil anderzijds ook nooit een slaaf worden van het budget.

Wat bedoel je daarmee?

Ik zal je een voorbeeld geven. Gisteren was ik in mijn kantoor, ietwat inspiratieloos, en ik zette “Tale of Cinema” [2005, ook bekend als “Geuk jang jeon”] van de Koreaanse regisseur Hong Sang-soo op. Het was een film die ik niet kende, maar telkens ik een van zijn films bekijk, zou ik willen dat ik hem kon zijn [lacht]. Zijn films lijken zo gemàkkelijk—of ze moedigen je aan om ze gemakkelijk te doen lijken, wat erg moeilijk is om te doen. Want je kijkt naar zijn films en je denkt constant, ‘Ik zou ook wel zo’n film kunnen maken, ik wil een regisseur worden zoals hij, met echte mensen op straat en dan gewoon in- en uitzoomen, we beperken de productiekosten, we kopen de kostuums bij H&M, en zo maken we een film.’ Maar het is natuurlijk hard werken om als Hong Sang-soo te zijn, want hij is gewoon uniek. Rainer Werner Fassbinder was net dezelfde; hij kon twee, drie, zelfs vier films per jaar maken. Ik breek er mijn hoofd soms over om uit te zoeken hoe ik net zo vrij en bevrijdend kan werken als zij. Misschien ben ik nog steeds aan het uitzoeken waar mijn grenzen liggen of hoe ik er kan geraken. Ik ben nu een scenario aan het schrijven dat naar Europese normen een art house film met een hoger budget zou worden. Ik weet niet of ik ooit het geld kan vinden om de film te maken, want de kans is groot dat dit zeer moeilijk te financieren is. We zullen wel zien. Maar het laatste wat ik wil doen, is té afhankelijk zijn van geld, omdat ik altijd denk dat er wel een kans of een manier is om het te realiseren. Zeker nu in tijden van Corona waarin iedereen toch alles minimaliseert om iets van je skills en je creatieve wereld te laten zien in een low-budget film.

In hoeverre heeft Corona de buitenlandse release van “Lara” aan banden gelegd?

In Duitsland was het geen probleem, daar was de film eind vorig jaar al uit. De release kende er een gewoon verloop en een natuurlijke einde, Godzijdank. In Frankrijk was het minder, daar kwam hij in roulatie twee weken voor de lockdown. Nu staat “Lara” op het punt om in andere landen uit te komen. Ik ben blij dat hij in de zalen wordt vertoond, maar ik blijf nuchter en verwacht niet al te veel omdat het aantal bezoekers overal op een alarmerende manier is gedaald. Laten we dus hopen dat ze weer zullen stijgen en dat mensen er niet te veel aan wennen om films te bekijken op hun laptop.

Stel dat een Amerikaanse producer je belt en vraagt of je interesse hebt voor een ​​Amerikaanse remake van “Lara,” met bijvoorbeeld Jessica Lange of Sissy Spacek. Wat zou je doen, rekening houdend met het feit dat je compromissen zal moeten sluiten?

[Lacht.] Ik kan je een lang antwoord geven, maar ik zal je een kort lang antwoord geven. Er werd mij eens gevraagd of ik mezelf beschouw als een politiek regisseur, en of dat ik in de toekomst misschien zou worden. “Oh Boy” en “Lara” gaan niet echt over politiek, maar ik beschouw mezelf wel degelijk als een politieke regisseur omdat ik me mijn hele carrière heb verzet tegen elke vorm van reclame, zelfs wanneer we krap bij kas zaten. Ik wil geen advertenties in mijn films, enkel vanwege een politieke overtuiging: ik wil er geen deel van uitmaken, ik wil geen deel uitmaken van grote bedrijven waar ik niet in geloof. Maar toch, als je probeert je boterham te verdienen met onafhankelijke art house films, dan moet af en toe toch ook aan geld denken, en er zijn mensen die dat doen. Herinner je je de Chileense film “Gloria” [2013] van Sebastián Lelio nog? Hij regisseerde ook de remake met Julianne Moore [“Gloria Bells,” 2018]. Ik heb daar maar één verklaring voor, vooral omdat hij tussen die twee films in een Oscar won voor een andere film die hij had gemaakt, “Una Mujer Fantástica” [2017, categorie Beste Niet-Engelstalige Film van het Jaar]. En toen was zijn volgende film de Amerikaanse remake van “Gloria,” wat best opmerkelijk is, vind je niet? Als je zo’n kans krijgt in je carrière… [lacht]. Dus zou ik geïnteresseerd zijn in een remake van “Lara”? Ik heb absoluut geen interesse om mezelf te herhalen, maar het kan geen kwaad om af en toe eens zo’n cheque aan te nemen. Dat is het meest eerlijke antwoord dat ik je kan geven.

Is er een regisseur die je vroeger heeft geïnspireerd om zelf een gepassioneerd regisseur te worden? John Ford misschien?

Het is grappig dat je hem vernoemt, want er hangt een groot portret van John Ford in mijn kantoor iets verderop. Ik had die foto gevonden, en daar staat hij op, deze knorrige oude man met zijn ooglapje, al een eind in de zeventig, denk ik, en hij kijkt me aan alsof hij zegt: ‘Zit neer, schrijf nu eerst je scenario en je gaat geen koffie halen!’ Maar hij behoort niet echt tot de regisseurs die me hebben geïnspireerd. Ik had altijd Ingmar Bergman in mijn achterhoofd, zoals ik The Beatles altijd in mijn leven heb. Soms is mijn favoriete nummer “Here Comes the Sun” en twee jaar later denk ik, ‘Ah nee, “Helter Skelter” is hun beste nummer.’ En nadien is het “I Want to Hold Your Hand,” een echt meesterwerk als je wil weten hoe een popsong moet geschreven worden. En het is hetzelfde met Ingmar Bergman; ik vind het leuk om hem deel te laten uitmaken van mijn leven als regisseur. Nadat ik als tiener “The Seventh Seal” [1957] had gezien, en dan later “Persona” [1966]… Toen ik “Lara” aan het voorbereiden was, werd “Autumn Sonata” [1978] heel erg belangrijk voor me—ik liet de film zelfs aan mijn team zien—dus hij is een grote bron van inspiratie. Ik ben ook Lars von Trier aan het herontdekken, ik heb net “Dancer in the Dark” [2000], “Antichrist” [2009] en “Melancholia” [2011] weer bekeken, ik sta echt versteld van de intensiteit en de kracht van zijn films. Dus deze regisseurs zijn erg belangrijk voor mij. Michael Haneke hoort ook in dat rijtje, ik ben erg vertrouwd met zijn werk, maar voor alle duidelijkheid, ik heb “La pianiste” [2001] nooit echt beschouwd als een reden “Lara” niet te maken. Beide films situeren zich wel in een vergelijkbare wereld, maar je hebt twee verschillende personages, twee verschillende tragedies in het leven, en daarom had ik besloten om “Lara” toch te maken. Het laatste wat je uiteindelijk wil hebben, is twee of drie jaar van je leven aan een film wijden, en als die dan wordt uitgebracht, zegt iedereen, “Oh, die is net als die of die film!” Dat wil je niet, dus was dan “La pianiste” voor mij een reden om “Lara” niét te maken? Nee, niet voor mij, en daarom besloot ik om hem toch te draaien, ook omdat ik denk dat cinema als een echokamer is, en was het niet Jean-Luc Godard die ooit zei, ‘Het is niet zozeer een kwestie van waar je het vandaan haalt, maar wel waar je het naartoe brengt.’ En lijkt me een goed motto.

Skype interview,
16 september 2020

De trailer van “Lara”

FILMS

GOOD BYE LENIN! (2003) DIR Wolfgang Becker PROD Stefan Arndt, Katja De Bock SCR Wolfgang Becker, Bernd Lichtenberg CAM Martin Kukula ED Peter S. Adam MUS Yann Tiersen POST-PRODUCTION Jan-Ole Gerster CAST Daniel Brühl, Katrin Saß, Chulpan Khamatova, Maria Simon, Florian Lukas, Alexander Beyer, Burghart Klaußner

EIN FREUND VON MIR (2006) DIR- SCR Sebastian Schipper PROD Tom Tykwer, Maria Köpf CAM Oliver Bokelberg ED Jeff Harkavy CAST Daniel Brühl, Jürgen Vogel, Sabine Timoteo, Peter Kurth, Michael Wittenborn, Oktay Özdemir, Jan-Ole Gerster

OH BOY (2012) DIR – SCR Jan-Ole Gerster ASSOC PROD Jan-Ole Gerster CAM Philipp Kirsamer ED Anja Siemens MUS Cherilyn MacNeil, The Major Minors CAST Tom Schilling, Katharina Schüttler, Justus von Dohnányi, Andreas Schröders, Katharina Hauck, Marc Hosemann, Friederike Kempter

LARA (2019) DIR Jan-Ole Gerster PROD Marcos Kantis, Martin Lehwald, Michal Pokorny SCR Blaž Kutin CAM Frank Griebe ED Isabel Meier MUS Arash Safaian CAST Corinna Harfouch, Tom Schilling, André Jung, Volkmar Kleinert, Rainer Bock