Gelet op de talrijke overlijdensberichten in de filmwereld was augustus 2026 een maand om vlug te vergeten. Maar dat geldt lang niet voor het talent waarvan afscheid werd genomen, want in de obituaries kwamen in augustus namen voor als actrice Hayden Panetierre (36), de Engelse filmregisseur John Irvin (86), actrice en zangeres Shelley Fabares (82), de legendarische Dolly Parton (80), en acteur Tim Curry (80). Een ander opmerkelijk overlijdensbericht dat minder in het oog sprong, was dat van de legendarische filmregisseur Mark Rydell, die op 13 augustus jl. op zijn 97ste een natuurlijke dood stierf in het Motion Picture & Television Country House in Woodland Hills, Californië. Dat is een exclusief rustoord voor mensen uit de film- en televisiewereld.
Het overlijden van Mark Rydell—hoe onopvallend ook—betekent een groot verlies voor de Amerikaanse film, aangezien talrijke Hollywoodsterren door de jaren heen maar al te graag met hem samenwerkten. Hij regisseerde Katharine Hepburn en Henry Fonda in “On Golden Pond” (1981), wat hen beiden een Oscar opleverde. Vijf andere acteurs uit zijn films werden genomineerd voor een Oscar: Rupert Crosse (“The Reivers,” 1969); de ongenaakbare Marsha Mason (“Cinderella Liberty,” 1973; haar eerste van vier Oscarnominaties); Bette Midler (“The Rose,” 1979; “For the Boys,” 1991); Fredric Forrest (“The Rose”), en Sissy Spacek (“The River,” 1984).

Als ervaren acteur, want zo is hij begonnen, die in 1952 voor het eerst op Broadway en op televisie te zien was, werkte hij onder andere met James Dean en Steve McQueen. Toch gaf hij de voorkeur aan regisseren, hoewel dat door de jaren heen slechts sporadisch gebeurde. Met de hulp van zijn vriend Sydney Pollack regisseerde hij eerst afleveringen van TV-reeksen als “The Virginian” (1963), “Ben Casey” (1963-1964), “Gunsmoke” (1964-1966). “I Spy” (1965), “The Long, Hot Summer” (1965-1966), en “The Fugitive” (1966).
Later groeide hij uit tot een gerenommeerde en gereputeerde actors director en maakte hij elf films die samen meer dan twintig Oscarnominaties totaliseerden. Zijn debuutfilm was “The Fox” (1969), dat warm werd onthaald door een arthouse publiek, gevolgd door “The Reivers” (1969), een hartverwarmende en nostalgische terugblik met Steve McQueen in de hoofdrol; “The Cowboys” (1972) met John Wayne, wiens personage op het scherm werd gedood—veertig minuten vóór het einde van de film—en twee films met James Caan in de hoofdrol: het romantische drama “Cinderella Liberty” (1972) en de period comedy “Harry and Walter Go to New York” (1976) met een sterrencast bestaande uit Elliott Gould, James Caan, Diane Keaton en Michael Caine, waarna hij hard lobbyde om Bette Midler te strikken voor de hoofdrol in haar debuutfilm “The Rose” (1979).
Mark Rydell heeft daarna nog enkele films gemaakt. “On Golden Pond” (1981) met Katharine Hepburn, Henry Fonda en zijn dochter Jane Fonda was zijn meest succesvolle film, gevolgd door het drama “The River” (1984) met Mel Gibson in zijn eerste Amerikaanse rol; “For the Boys” (1991), een muzikale comedy-drama waarin Rydell opnieuw samenwerkte met James Caan en Bette Midler; het huwelijksdrama “Intersection” (1994, een remake van de Franse film “Les choses de la vie” uit 1970 met Romy Schneider in de hoofdrol), met Richard Gere, Sharon Stone en Lolita Davidovich; en het misdaaddrama “Even Money” (2006) met Kim Basinger, Ray Liotta en Forest Whitaker in een film over drie vreemden die verslaafd zijn aan gokken en hoe hun levens met elkaar verweven raken.
Een diepgaand menselijk drama, dat was zijn niche, met dramatische interactie tussen mensen. Een beetje zoals Sydney Pollack, die me in 1997 vertelde, I like to do character-driven stories about people and relationships. Dus als je op zoek bent naar explosies, geweld, achtervolgingen of speciale effecten, moet je ergens anders zijn; de films van Mark Rydell en zijn personages zijn allemaal heel nuchter en vaak herkenbaar, en dat was hijzelf ook in hart en ziel, zoals ik mocht ondervinden in de zomer van 1978 toen hij “The Rose” aan het opnemen was.

In juli van dat jaar bracht ik een paar weken door in Los Angeles om er acteurs en filmregisseurs te ontmoeten voor interviews. Ik ging ook langs bij de publicity departments van de grote filmstudio’s om persmateriaal en persmappen van hun komende films op te halen. Toen ik 20th Century Fox bezocht—waar ik ook een rondleiding kreeg in de studio waar het heel rustig was, er waren geen film- of TV-ploegen aan het werk—ontmoette ik er Joel H. Coler, Director of International Adverising and Publicity zoals op zijn naamkaartje stond vermeld. Ik vroeg hem, ‘Het lijkt wel dat jullie op dit moment niets opnemen in de studio, klopt dat?’ ‘Niet in de studio, maar vrijdagavond filmen we in Long Beach de slotscène van “The Rose” van Mark Rydell met Bette Midler en Alan Bates. Wil je komen kijken?’ Wil je komen kijken…? Met deze vier woorden ging een filmdroom in vervulling.
Die vrijdag, 14 juli—ik had altijd een klein notitieboekje bij me dat ik als dagboek gebruikte, ik heb het nog steeds—ging ik naar het Veterans Memorial Stadium in Long Beach, waar later op de avond de slotscène van “The Rose” werd opgenomen. In die scène arriveren Bette Midler, die een destructieve vrouwelijke rockster speelt, en Alan Bates als haar manager per helikopter in het stadion waar ze als Rose haar laatste optreden zou geven. Ze stappen uit, hij brengt haar naar het podium waar ze één nummer zingt voordat ze in elkaar zakt en sterft.
Toen ik rond 17.30 u. bij het stadion in Long Beach aankwam—het was een lange rit vanuit Hollywood, en zeker op een vrijdag in de vooravond—vroeg ik aan security om Joel H. Coler te kunnen spreken, en dat was mijn toegang tot het hoofdevenement. Rond 20.00 u. waren de muzikanten allemaal klaar. Ze begonnen met het spelen en repeteren van het nummer “Camille” (te horen in onderstaande YouTube-clip), een lied om Rose op het podium te introduceren. Om 21.15 u. werd de helikopterscène gefilmd, waarbij de helikopter laag over de menigte van pakweg 2.000 figuranten vloog; zij deden dienst als uitzinnige Rose-fans. De helikopter landde op het sportveld, waarna Bette Midler en Alan Bates uitstapten en naar het podium wandelden. Hij ondersteunde haar; Rose was in de scène compleet verward en versuft.
Bette Midler en Alan Bates arriveren per helikopter in het veterans Memoeial Stadium voor de slotscène van “The Rose”
Mark Rydell probeerde een paar verschillende manieren uit waarop het publiek het personage van Rose kon verwelkomen, variërend van luid geschreeuw en daverend applaus tot het roepen van ‘Sex, drugs, rock and roll!’ Tegelijkertijd werd vuurwerk afgestoken, met op het einde een enorme roos als de grote blikvanger. Op de set drukte iemand ijverig diezelfde beeltenis van de roos uit het vuurwerk op witte T-shirts. Kostprijs: 3 dollar.
Tijdens de opnames zat ik als figurant in het publiek, en werd er nog voor betaald ook, terwijl de helikopterscène enkele keren werd opgenomen. Rond 23.15 u. zong Bette Midler haar nummer en zakte ze uiteindelijk op het podium in elkaar. Ook die scène werd meerdere keren overgedaan, en na één van de takes waar ze op het podium neerplofte, hoorde ik Mark Rydell roepen, Great fall!!
Bette Midler als Rose in de rockmusical “The Rose” van Mark Rydell
Ik bleef tot 00.30 u. in het publiek zitten en ging dan vooraan aan het podium staan om met m’n Pentax K1000 foto’s te maken terwijl Bette Midler haar scène nog een keer opnam. Nadat ze klaar waren met filmen, ging ik backstage en ontmoette er Alan Bates en Mark Rydell. Ik weet het, het klinkt allemaal zo eenvoudig en misschien weinig geloofwaardig, maar zo is het nu eenmaal verlopen. Ik besefte toen helemaal niet van welke weelde ik deel mocht uitmaken. Op de set van “The Rose” was iedereen heel toegankelijk en loyaal tegenover die niemandal uit België.
Ik had vrijwel meteen Alan Bates beet voor een interview; we spraken niet alleen over “The Rose,” maar ook over een andere Amerikaanse film die hij dat jaar had gemaakt (Paul Mazursky’s “An Unmarried Woman” met Jill Clayburgh als zijn tegenspeelster), en over zijn carrière in Engeland, waar hij onder meer had meegewerkt aan films als John Schlesinger’s “Far From the Madding Crowd” (1967) en Joseph Losey’s “The Go-Between” (1971), beide met Julie Christie.
Mark Rydell gaf me het telefoonnummer van zijn kantoor bij Fox om een afspraak te maken voor een interview de week erna. Ik hoopte ook met Bette Midler te kunnen praten. Ik bedoel, ze hadden de scène opgenomen, iedereen liep er nog rond, dus het kon geen kwaad om het op z’n minst te vragen. Daarom trok ik aan de mouw van haar manager, Aaron Russo, tevens producer van “The Rose,” en vroeg of ze beschikbaar was voor een gesprek. Hij stelde voor om daar even te blijven wachten, en jawel, ongeveer een uur later stond ze voor vlak m’n neus. Geen diva, geen sterallures, maar een opgewekte, goedlachse en spontane vrouw, in schril contrast met de gedrogeerde Rose die ze enkele uren voordien zo geloofwaardig neerzette. We hebben ongeveer twintig minuten gepraat over de film, maar ook over haar muziekcarrière en de jaren toen ze bekendheid verwierf als ‘The Divine Miss M.’
Toen ze in het najaar van 1978 door Europa toerde, gaf ze ook een concert in de Koningin Elizabethzaal in Antwerpen, waar ik mee op de voorste rij zat. Dat dure ticket kon er wel af. Ik wist dat ze in het Century Hotel op de Keyserlei verbleef, dus ’s middags stond al ik in de lobby van het hotel, in de hoop Aaron Russo weer te ontmoeten. Als haar manager was hij immers haar rechterhand en hij regelde alle praktische en technische zaken; zij moest enkel optreden en zingen. Toen ik hem rustig en zonder veel drukte de lobby zag binnenwandelen, sprak ik hem meteen aan. Ik vroeg of ik haar na het concert even goeiedag mocht zeggen; hij was heel vriendelijk. Hij wist zelfs nog wie ik was, en zei dat ik na haar optreden backstage mocht komen en op haar mocht wachten. En ja hoor, na het optreden, toen ze vanuit haar kleedkamer de trap afkwam, klaar om de Elizabethzaal te verlaten en op restaurant te gaan, herkende ze me ook en hebben we een paar minuten gepraat en gelachen.
“The Rose” (1979, trailer)
Maar goed, terug naar Long Beach in juli 1978 waar de slotscène van “The Rose” dus op vrijdag 14 juli werd opgenomen. Een week later, op vrijdag 21 juli, vond wrap party plaats in sound stage 6 van 20th Century Fox, waar ik was uitgenodigd—het was me gewoon gevraagd, er kwam geen schriftelijke uitnodiging aan te pas, geen formeel gedoe. Ik kwam de studio binnen via de gate aan Pico Boulevard, vertelde security aan de ingang dat ik uit België kwam en was uitgenodigd voor de wrap party, en hij legde me meteen uit wat de kortste weg was naar sound stage 6. Daar was genoeg eten en drinken voor iedereen, en ik sprak kort met Alan Bates en Mark Rydell, die me eraan herinnerde, ‘We zien elkaar volgende week. Bel mijn secretaresse, dan regelt zij het interview.’
En dat deed ze ook. Op dinsdag 25 juli moest ik om 11.45 uur op zijn kantoor zijn. Het kantoor van Joel Oliansky was er pal naast; hij maakte o.m. “The Competition” (1980) met Richard Dreyfuss, Amy Irving en Lee Remick in de hoofdrollen. Mark Rydell was te laat voor ons gesprek, maar dat vond ik helemaal niet erg. Ik had het voorrecht om verwelkomd te worden door al die getalenteerde mensen die wat van hun tijd aan mij wilden besteden. Ik was een nobody die toen filmteksten schreef voor een Vlaams filmmaandblad waar nooit iemand van had gehoord. En toch gingen de hemelpoorten open.
Een uur later kwam Mark Rydell op zijn kantoor aan. ‘Ah! Daar ben je!’ We gingen zijn kantoor binnen, ik haalde mijn oversized cassetterecorder uit mijn schoudertas en meer dan dertig minuten lang spraken we over zijn werk als acteur en filmregisseur.
De cassettetape van dat interview is inmiddels bijna vijftig jaar oud; hij is nog niet helemaal verduurd, maar de geluidskwaliteit is wel heel pover. Ik heb het interview nog steeds in de vorm waarin het in Cinema Magazine, dat Vlaamse filmtijdschrift van weleer, is gepubliceerd, maar heb de cassette toch volledig doorgenomen om zeker te zijn dat ik alle nuances van het gesprek terug kon vatten. Gelukkig kon ik het grootste deel van het gesprek recupereren.
Na afloop van het gesprek gingen we naar buiten om nog een paar foto’s te maken voor zijn lichtbeige Mercedes, in het gezelschap van zijn zoon en acteur Christopher Rydell (geb. 1963), die toen als jonge snaak al had meegespeeld in “Cinderella Liberty” en “Harry and Walter Go to New York” (1976), en nadien ook in “On Golden Pond” (198) een kleine rol speelde.

Nadien heb ik nog enkele keren geprobeerd om opnieuw in contact te komen met Mark Rydell, maar aangezien ik geen persoonlijke contactinfo had, moest ik mijn weg zoeken via agents, publicists en managers. Dat is altijd een moeilijke weg, want je belandt dan vaak op een dood spoor, zoals dus ook met Mark Rydell. Maar, zoals reeds gezegd, in juli 1978 gingen in Hollywood voor een keer de hemelpoorten wel open.
Hier volgt het gesprek van toen; met alles wat je op internet terugvindt, klinken heel wat vragen nu verouderd en achterhaald. Maar ja, it is what it is.
Hoe zag je artistieke opleiding eruit?
Ik ben geboren in 1934 in New York, en tijdens de eerste helft van de jaren vijftig studeerde ik aan de Actors’ Studio in New York met Elia Kazan en Lee Strasberg. Een aantal van mijn medestudenten heb ik daarna in de studio’s ontmoet: Marlon Brando, James Dean, Rod Steiger,… ik ken hen allen uit die tijd. Ik heb ook met Sanford Meisner gewerkt en maakte een tijd deel uit van de Neighborhood Playhouse. Nadien begon ik voor de televisie te werken. CBS bood me een hoofdrol aan voor een nieuwe serie, “As the World Turns.” Zes jaar lang [1956-1962] namen we dit driemaal per week op. Dat gebeurde altijd ’s middags. ’s Avonds regisseerde ik dan minder belangrijke toneelstukken op Broadway. Eén ervan had erg veel succes: “Roots” [1961] over een Engelse familie in het noorden van de States. Het toneelstuk had niets te maken met de TV-serie die later veel succes kende.
Heb je in New York ook aan andere TV-reeksen meegewerkt?
Neen, maar het was dank zij Sydney Pollack, die later mijn partner werd, dat ik naar Hollywood kwam. We waren samen bij de Neighbourhood Playhouse. John Frankenheimer had Pollack binnengeloodst in de studio’s en zorgde ervoor gezorgd dat Pollack een dubbele aflevering van “Ben Casey” [1962] kon regisseren. Sydney Pollack wilde zich echter vooral bezighouden met het technische aspect van de regie, dus hij had iemand nodig om de acteurs te begeleiden en hij vroeg me of ik zijn assistent wilde zijn. Ik was direct akkoord en de producer, Matthew Rapf, die nadien nog talrijke andere televisiereeksen produceerde, vond mijn werk goed genoeg om mij in dienst te houden als assistent voor verschillende afleveringen. Ongeveer een half jaar later gaf hij me een eerste scenario van “Ben Casey” dat ik zelf mocht regisseren.
Toen ging de steen aan het rollen?
Dat is veel gezegd; ik kreeg scenario’s van o.a. “Gunsmoke” en “I Spy!” aangeboden, en die nam ik natuurlijk gretig aan.
Kun je iets vertellen over “I Spy!”?
Oorspronkelijk was het een reeks van acht afleveringen. Indien het genoeg succes kende, kwamen er meer. Ik regisseerde enkel maar de eerste afleveringen. De reeks bracht wel enige vernieuwing op de Amerikaanse beeldbuis, en dat was grotendeels te danken aan de hoofdrolspelers Robert Culp en Bill Cosby. Toen de reeks veel succes kende, werden ze wat lullig, maar dat was best te begrijpen: ze hadden veel meer talent dan de scenario’s van hen vereisten.
“I Spy” (1965-1968, intro)
Wat is volgens jou het verschil tussen het regisseren van een TV-reeks en films?
Bij televisie is de regisseur een onbelangrijke pion. De producer is de spilfiguur en hij blijft in de meeste gevallen met de vaste acteurs bij de reeks tot die wordt stopgezet. De regisseurs komen en gaan, maar je kan er wel je stiel leren. Toen ik nog voor televisie werkte, had ik als regisseur nog iets te zeggen, maar nu is het gewoon onmogelijk geworden. Nu moet je rekening houden met de productieleiders van de TV-zenders, de publiciteitsagenten van de reclamespots, enz. Dan zijn er nog de tijdschema’s en de verschrikkelijke tijdlimiet. Bij het maken van een TV-serie moet je minstens tien bladzijden per dag opnemen; dat sluit al meteen hoogstaande kwaliteit uit, tenzij je met zeer goede acteurs in een specifieke scène kan werken. Tegenwoordig wordt televisie beschouwd als een medium dat zich tot doel stelt lege en weinig stimulerende producten te maken. Films kunnen hiervan het tegengestelde zijn: de regisseur heeft de zaak grotendeels in handen en hij kan doen wat hij wil. Er is veel meer ruimte voor kunst.
Nadien heb ik nog één keer voor televisie gewerkt: de pilootaflevering voor de TV-reeks “Family” [1976]. Mike Nichols had het scenario geschreven en hij vroeg me of ik die aflevering wilde maken. Ik antwoordde hem dat ik niet meer voor televisie wilde werken, maar hij drong aan om het toch eens te lezen. Uiteindelijk leek het mij een programma dat televisie in een ander daglicht kon plaatsen doordat het een gewoon fictief verhaal was dat authentiek overkwam. Het ging over de problemen van een gewone Amerikaanse familie en het was stukken beter dan “Father Knows Best” en al die andere absurde series die men uitzendt.
Hoe ben je van je TV-successen overgestapt naar film?
Wanneer je een bekend TV-regisseur bent, zijn er veel producers die je graag een filmcontract willen aanbieden omdat ze weten dat ze je kunnen krijgen voor een appel en een ei. Dat was bij mij niet anders: ik kreeg mijn eerste scenario’s aangeboden, maar ik was zeer selectief in hetgeen ik kreeg toegestuurd omdat voor een beginnend filmregisseur de eerste film zeer belangrijk is. “The Fox” werd mijn eerste film en ik dacht dat ik er werkelijk iets van kon maken. Het heeft me dan ook twee jaar en veel geld gekost. De film bracht een fortuin op, iedereen werd er rijk van, behalve ik, omdat ik enkel was aangenomen als een vaste medewerker. Al bij al ga ik niet klagen, want mijn volgende film, “The Reivers” met Steve McQueen, werd ook een groot succes. Normaal ging John Huston die film regisseren, maar door onvoorziene omstandigheden viel hij weg en kon ik hem vervangen.
Je bent vooral bekend als regisseur, maar je was ook producer van “The Cowboys” en “Cinderella Liberty” en je vertolkte een hoofdrol in Robert Altman’s “The Long Goodbye” Ben je ooit van plan om dat allemaal te combineren in één en dezelfde film?
In mijn momenten van zwakte heb ik er wel eens aan gedacht [lacht], maar ik zie niet goed in hoe ik dat moet aanpakken. Er is een bekend verhaal over een Engels acteur die in het toneelstuk “Hamlet” jarenlang de rol van grafdelver heeft gespeeld. Op een keer werd hem gevraagd, ‘Waarover gaat het verhaal van “Hamlet”?’ Hij antwoordde, ‘Wel, er is die grafdelver…’ Hij benaderde het stuk vanuit zijn persoonlijk standpunt met zijn rol in het achterhoofd. Dàt is hetgeen een acteur moet doen, terwijl van een regisseur het tegenovergestelde wordt verwacht: hij moet de acteurs naar elkaar toebrengen en elk van hen benaderen vanuit hun rol. Er zijn enkele regisseurs die acteren in hun films, maar ik begrijp niet hoe ze het klaarspelen.
Welke van je films vind je de beste?
Het klinkt misschien weinig elegant om te zeggen, maar ik vind ze allemaal goed. Ik heb geweldige herinneringen aan elke film, ze zijn allemaal een stuk van mijn leven en ik sta achter elk van hen. Ik ga altijd uit van het standpunt uit dat iedere film wel eens mijn laatste zou kunnen zijn. Dat is mijn boodschap aan de wereld [lacht].
Heb je een voorkeur om met een bepaalde acteur of actrice te werken?
Neen, helemaal niet; voor mij komt het er enkel op aan om met goede acteurs of actrices te kunnen werken. John Wayne was fantastisch, Marsha Mason was grandioos; Bruce Dern, Bette Midler, Steve McQueen, ze waren allemaal uitzonderlijk om mee te werken. Alle acteurs zijn individueel verschillend waardoor ze op een verschillende manier moeten worden aangepakt, en daar houd ik van. Tot dusver heb ik bijna uitsluitend met zeer goede en talentvolle mensen kunnen samenwerken. Dat is één van de voordelen van mijn werk: ik heb de mogelijkheid om te werken met de crème van de filmwereld, van acteurs tot scenarioschrijvers, van decorontwerpers tot musici…
Over musici gesproken, hoe ben je ertoe gekomen om de Toots Tielemans te contacteren voor de muziek van “Cinderella Liberty”?
John Williams en ik zochten iemand die zeer goed mondharmonica kon spelen. Toots was een goede vriend van mij, dus belde ik hem op en vroeg of hij geïnteresseerd was om mee te werken aan de muziek van de film. Hij is een echte virtuoos die beschermd zou moeten worden, zoals Bette Midler. Het zijn allebei rasartiesten.
Hoe heb je Marsha Mason gevonden voor de hoofdrol van “Cinderella Liberty,” want zij was toen nog een onbekende actrice?
Dat is heel toevallig gebeurd. Paul Mazursky had net “Blume in Love” [1973] gemaakt waarin Marsha een kleine rol speelde. Toen ik de film zag, was ik verbaasd over haar talent en wilde ik haar voor “Cinderella Liberty.” Ik nam contact op met Mazursky en vroeg hem waar ik haar kon vinden. Hij zei me dat ze lid was van het American Conservatory Theatre in San Francisco. Dus ik ging haar daar opzoeken in het theater waar ze speelde; ze vertolkte toen de rol van Nora in “A Doll’s House.” Ik was diep onder de indruk van haar vertolking en ging na de voorstelling backstage om haar te spreken. Ik stelde me voor als Mark Rydell van 20th Century Fox en vroeg haar of ze geïnteresseerd was in de hoofdrol van m’n volgende film, “Cinderella Liberty,” met James Caan in de mannelijke hoofdrol. Haar eerste reactie vergeet ik nooit meer [lacht]. Ze keek me aan alsof ik een gek was en zei kortweg, ‘Okee, zend me het scenario en we zien dan nog wel.’ Ze dacht blijkbaar dat ik achter haar aanzat voor iets anders, maar, enfin, de rest is geschiedenis. De studio vond het een absurd idee omdat zij een andere, bekende actrice voor die rol in gedachten hadden. Ik zei hen toen dat ik deze film wilde maken, maar enkel indien Marsha de hoofdrol zou spelen. Toen ze beseften dat ze kon acteren, kreeg ik carte blanche. De film was amper een week uit, en ik kreeg een telegram van Fox waarin stond dat niemand die rol beter kon spelen dan Marsha.
Is dat wat je met je films wil bereiken? Nieuw talent ontdekken, iets nieuws uitproberen, je horizonten verleggen?
Absoluut. Zo was “The Reivers” een avontuur gesitueerd in het begin van deze eeuw en hoe die mensen dat in het kleine dorpje in Mississippi aanvoelden; bij “Harry and Walter Go To New York” lag de focus op het leven van vaudeville-artiesten. Voordat ik aan “The Rose” begon, heb ik tal van boeken gelezen. Ik heb 1969 goed bestudeerd: het was een harde tijd met Cambodja, massamoorden, Nixon, enz. Ik moest er helemaal weer inkomen. Het was net een opgedrongen geschiedenisles [lacht].
Ben je ooit van plan een film in Europa te maken?
Heel graag. Er zijn veel Europeanen waarmee ik graag een film zou willen maken. Sven Nykvist, de cameraman van Ingmar Bergman, bijvoorbeeld. Wanneer je in een vreemd land bent, dreigt alles een beetje in het honderd te lopen en dan moet je ervoor zorgen dat je alles weer op het juiste spoor krijgt. Ik zou dan kunnen zien of ik mijn ideeën op andere, vreemde plaatsen evengoed tot uiting kan brengen als hier.
Wat vind je van de tendens om sequels te maken?
Ik vind het goedkoop volksvermaak. “Jaws 2” [1978] bracht een fortuin op, maar dat is de zuiverste vorm van filmexploitatie en heeft weinig te maken met film als dusdanig. “The Godfather, Part II” [1974] was voor mij de enige sequel die de moeite loonde.
Wat doe je zoal in je vrije tijd?
Ik lees veel en ik speel piano. Ik heb altijd van jazz gehouden. Ik doe ook veel sport om fit te blijven. Volgens mij stimuleert activiteit tot meer activiteit. Wanneer ik een film heb beëindigd, voel ik me in topvorm. Op het einde van een zware dag heb ik meer energie dan in het begin. Het is wanneer ik stop… [trekt een gek gezicht en lacht].
Ben je geïnteresseerd in politiek?
Natuurlijk. Ik heb vroeger veel politieke standpunten ingenomen die me achteraf kwalijk werden genomen. Een artiest laat zich voor het grootste deel van zijn leven leiden door zijn gevoelens, dus waarom niet over politiek, kunst, de manier van leven, enz.? Het kan gebeuren dat je stroomopwaarts vaart en andere mensen tegen de borst stoot, maar dat is in feite de rol van een artiest. “Cinderella Liberty” suggereerde volgens sommigen dat een prostituee ook een voorbeeld kan zijn. Indien ik dat zo vind, ga ik mijn mening voor niemand veranderen of verbergen. Ik vind het voor mezelf heel belangrijk dat ik mijn overtuiging kenbaar kan maken. Uiteindelijk mag er toch ook nog iemand zijn die liever leidt dan volgt, vind je niet?
Zijn er filmregisseurs van vandaag die je bewondert?
Steven Spielberg. Ook al is hij nog zo jong, he’s the miracle guy. Hij weet wat hij doet en hij maakt geen enkele fout.
20th Century Fox, Century City
25 juli 1978
FILMS
CRIME IN THE STREETS (1956) DIR Don Siegel PROD Vincent M. Fennelly SCR Reginald Rose (also story) CAM Sam Leavitt ED Richard C. Meyer MUS Franz Waxman CAST James Whitmore, John Cassavetes, Sal Mineo, Mark Rydell (Lou Malckin), Virginia Gregg, Peter J. Votrian, Will Kuluva, Malcolm Atterbury, Denise Alexander, Dan Terranova
THE FOX (1967) DIR Mark Rydell PROD Raymond Stross SCR Lewis John Carlino, Howard Koch (novella “The Fox” [1922] by D. H. Lawrence) CAM William A. Fraker ED Thomas Stanford MUS Lalo Schifrin CAST Sandy Dennis, Keir Dullea, Anne Heywood, Glynne Morris
THE REIVERS, U.K. title THE YELLOW WINTON FLYER (1969) DIR Mark Rydell PROD Irving Ravetch SCR Irving Ravetch, Harriet Frank Jr. (novel “The Reivers, A Reminiscence” [1962] by William Faulkner) CAM Richard Moore ED Thomas Stanford MUS John Williams CAST Steve McQueen, Sharon Farrell, Will Geer, Michael Constantine, Rupert Crosse, Mitch Vogel, Ruth White, Clifton James, Diane Ladd, Billy Green Bush, Burgess Meredith (voice only)
THE COWBOYS (1972) DIR – PROD Mark Rydell SCR William Dale Jennings, Irving Ravetch, Harriet Frank Jr. (novel “The Cowboys” [1971] by William Dale Jennings) CAM Robert Surtees ED Neil Travis, Robert Swink MUS John Williams CAST John Wayne, Roscoe Lee Browne, Bruce Dern, Colleen Dewhurst, Alfred Barker Jr., Nicolas Beauvy, Robert Carradine, Steve Benedict, Slim Pickens, Richard Farnsworth
CINDERELLA LIBERTY (1973) DIR – PROD Mark Rydell SCR Daryl Ponicsan (also novel “Cinderella Liberty” [1973]) CAM Vilmos Zsigmond ED Donn Cambern, Patrick Kennedy MUS John Williams CAST James Caan, Marsha Mason, Eli Wallach, Kirk Calloway, Burt Young, Bruno Kirby, Allyn Ann McLerie, Dabney Coleman, Allan Arbus, Jon Korkes, Sally Kirkland, Mark Rydell (Gutteral Mischief), Christopher Rydell
THE LONG GOODBYE (1973) DIR Robert Altman PROD Jerry Bick SCR Leigh Brackett (novel ‘The Long Goodbye’ [1953] by Raymond Chandler) CAM Vilmos Zsigmond ED Lou Lombardo MUS John Williams CAST Elliott Gould, Nina van Pallandt, Sterling Hayden, Mark Rydell (Marty Augustine), Henry Gibson, David Arkin, Jim Bouton, Warren Berlinger, Jo Ann Brody, Steve Coit, Rutanya Alda, David Carradine, Arnold Schwarzenegger
HARRY AND WALTER GO TO NEW YORK (1976) DIR Mark Rydell PROD Don Devlin, Harry Gittes SCR John Byrum, Robert Kaufman (story by John Byrum, Don Devlin) CAM László Kovács ED David Bretherton, Don Guidice MUS David Shire CAST James Caan, Elliott Gould, Michael Caine, Diane Keaton, Charles Durning, Lesley Ann Warren, Val Avery, Jack Gilford, Dennis Dugan, Carol Kane, Kathryn Grody, David Proval, Michael Conrad, Burt Young
THE ROSE (1979) DIR Mark Rydell PROD Aaron Russo, Marvin Worth SCR Bill Kerby, Bo Goldman (story by Bill Kerby) CAM Vilmos Zsigmond ED Carroll Timothy O’Meara, Robert L. Wolfe CAST Bette Midler, Alan Bates, Frederic Forrest, Harry Dean Stanton, Barry Primus, David Keith, Sandra McCabe, Will Hare, Rudy Bond
ON GOLDEN POND (1981) DIR Mark Rydell PROD Bruce Gilbert SCR Ernest Thompson (also play “On Golden Pond” [1979]) CAM Billy Williams ED Robert L. Wolfe MUS Dave Grusin CAST Katharine Hepburn, Henry Fonda, Jane Fonda, Doug McKeon, Dabney Coleman, William Lanteau, Christopher Rydell, Troy Garity
THE RIVER (1984) DIR Mark Rydell PROD Edward Lewis, Robert Cortes SCR Robert Dillon, Julian Barry (story by Robert Dillon) CAM Vilmos Zsigmond ED Sidney Levin MUS John Williams CAST Sissy Spacek, Mel Gibson, Scott Glenn, Billy Green Bush, Don Hood, James Tolkan, Shane Bailey, Becky Jo Lynch, Bob W. Douglas, Amy Rydell, Barry Primus, Andy Stahl, Lisa Sloan, Larry D. Ferrell
PUNCHLINE (1988) DIR – SCR David Seltzer PROD Daniel Melnick, Michael Rachmil CAM Reynaldo Villalobos ED Bruce Green MUS Charles Gross CAST Sally Field, Tom Hanks, John Goodman, Mark Rydell (Romeo), Kim Greist, Paul Mazursky, Pam Matteson, George McGrath, Taylor Negron, Barry Neikrug, Damon Wayans
HAVANA (1990) DIR – PROD Sydney Pollack SCR Judith Rascoe, David Rayfiel (story by Judith Rascoe) CAM Owen Roizman ED William Steinkamp, Fredric Steinkamp MUS Dave Grusin CAST Robert Redford, Lena Olin, Alan Arkin, Tomas Milian, Tony Plana, Daniel Davis, Betsy Brantley, Richard Farnsworth, Mark Rydell (Meyer Lansky), Raul Julia
FOR THE BOYS (1991) DIR Mark Rydell PROD Bette Midler, Margaret South, Bonnie Bruckheimer SCR Neal Jimenez, Lindy Laub, Marshall Brickman (story by Neal Jimenez, Lindy Laub) CAM Stephen Goldblatt MUS Dave Grusin ED Jerry Greenberg, Jere Huggins CAST Bette Midler, James Caan, George Segal, Patrick O’Neal, Christopher Rydell, Arye Gross, Norman Fell, Rosemary Murphy, Bud Yorkin, Billy Bob Thorton
INTERSECTION (1994) DIR Mark Rydell PROD Mark Rydell, Bud Yorkin SCR Marshall Brickman, David Rayfiel (screenplay LES CHOSES DE LA VIE [1970] by Paul Guimard, Claude Sautet, Jean-Loup Dabadie; novel “Les choses de la vie” [1967] by Paul Guimard) CAM Vilmos Zsigmond ED Mark Warner MUS James Newton Howard CAST Richard Gere, Sharon Stone, Lolita Davidovich, Martin Landau, David Selby, Jennifer Morrison, Ron White, Matthew Walker
A MAN IS MOSTLY WATER (2000) DIR – SCR Fred Parnes PROD Fred Parnes, Libbie Chase CAM D. Alan Newman ED Kate Ahmed MUS Skip Heller CAST Fred Parnes, Christopher Rydell, Mark Curry, Paulina Mielech, Linda Pine, Heather Roop, Anton Yelchin, Bill Pullman, Lou Rawls, Mark Rydell (Distributor)
HOLLYWOOD ENDING (2002) DIR – SCR Woody Allen PROD Letty Aronson CAM Wedigo von Schultzendorff ED Alisa Lepselter CAST Woody Allen, Téa Leoni, Bob Dorian, Ivan Martin, Gregg Edelman, George Hamilton, Treat Williams, Woody Allen, Debra Messing, Neal Huff, Mark Rydell (Al)
EVEN MONEY (2006) DIR Mark Rydell PROD Mark Rydell, Danny DeVito, David S. Greathouse SCR Robert Tannen CAM Robbie Greenberg ED Hughes Winborne MUS Dave Grusin CAST Kim Basinger, Nick Cannon, Danny DeVito, Kelsey Grammer, Jay Mohr, Tim Roth, Forest Whitaker, Ray Liotta, Christopher Rydell, Mark Rydell (Ivan)
CHICANERY (2017) DIR – PROD – SCR Charles Dennis CAM Michael Rangeloff ED Andee Hodgin MUS Maxwell Sterling CAST Brent Huff, Michael Laskin, Patty McCormack, Kate Vernon, Loren Lester, Neil Dickson, Ross Benjamin, Rachelle Carson, Kenneth Welsh, Mark Rydell (Jack Sobel)
SENIOR ENTOURAGE (2021) DIR Brian Connors PROD David A. Lockhart ED Giovanni Moriconi CAST Ed Asner, Helen Reddy, Charles Robinson, Marion Ross, Mark Rydell (Mark), Jamie Lee Curtis, David A. Lockhart, Brian Connors, Dahlia Waingort Guigui, Ian Fisher, Martin Guigui, Kathrine Kohl, Sitara Attaie, Amber Martinez
TV MOVIES
CRIME OF THE CENTURY (1996) DIR Mark Rydell PROD Mike Moder TELEPLAY William Nicholson (book “The Airman and the Carpenter: The Lindbergh Kidnapping and the Framing of Richard Hauptmann” [1985] by Ludovic Kennedy) CAM Toyomichi Kurita ED Antony Gibbs MUS John Frizzell CAST Stephen Rea, Isabella Rossellini, J. T. Walsh, Michael Moriarty, Allen Garfield, John Harkins, Barry Primus, Bert Remsen
JAMES DEAN (2001) DIR Mark Rydell PROD George W. Perkins SCR Israel Horovitz CAM Robbie Greenberg ED Antony Gibbs MUS John Frizzell CAST James Franco, Michael Moriarty, Valentina Cervi, Enrico Colantoni, Edward Herrmann, Joanne Linville, John Pleshette, Barry Primus, Amy Rydell, Mark Rydell (Jack L. Warner), Christopher Lee, Alexander Rydell, Christopher Rydell