De dame op deze foto is Julie Garfield. Ze is geboren in 1946 in Los Angeles als dochter van de legendarische filmacteur John Garfield (1913-1952; echte naam, Jacob Julius Garfinkle), één van de meest dynamische topsterren in het Hollywood van de late jaren dertig en veertig. Hij stond bekend als de eerste Hollywoodacteur met een rauwe acteerstijl die heel natuurlijk aanvoelde en die later het handelsmerk zou worden van de naoorlogse Amerikaanse cinema.
Het was toen immers de periode waarin filmacteurs vaak terugvielen op theatrale gebaren en verfijnde dictie—en daar was helemaal niets mis mee—maar John Garfield onderscheidde zich van tal van generatiegenoten door dit gepolijste imago van de traditionele hoofdrolspeler naast zich neer te leggen. In plaats daarvan was hij een natuurlijke, doorleefde acteur die zijn personages voor iedereen authentiek en herkenbaar maakte.
Dochter Julie Garfield is een experte wanneer het over haar vader en zijn filmerfenis gaat, zoals duidelijk werd tijdens ons recent telefoongesprek. Maar eerst, wie was John Garfield, de acteur? Voor velen is hij een naam uit een ver filmverleden, een naam die al jaren onder een dikke laag stof ligt, en indien ze zich nog een film van hem herinneren, is het waarschijnlijk “The Postman Always Rings Twice” (1946), en dan nog vanwege de oogverblindende Lana Turner. De film is in alle geval een klassieker van de film noir en ja, voor alle duidelijkheid, John Garfield was haar tegenspeler in die film. Maar er is zoveel meer te vertellen over hem.

John Garfield groeide op in armoede in de povere Lower East Side van New York in de jaren twintig. Zijn moeder stierf toen hij zeven was en zijn vader had moeite om het gezin te onderhouden. Als jongen raakte hij vaak betrokken bij straatgevechten, maar hij vond vooral een uitlaatklep wanneer hij iets kon uitbeelden of kon naspelen. Een leraar merkte dat talent op en stuwde hem in de richting van acteren: hij begon een opleiding bij het American Laboratory Theater, een groep beïnvloed door Konstantin Stanislavski, en in de jaren dertig raakte hij betrokken bij het Group Theater, een nieuw theatercollectief in New York—opgericht in 1931 door Lee Strasberg, Cheryl Crawford en Harold Clurman—dat de eerste vormen van Method acting onderwees. Daar leerde hij rauwe emotie in zijn rollen te kanaliseren, wat kenmerkend werd voor zijn latere acteerstijl.
De Group legde de nadruk op psychologisch realisme en de verbondenheid van een acteur met de werkelijkheid. Die benadering stak hij in zijn broekzak en nam hij mee naar Hollywood waar hij in 1937 arriveerde. Al vrij snel werd hij één van de grootste sterren bij Warner Bros. Zoals gezegd stond zijn acteerstijl in schril contrast met de gepolijste conventies van het studiosysteem: zijn vertolkingen leken heel erg spontaan, alsof al zijn emoties net onder de oppervlakte opborrelden. Die onvoorspelbaarheid maakte zijn personages boeiend, zelfs gevaarlijk, en hij gaf het publiek het gevoel dat ze naar een persoon van vlees en bloed keken in plaats van naar een acteur die een personage speelde. John Garfield werd de eerste Method acteur van het Group Theater die een filmster werd.
John Garfield in “Four Daughters” (1938)
Na een korte scène van tien seconden in de musical “Footlight Parade” (1933), waarin hij een zeeman speelde, werd hij vijf jaar later echt ontdekt in zijn volgende speelfilm, het melodrama “Four Daughters” van Michael Curtiz, een film waarin de drie Lane Sisters (Priscilla, Rosemary en Lola) centraal stonden. Het was zijn eerste van vijf films geregisseerd door Michael Curtiz die John Garfield castte en ontdekte nadat hij zijn screentest had gezien. In “Four Daughters” speelde Garfield een bijrol als de cynische aanbidder van een meisje uit een kleine stad; voor zijn rol kreeg hij meteen veel lof. The New York Times schreef in zijn review van 19 augustus 1938, ‘Our vote, though, is for Mr. Garfield, and for whatever stars watch over his career on the stage and screen. […] Mr. Garfield is such a sweet relief from conventional screen types, so eloquent of a certain dispossessed class of people, that we can’t thank Warner Brothers, Michael Curtiz, the director, Mr. Epstein and Miss Coffee, the screen playwrights, and even Miss Fannie Hurst, the original author, enough for him.’
Vanaf het begin, en in tal van andere films die hij maakte toen hij onder contract stond bij Warner Bros., toonde hij zijn veelzijdigheid als acteur, zoals in Vincent Sherman’s “Saturday’s Children” (1940), met Anne Shirley als een hardwerkende vrouw, John Garfield als haar vriend, en wat er met hen gebeurt wanneer ze trouwen. Tussen zijn Warner Bros. films door werd hij ook uitgeleend aan Metro-Goldwyn-Mayer om er één van de hoofdrollen te spelen in Victor Fleming’s “Tortilla Flat” (1942). Auteur Michael Sragow schreef in zijn biografie “Victor Fleming: An American Movie Master” (2008) dat Fleming zijn acteur op een dag, tijdens de opname van een scène met Hedy Lamarr, even terzijde nam en zei, Take it easy, Garfield. Don’t get too good. A lot of your scenes are with Hedy Lamarr; she’s not what you call un-outclassable, and we can’t let that happen. Let’s take it again. Be better than you were the first time, but worse than the second. In een interview in 1971 zei Hedy Lamarr, John Garfield was wonderful to work with.
Hij speelde ook in een reeks patriottische succesfilms over de Tweede Wereldoorlog, zoals “Air Force” (1943), geregisseerd door Howard Hawks, een film die zich afspeelt in de nasleep van de Japanse aanval op Pearl Harbor van 7 december 1941; “Destination Tokyo” (1943), een spannend verhaal over een Amerikaanse onderzeeër die naar Japanse wateren wordt gestuurd om er een spionageteam aan land te brengen; en “Pride of the Marines” (1945), met John Garfield als de Amerikaanse marinier Al Schmid, een oorlogsheld die tijdens een Japanse aanval blind werd door een ontplofte granaat.
Schmid nodigde John Garfield overigens uit om een maand bij hem thuis in Philadelphia door te brengen, zodat de acteur zoveel mogelijk over de man kon leren en hem dagelijks kon observeren. Toen de film uitkwam, kreeg Garfield dan ook niets dan lof. John Garfield does a brilliant job as Schmid, cocky and self-reliant and full of calm, commanding pride, schreef Bosley Crowther, de toenmalige filmcriticus van The New York Times, in zijn review van 25 augustus 1945.
Omdat hij vanwege een zwak hart niet in de Tweede Wereldoorlog kon dienen, voerde John Garfield onuitputtelijk bond-selling campaigns kriskras doorheen de VS en bezocht hij de troepen in het buitenland. Samen met Bette Davis richtte hij ook de befaamde Hollywood Canteen op. In haar memoires, “This ’n That” (1987), schreef Davis daarover, ‘One day just after the start of World War II, in the Green Room, our dining room at Warner Bros., Johnny Garfield sat down at my table during lunch. He had been thinking about the thousands of servicemen who were passing through Hollywood without seeing any movie stars. Garfield said something ought to be done about it. I agreed, and then and there the idea for the Hollywood Canteen was born.’

De Hollywood Canteen opende zijn deuren op 3 oktober 1942 en bood eten, dans en entertainment. Alles was gratis; de uniformen van de militairen waren hun toegangsticket. Het werd dé plek waar Amerikaanse militairen, in afwachting van hun vertrek richting Stille Oceaan, hun favoriete Hollywoodsterren in levende lijve konden ontmoeten. Veel topsterren serveerden eten, deden de vaat, dansten met de soldaten, deelden handtekeningen en kerstcadeaus uit, of kletsten gewoon met de militairen die de Hollywood Canteen bezochten.
De lijst van Hollywoodsterren die vrijwillig meewerkten in de Canteen is haast eindeloos en omvat namen als Rita Hayworth, Lana Turner, Norma Shearer, Hattie McDaniel, Joan Leslie, Marion Davies, Marlene Dietrich, Dorothy Dandridge, Bob Hope, Ida Lupino, Linda Darnell, Frank Sinatra, Bing Crosby, Eddie Cantor, Red Skelton, Dinah Shore, Una Merkel, Fred Astaire, Jean Arthur, Marsha Hunt, Lucille Ball, Dolores del Rio, Patricia Morison, Barbara Stanwyck, Buster Keaton, Milton Berle, Humphrey Bogart, Jimmy Durante, Evelyn Keyes, Nelson Eddy, James Cagney, Ava Gardner, Charlie Chaplin, en zovele anderen die er meermaals de revue passeerden.
In “This ’n That” schreef Bette Davis ook nog, One night the glamorous Marlene Dietrich came straight from the set from “Kismet” [1943], covered in gold paint. I had never seen two thousand men screaming in a state of near mass hysteria. Marlene was one of the most generous in the amount of time she spent at the Hollywood Canteen. John Garfield’s poging om het moreel van de militairen op te krikken voordat ze naar het front werden gestuurd, was een enorm succes: toen de Hollywood Canteen op 22 november 1945 zijn deuren sloot, had het met zijn duizenden vrijwilligers meer dan 3.000.000 mensen in uniform ontvangen. Dit alles dankzij John Garfield, die op een dag terloops tegen Bette Davis liet ontvallen dat volgens hem de militairen die in Hollywood passeerden, de kans moesten krijgen om filmsterren te zien.
De muzikale romantische komedie “The Hollywood Canteen” (1944), met in de hoofdrollen Joan Leslie, Robert Hutton, Dane Clark en vele sterren in cameo-rollen, was ook een succesfilm: het werd Warner Bros.’ grootste kaskraker uit 1944.
John Garfield’s laatste film voor Warner Bros. was “Humoresque” (1946), een filmklassieker waarin hij een ambitieuze violist speelde in een relatie met een rijke en onstabiele socialite, gespeeld door Joan Crawford. In John Kobal’s interviewboek “People Will Talk” (1985) zei Crawford, It was great working with Johnnie. Great, great talent,’ terwijl de regisseur van de film, Jean Negulesco, trots was om te kunnen zeggen, I gained the friendship of John Garfield, zoals hij schreef in zijn autobiografie “Things I Did and Things I Think I Did: A Hollywood Memoir” (1984).
Maar tot op de dag van vandaag blijft “The Postman Always Rings Twice” (1946) één van de beste voorbeelden van John Garfield’s talent. Als Frank Chambers, de rusteloze zwerver die samenzweert met Lana Turner’s femme fatale-personage om haar echtgenoot te vermoorden, bracht hij een mix van lust, schuldgevoel en wanhoop over. Waar andere acteurs geneigd zouden zijn om aan te leunen bij de gebruikelijke ingrediënten van de film noir, maakte Garfield het innerlijke conflict van zijn personage zichtbaar in subtiele gebaren—een nerveuze blik, even veranderen van houding, een korte aarzeling voor een kus. Zijn realisme vormde de basis van het melodrama en gaf het verhaal zijn blijvende kracht.
Maar het beste moest nog komen, want in “Body and Soul” (1947) speelde hij misschien wel zijn beste rol ooit. Met zijn personage van bokser Charley Davis schetste hij de evolutie van een strijdlustige underdog tot een corrupte kampioen. Wat zijn vertolking zo bijzonder maakte, was de manier hoe hij zijn fysieke aanwezigheid in evenwicht bracht met de psychologische diepgang van het personage. In de ring bewoog hij met overtuigende atletische veerkracht, en met zijn emotionele kwetsbaarheid buiten de ring zorgde hij voor een perfect tegengewicht. Het hoogtepunt, wanneer het personage van Charley Davis koppig weigerde een gevecht te staken, werd symbolisch voor John Garfield’s filmpersona: een man met gebreken die waardigheid vindt in zijn verzet.
Actrice en Oscarwinnares Patricia Neal blikt terug op haar samenwerking met John Garfield, haar tegenspeler in “The Breaking Point” (1950)
In “The Breaking Point” (1950), Michael Curtiz’ schitterende verfilming van Ernest Hemingway’s roman “To Have and Have Not” uit 1937, speelde hij een belegerde held en een eerlijke kapitein van een boot die een gevaarlijke lading aan boord nam om zijn gezin te kunnen onderhouden; Patricia Neal was een speelse, brutale blondine en femme fatale. Dit was Hemingway’s favoriete filmversie van zijn roman, hoewel de film uit 1944, geregisseerd door Howard Hawks en met Humphrey Bogart en Lauren Bacall in hun eerste gezamenlijke film, wordt beschouwd als de ultieme verfilming van de roman.
“The Breaking Point” was Garfield’s vijfde en laatste film met regisseur Michael Curtiz, die een Oscar won voor “Casablanca” (1942). Hun andere vier films waren “Four Daughters” (1938), “Daughters Courageous” (1939), “Four Wives” (1939), en “The Sea Wolf” (1941)—een geprezen drama met Edward G. Robinson als een tirannieke scheepskapitein, en verder o.a. John Garfield en Ida Lupino als passagiers die proberen te ontsnappen.
In zijn autobiografie “All My Yesterdays: An Autobiography” (1973) herinnerde Edward G. Robinson zijn tegenspeler John Garfield als one of the best young actors I ever encountered, terwijl schrijver William Donati actrice Ida Lupino citeerde in zijn boek “Ida Lupino: A Biography” (1996) toen ze zei, He [John Garfield] was wonderful and I loved him. He and I were like brother and sister. Net als John Garfield speelde de even onvergetelijke Ida Lupino meermaals stoere, verbitterde en ongelukkige personages.

In veel van zijn filmrollen en films—inclusief de rollen die hier niet eens genoemd worden, zoals zijn bijrol naast Gregory Peck in “Gentleman’s Agreement” (1947)—toonde John Garfield hoe mannelijkheid er op het scherm kon uitzien. Hij deinsde niet terug om zwakte, twijfel of tederheid te tonen. Hij toonde hoe kwetsbaarheid net zo krachtig kon zijn als stoerheid, wat mogelijk deels te verklaren was door zijn achtergrond die hem erg uniek maakte. Je voelde die vastberadenheid in elke rol die hij speelde. Hij was niet het type held met de lange, hoekige kaken. In plaats daarvan gaf hij zijn personages een doorleefde kwaliteit; ze droegen een last op hun schouders, hadden tekortkomingen en onzekerheden. Dat maakte hem in de ogen van het publiek zo herkenbaar. Keek je naar hem, dan wist je dat hij begreep wat het betekende om ergens mee te worstelen, of om meer of beter te willen, of verscheurd te zijn tussen goed en kwaad.
Zijn personages, van boksers tot zwervers en doomed romantics, straalden die kwetsbaarheid en onvoorspelbaarheid uit, en met de intensiteit en rebelse charme die hij op het scherm bracht, effende hij de weg voor een nieuwe generatie Method acteurs zoals Marlon Brando, Montgomery Clift en James Dean; Brando’s rauwe explosiviteit, Clift’s kwetsbare gevoeligheden en Dean’s rusteloze rebellie weerspiegelden allemaal de manier hoe John Garfield zijn personages eerder al had gespeeld. Met zijn persoonlijke emoties in zijn rollen vervaagde de grens tussen de acteur en het personage. Zijn vertolkingen waren nooit eendimensionaal; hij combineerde stoerheid met gevoeligheid, waardoor zelfs dubieuze personages bijna sympathiek overkwamen.
Het maakte John Garfield tot één van de meest gedistingeerde en talentvolle acteurs van Hollywood’s Golden Age, en tegelijkertijd één van de meest moderne Hollywoodacteurs in de jaren veertig.
Zijn bijdrage aan het acteren is nog steeds actueel, want niet enkel Marlon Brando, Montgomery Clift en James Dean bouwden voort op de fundamenten die hij had gelegd, maar ook Al Pacino en Robert De Niro zitten in hetzelfde vaarwater. Ook zij roepen herinneringen op aan John Garfield’s intense vertolkingen, aan zijn tijdloze genialiteit en zijn naturalistische benadering van acteren voor de camera. Maar mooie liedjes blijven jammer genoeg niet eeuwig duren.
Tijdens de zogenaamde Red Scare eind jaren veertig, toen het House Un-American Activities Committee (HUAC) onderzoek deed naar vermoedelijke communistische invloeden in de filmindustrie, werden veel acteurs, schrijvers en regisseurs opgeroepen om te komen getuigen. Zij die weigerden mee te werken of verdacht werden van communistische sympathieën, verloren vaak hun werk. Het was het begin van de Hollywood blacklist.

John Garfield’s relatief korte maar glansrijke carrière werd gekortwiekt door zijn levenslange hartaandoening, maar ook door de zwarte lijst en de communistenjacht in Hollywood die zijn leven en carrière ruïneerden. Hij was nooit een communist, maar werd in 1951 wel opgeroepen om te getuigen voor het HUAC waar hij weigerde namen van vrienden en collega’s te noemen. Hij was geen verrader. Daardoor werd hij bestempeld als een uncooperative witness. Zijn weigering om namen te noemen werd gezien als een vorm van verzet, en de studio’s namen snel afstand van hem. Nadien werd hij opgeroepen door de FBI die hem vroegen om de eerdere betrokkenheid van zijn vrouw bij de Communistische Partij te bevestigen. Hij reageerde met enkele krachttermen, stond op en trok meteen de deur achter zich toe.
Bijna van de ene op de andere dag werd de grote en succesvolle Hollywoodster bij Warner Bros. en later ook in onafhankelijke producties—tevens twee keer genomineerd voor een Oscar—een acteur die uit de industrie werd geweerd. Een paria. Op het hoogtepunt van zijn talent en populariteit kon hij plots niet meer werken.
Hij werd uitgesloten van het Hollywoodsysteem dat hem tot een begrip in Amerika had gemaakt, ook al wisten zowel de studio’s als de Amerikaanse overheid maar al te goed dat hij nooit een communist was geweest. Zijn situatie illustreert de brede gevolgen van de Hollywood blacklist; de druk van de zwarte lijst woog zwaar op hem, zowel professioneel als persoonlijk. Garfield’s stress nam enkel maar toe naarmate hij minder rollen kreeg aangeboden en zijn reputatie werd besmeurd. Op 21 mei 1952, slechts 39 jaar oud, overleed hij in New York aan een hartaanval.
Tijdens zijn begrafenis twee dagen later verzamelden meer dan 10.000 mensen voor de Riverside Memorial Chapel in Manhattan. Het was destijds de grootste opkomst voor een begrafenis van een beroemdheid in New York sinds die van de Rudolph Valentino, een ster uit de stomme film, in 1926.
Net als Robert De Niro, die altijd vooral acteur wilde worden en geen filmster, gaf John Garfield er de voorkeur aan zijn talent als acteur te blijven ontwikkelen. Zijn overlijdensbericht in The New York Times, gepubliceerd op 22 mei 1952, bevestigde dat met de volgende woorden, In Hollywood he was known as an actor with no taste for nightclubs, the social whirl, fancy cars and other frills. ‘Screen acting,’ he once said, ‘is my business. But I get my kicks on Broadway.’ He made movies for money, but acted on the stage because it was his love. Once he turned down a studio offer reputed to be $250,000 a year to go into a little theater production of “Skipper Next to God” at $80 a week.
Variety voegde er in zijn overlijdensbericht op 28 mei 1952 aan toe dat he often asserted that he was not a pic actor—only a theater actor who went to Hollywood.

John Garfield werd de vierde acteur die overleed na een onderzoek door de HUAC. De anderen waren de in Wenen geboren actrice Mady Christians (1892-1951); J. Edward Bromberg (1903-1951), Amerikaans acteur en mede-oprichter van het Group Theater; en de zwarte acteur Canada Lee, die aan de zijde van John Garfield speelde in “Body and Soul.” Lee stierf op 9 mei 1952 op 45-jarige leeftijd, minder dan twee weken voor John Garfield’s overlijden. In zijn laatste jaren werd Lee naar verluidt geweigerd voor veertig televisieshows. Toen hij stierf, was hij compleet blut.
John Garfield trouwde in 1935 met Roberta Seidman en ze kregen drie kinderen: Katherine (1938-1945); David (1943-1994), die filmmonteur en acteur werd, ook bekend als John Garfield Jr.; en hun jongste dochter Julie (geboren in 1946). Ze is een bekroonde toneel- en filmactrice, en een schilderes die onder andere heeft gestudeerd aan de New York Studio School, de Art Students League en de New York Academy. Momenteel werkt ze mee aan de tentoonstelling “Blacklisted: An American Story” van de New York Historical Society (van 13 juni tot 2 november 2025), die—zoals vermeld staat op zijn website—explores the intersection of politics, art, culture, and social dynamics during Hollywood’s Red Scare through photographs, objects, and film. Personal narratives of the blacklisted “Hollywood Ten,” members of Congress, and film executives reveal different approaches to what it means to be a patriotic American. The exhibition also explores how Broadway and New York’s theater community responded at a time when art and creative expression were no longer protected.

Als enig overgebleven kind van John Garfield is zij de beste bron van informatie wanneer het gaat over haar vader, zijn films en zijn film legacy. Ik had het geluk haar contactgegevens te bemachtigen, nam contact met haar op, en tijdens het telefoongesprek dat we hadden, gaf ze een blik achter de schermen van haar leven en dat van haar vader.
Je vader was de eerste acteur die Method acting op het scherm introduceerde. Kreeg hij daar voldoende erkenning voor?
Neen. Marlon Brando krijgt alle eer, maar het is niet echt Marlon die het introduceerde; mijn vader was de eerste. Hij was ermee begonnen. Isaac Butler schreef er een zeer goed boek over, getiteld “The Method: How the Twentieth Century Learned to Act” [2022]. Hij geeft mijn vader daarvoor de erkenning.

Voor de buitenwereld was hij een filmster, maar voor jou was hij je vader. Weet je nog wanneer je voor het eerst besefte dat je vader een bekende acteur was?
Wanneer je heel jong bent, begrijp je dat soort dingen niet echt. Ik was pas zes en half toen hij stierf, maar mijn vader was altijd mijn held. Later, toen ik de wereld in trok en mensen wisten wie hij was en ze hem herinnerden, zeiden ze, ‘Hoe heet je ook alweer?’ ‘Julie Garfield.’ ‘Familie van John Garfield?’ En wanneer ik zei dat ik zijn dochter was, werden ze helemaal gek. Maar toen kwam Garfield de kat [vanaf 1978], en dat nam dan de overhand; de associatie van mensen met de naam Garfield werd dan de kat. Maar dat was lang daarna; jarenlang, ook tijdens mijn carrière, wanneer mensen de naam Garfield hoorden, legden ze meteen de link met mijn vader, en waren ze erg geïnteresseerd in wat ik als actrice kon brengen. Bij mijn broer ook. Dat waren hoge verwachtingen.
Dan was het misschien eerder een vloek dan een zegen om met jouw familienaam in je vaders voetsporen te treden?
Ja, het was meer een vloek dan een zegen. Hoewel ik in mijn jonge jaren, toen ik in première ging in een Off-Off-Broadway toneelstuk ”Uncle Vanya” [1971], in een kleine kelder van het Roundabout Theater—het eerste Roundabout Theater, nu is het een groot theater op Broadway—en ik Sonya speelde, ik lovende kritieken kreeg. In The New York Post schreef de criticus me bijna een liefdesbrief, waarin hij zei dat ik ‘een wonder’ was. Hij schreef ook over mijn vader, en The New York Times deed hetzelfde. Het was erg moeilijk voor mij toen ze zeiden dat ik zo briljant was, want toen kwamen veel beroemde producers en regisseurs naar de stad om me te zien en te ontmoeten. Ik heb nooit geleerd hoe ik daarmee moest omgaan. Mijn moeder en mijn stiefvader [Sidney Cohn] beschermden me heel erg, dus ik wist niet echt hoe ik daar mijn voordeel uit kon halen. Mijn moeder was zo bang omdat mijn zusje in haar armen was gestorven toen ze zes jaar oud was, dus ze beschermde mij altijd heel hard. Ze trouwde met een advocaat die een succesvolle theateradvocaat werd, en hij beschermde mij ook. Ze behandelden me als een kwetsbare bloem, dus ik wist niet hoe ik ermee moest omgaan, hoe ik enthousiast moest zijn en niet bang mocht zijn. Een deel van mij was heel angstig.
In welke mate heeft dat jouw carrière beïnvloed?
Het heeft mijn carrière geruïneerd. Ik maakte geen gebruik van de mogelijkheden die ik had; ik was bang, echt bang. Ik bedoel, als je je eerste toneelstuk opent en iemand noemt je een genie, dan kun je daar óf heel goed mee omgaan, óf je schrikt je rot, en ik denk dat het me echt bang maakte. Dus het was al moeilijk om in de sporen van John Garfield te treden, en vervolgens die van mezelf. Ze noemden me een jonge Eleanore Duse [Italiaanse toneelactrice, 1858-1924]. Ik heb ook met een paar gemene regisseurs gewerkt die heel boos waren op mijn vader omdat hij het gemaakt had, en zij niet. Ze reageerden het allemaal op mij af. Dus ik had een gemengde carrière; het ging best goed, maar ik had te veel angst en een gebrek aan zelfvertrouwen.

Ben je daardoor beginnen te schilderen?
Neen. Ik denk dat ik altijd al wilde schilderen. Dat was ik wat ik wilde doen.
In het voorwoord van Robert Nott’s boek “He Ran All the Way: The Life of John Garfield” [2003] was je heel kritisch en schreef je dat in his seven-year prison term at Warner Bros., he made a lot of rotten B movies. Verwees je toen naar het feit dat je vader zo vaak door Warner Bros. werd geschorst omdat hij betere scenario’s en betere regisseurs wilde?
Hij was ontevreden over de scenario’s die hij kreeg en met hetgeen ze van hem wilden. Zo speelde hij in “Juarez” [1939] met Bette Davis en Paul Muni, en hij was er niet erg goed in. Toen zei de studio, ‘Okee, that’s it. Vanaf nu doe je alleen nog waar je succesvol in bent. Je gaat gangsters, criminelen en boksers spelen, en zo gaan we veel geld aan je kunnen verdienen.’ Hij verzette zich daartegen; hij maakte die films wel, maar hij haatte ze. Hij wilde zichzelf ontwikkelen als acteur, en dat stonden ze niet toe. Dus dat waren zeven ongelukkige jaren voor hem; soms kreeg hij er problemen mee met de studio, of ze straften hem, dan wilden ze dat hij weer een film maakte die hij niet wilde doen. Toen het contract met Warner Bros. eindelijk afliep, besloot hij zijn eigen productiemaatschappij op te richten [Enterprise Productions, opgericht in 1946 met producers David L. Loew en Charles Einfeld], en toen kon hij de films maken die hij écht wilde maken. Maar tegen die tijd stond hij op de zwarte lijst, en één van zijn beste films was “The Breaking Point” [1950]; toen werd hij al genoemd in “Red Channels.” Dat kelderde de release van die film. Het idee dat hij zijn eigen productiemaatschappij oprichtte—in plaats van voor de studio te blijven werken, braaf te zijn en zich te gedragen—en ook het feit dat hij geregeld terug naar Broadway wilde om in toneelstukken te spelen, zette hen aan het denken, Ah, Garfield, he’s too much trouble. Let him go. Maar toen hij het studiosysteem verliet en zijn eigen productiemaatschappij oprichtte, maakte hij wel zijn beste films.
Kon hij goed overweg met Jack L. Warner?
Daar kan ik niet op antwoorden, maar ik denk dat niemand met Jack L. Warner kon opschieten, tenzij je de films maakte die hij wilde. Ik denk dat Warner een heel bazige man was. Dus ik denk niet dat mijn vader met hem overweg kon; hij was daar in alle geval niet gelukkig.
Waren er acteurs of regisseurs waar hij graag mee samenwerkte?
Hij was dol op Michael Curtiz; ik denk dat ze een heel goede werkrelatie hadden. Maar… neem “The Postman Always Rings Twice” [1946] bijvoorbeeld, een film die hij maakte en enorm succes werd. Die film was zó dwaas omdat ik er zeker van ben dat hij veel ruzie had over dingen die voor hem als Method acteur heel onlogisch waren. Bijvoorbeeld, na dat vreselijke ongeluk, waarna hij in een rolstoel terechtkwam, stond hij de volgende dag rechtop in de rechtbank. Ik weet zeker dat ze daar ruzie met hem over hadden, en dat hij waarschijnlijk zei, ‘ Kijk, ik zou nooit rechtop kunnen staan. Ik zou nog in die rolstoel zitten.’ Ze hielden nooit rekening met dat soort organische zaken als je let op wat er met een personage gaat gebeuren en in welke staat hij zal verkeren. Ik weet zeker dat hij daar constant ruzie over had. Alleen al de integriteit van het verhaal, weet je, het is onmogelijk dat hij die scène in de rechtszaal rechtopstaand zou hebben gedaan. Bovendien hadden ze toen problemen met het weer: telkens ze gingen draaien, was het slecht weer.
Toen hij in de jaren veertig in Hollywood werkte, maakte hij toen echt deel uit van de filmwereld, of bleef hij een verstokte New Yorker in hart en ziel?
Beide. De afspraak was wel dat hij elk jaar, één keer per jaar, terug mocht keren naar Broadway om in een toneelstuk te spelen. Dus diep vanbinnen wilde hij de beste acteur worden die hij kon zijn, en dat betekende dus dat hij het podium op moest. In film kun je veel dingen doen waar je op het podium niet mee wegkomt. Hij had zoveel respect voor die kunstvorm, en daarom wilde hij altijd terugkeren naar Broadway.

In 1942 richtte je vader samen met Bette Davis de Hollywood Canteen op. Dat was één van de meest patriottische dingen die een Amerikaan destijds kon doen, niet?
Ja, en bovendien, mijn vader was de eerste acteur—vóór Bob Hope—die overzee ging om de troepen te entertainen. Hij ging naar Joegoslavië en werd bijna gedood, en dit was allemaal vóór Bob Hope. Op de één of andere manier heeft hij daar nooit erkenning voor gekregen. En ja, hij richtte de Hollywood Canteen op; hij gaf heel veel om de mensen waarmee hij werkte, de mensen die gewond werden in de oorlog, en het oprichten van de Hollywood Canteen is daar een voorbeeld van. Zijn patriottisme werd volledig onderschat toen de communistische heksenjacht op gang kwam. Eén van de redenen waarom ze hem achtervolgden, was vanwege mijn moeder. De beste vriendin van mijn grootmoeder sprong met de Triangle brand uit het raam [New York, 1911; industriële ramp waarbij 146 textielarbeiders omkwamen]. Mijn grootmoeder was een beetje een activiste, en mijn moeder was dat ook toen ze mijn vader leerde kennen. Ze ging naar demonstraties en bijeenkomsten; ze was geïnteresseerd in andere regeringsvormen, en misschien was er een betere manier om de arbeiders te beschermen wat toen nauwelijks het geval was. Ze hadden geen vakbonden, dus mijn moeder was daar erg actief in. ‘Een paar minuten’ was ze lid van de Communistische Partij, en ik zeg ‘een paar minuten,’ want van zodra ze kinderen kreeg, had ze daar geen tijd meer voor. Dus toen ze achter mijn vader gingen, was dat vanwege haar lidkaart van de Communistische Partij. Ze namen hem mee naar het hoofdkwartier van de FBI en zeiden, ‘Dit is de verlopen lidkaart van je vrouw van de Communistische Partij. Kijk eens naar de kaart; ze was een paar maanden lid van de Communistische Partij. Wat heb je daarop te zeggen?’ En hij zei, ‘Weet je, f*ck you!’ Daarom gingen ze achter hem aan, en dat maakte zijn carrière kapot. Ze vonden het ook geen goed idee dat hij zijn eigen productiemaatschappij oprichtte. Dat was als een bedreiging voor hen. Nu heeft iedereen zijn eigen productiemaatschappij.
Je vader wilde ook meer diversiteit voor en achter de camera, met betere rollen voor zwarten, klopt dat?
Dat had te maken met Canada Lee in “Body and Soul” [1947]. Mijn vader was één van de producers van de film en hij stond erop dat Canada Lee die rol zou spelen. Op een dag zeiden ze tegen mijn vader, ‘Geef anders Canada Lee op, en zoek een blanke acteur.’ Maar mijn vader zei, ‘Ik geef Canada Lee niet op. Ik maak de film niet zonder een zwarte acteur.’ Omdat hij uit de sloppenwijken kwam, een buitenstaander was en veel armoede had gekend, maakte hij er een punt van om door die mensen op te komen.
Je kende en werkte ook met Zero Mostel, die eveneens op de zwarte lijst stond. Kun je iets over hem vertellen?
We speelden samen in het toneelstuk “The Merchant” [1977], zijn laatste stuk voordat hij stierf. Het toneelstuk was geschreven door Arnold Wesker, een vrij beroemde Engelse toneelschrijver, en het was een moderne bewerking van Shakespeare’s “The Merchant in Venice” [1596-1598]. Ik werd gecast voor de rol van Jessica, Zero speelde Shylock, en we gingen de stad uit voor tryouts. Het stuk was een geweldig idee, maar het was zo eindeloos en langdradig. En poor Zero. Na de eerste preview in Philadelphia, die drie uur en veertig minuten duurde, werd hij ziek en moest hij naar het ziekenhuis. Plots was hij veel afgevallen en werd hij heel erg ziek. We bleven repeteren en wachtten op hem. Maar toen stierf hij in het ziekenhuis. Dat was heel, heel triest.
Kende je veel mensen die op de zwarte lijst stonden?
Ja. Mijn moeder hertrouwde met een bekende advocaat die ook veel beroemde acteurs vertegenwoordigde, en hij hielp hen. Als Zero geld nodig had, kocht hij een schilderij van hem. Alle mensen op de zwarte lijst trokken samen op. We vierden kerstfeestjes met Zero, Lee Grant en Jack Gilford; we waren met hen op alle feestjes.

Begin jaren 2000 kende ik regisseur Vincent Sherman [hij maakte “Saturday’s Children” in 1940, met John Garfield in de hoofdrol]. Telkens ik in Los Angeles was, spraken we af en bezocht ik hem thuis in Malibu. We ontmoetten elkaar ook eens in Santa Monica en dronken toen koffie in de Starbucks, waar hij anderhalf uur over je vader praatte en herinneringen ophaalde over hun tijd bij Warner Bros., hun vriendschap en hoeveel respect ze voor elkaar hadden.
Ik woonde in Los Angeles. Ik verhuisde er in 1990 naartoe. Maar eenmaal in Los Angeles, was het alsof ik bevroor. Ik voelde me er niet thuis, ik had er niet moeten zijn, en ik was zo’n wrak dat ik Vincent Sherman niet ben gaan opzoeken. Het enige positieve dat me toen is overkomen, was toen ik in Mexico was en aan een telenovella meewerkte; in het Lincoln Center in New York vertoonden ze films van Abraham Polonsky en ze lieten me vanuit Mexico overkomen naar New York om Polonsky te ontmoeten [hij stond ook op de zwarte lijst; in 1947 schreef hij het scenario voor John Garfield’s “Body and Soul” en in 1948 regisseerde hij Garfield in “Force of Evil”]. Ik bracht heel wat tijd met hem door; we gingen samen eten en we praatten over mijn vader. Dat deed ik ook met John Berry [ook op de zwarte lijst; in 1951 regisseerde hij John Garfield’s laatste film “He Ran All the Way”]. Hij woonde in Parijs, maar hij was op bezoek in Los Angeles waar ik enige tijd met hem doorbracht. Maar ik vind het gewoon jammer dat ik Vincent Sherman niet heb ontmoet. Ik was altijd zo ambivalent. De ene helft van me dacht, ‘Oh, ik wil er alles over weten,’ en de andere helft was van, ‘Laat me met rust. Ik wil er niets over horen, want het is veel te pijnlijk.’ Ik was altijd in conflict met mezelf. Ik leerde niet hoe ik het beste kon maken van wie ik was, of wie ik had kunnen zijn. Zoals ik al zei, de reden is voor een deel omdat mijn zus zo tragisch stierf, en het was echt verwoestend voor mijn ouders. Mijn broer was toen ongeveer zes maanden oud, en toen mijn ouders besloten om nog een kind te krijgen, dat was ik dan. Ik werd zó overbeschermd—alles aan mij werd afgeschermd omdat mijn moeder heel bang was dat ze mij ook zou verliezen, en mijn stiefvader had dat ook. Ze zeiden dan, ‘Oh Julie, je bent een briljante artieste, maar doe nooit reclamespots. It’s a sellout.’ Maar als je carrière wil maken, moet je alles doen wat je te pakken kan krijgen, en dat heb ik niet gedaan. Ik heb mezelf die mentaliteit nooit aangeleerd. Soms had ik succes, soms niet. Dus zo is het gegaan, omdat ik nooit dacht, Grab everything and do it. Dat is wat er gebeurde, maar wat kun je eraan doen? Ik kan het wel begrijpen.
Heb je veel memorabilia van je vader?
Ik heb veel prachtige foto’s, maar het grootste deel heb ik geschonken aan de Universiteit van Texas. Er gebeurde iets heel vreemds nadat we de documentaire “The John Garfield Story” [2003] hadden gemaakt. Ik kreeg toen een telefoontje van een zakenman. ‘Hallo, spreek ik met Julie Garfield?’ ‘Ja.’ ‘Julie, ik ben al jaren naar je op zoek.’ ‘Echt waar? Wel, hier ben ik.’ ‘Ik heb iets dat ik je wil geven. Ik wil je ook trakteren op een etentje en je voorstellen aan mijn familie.’ En zo geschiedde. Toen hij jong was, werkte hij zijn studie af; hij had een baan en moest bij de politie niet-opgeëiste portefeuilles doorzoeken. Er waren er zoveel van zwervers en mensen die overleden waren—noem maar op. Hij begon die allemaal uit te zoeken, om zeker te zijn dat er geen geld, medailles of iets dergelijks in zat. En toen zag hij een prachtige portefeuille, hij opende die en daarop stond John Garfield in goud. Die was van mijn vader toen hij stierf; mijn moeder had die nooit opgehaald. De man besefte meteen dat hij iets heel bijzonders in zijn bezit had. Er zaten veel handgeschreven nota’s in, en een lange lijst van mensen die mijn vader kende en hun telefoonnummers. Het laatste wat hij kocht voordat hij stierf, was een fiets voor mijn broer; het betalingsbewijs zat er nog in. Er zaten ook foto’s in van mijn broer en mijn zus, foto’s van mij als klein meisje, zijn Actors’ Equity kaart, zijn Screen Actors Guild kaart, zijn rijbewijs… ik bedoel, àlles. Hij had zelfs het telefoonnummer van de man die hem naar het FBI-hoofdkantoor had laten komen en die mijn vader probeerde te laten zeggen dat mijn moeder lid was van de Communistische Partij. Die portefeuille is voor mij dus een stukje geschiedenis. Vincent Sherman zou dat geweldig hebben gevonden.
Het ook zou heel interessant zijn mocht er een film worden gemaakt over je vader.
Ja. Wouldn’t it be great if we could get George Clooney to do it?
Telefoon interview
27 juli 2025

1. FILMS VAN JOHN GARFIELD
FOOTLIGHT PARADE (1933) DIR Lloyd Bacon PROD Robert Lord SCR James Seymour, Manuel Seff CAM George Barnes ED George Amy CAST James Cagney, Joan Blondell, Ruby Keeler, Dick Powell, Frank McHugh, Guy Kibbee, Ruth Donnelly, Hugh Herbert, Claire Dodd, Busby Berkeley, Ann Sothern, John Garfield (Sailor)
FOUR DAUGHTERS (1938) DIR Michael Curtiz PROD Hal B. Wallis SCR Julius J. Epstein, Lenore J. Coffee (verhaal in Cosmopolitan Magazine “Sister Act” [1937] van Fannie Hurst) CAM Ernest Haller ED Ralph Dawson MUS Max Steiner CAST Priscilla Lane, Rosemary Lane, Lola Lane, Gale Page, Claude Rains, John Garfield (Mickey Borden), Jeffrey Lynn, Dick Foran, Frank McHugh, May Robson
THEY MADE ME A CRIMINAL (1939) DIR Busby Berkeley SCR Sig Herzig (boek van Beulah Marie Dix, Bertram Millhauser; toneelstuk “Sucker” [1933] van Bertram Millhauser) CAM James Wong Howe ED Jack Killifer MUS Max Steiner CAST John Garfield (Johnnie Bradfield), The Dead End Kids, Claude Rains, Gloria Dickson, May Robson, Ann Sheridan, Ward Bond
BLACKWELL’S ISLAND (1939) DIR William C. McGann PROD Jack L. Warner, Hal B. Wallis SCR Crane Wilbur (origineel verhaal van Crane Wilbur, Lee Katz) CAM Sidney Hickox ED Doug Gould MUS Bernhard Kaun CAST John Garfield (Tom Haydon), Rosemary Lane, Stanley Fields, Dick Purcell, Victor Jory, Morgan Conway, Granville Bates, Anthony Averill
JUAREZ (1939) DIR William Dieterle SCR John Huston, Wolfgang Reinhardt, Æneas MacKenzie (toneelstuk “Juarez” [1925] van Franz Werfel; biografie “The Phanton Crown” [1934] van Bertita Harding) CAM Tony Gaudio ED Warren Low MUS Erich Wolfgang Korngold CAST Paul Muni, Bette Davis, Brian Aherne, Claude Rains, John Garfield (Porfirio Diaz), Louis Calhern, Gale Sondergaard, Donald Crisp, Joseph Calleia, Harry Davenport, Henry O’Neill, Montagu Love, John Miljan
DAUGHTERS COURAGEOUS (1939) DIR Michael Curtiz SCR Julius J. Epstein (toneelstuk “Fly Away Home” [1935] van Dorothy Bennett, Irving White) CAM James Wong Howe, Ernest Haller ED Ralph Dawson, W. Donn Hayes MUS Max Steiner CAST John Garfield (Gabriel Lopez), Priscilla Lane, Rosemary Lane, Lola Lane, Gale Page, Claude Rains, Fay Bainter, Jeffrey Lynn, Donald Crisp, May Robson, Frank McHugh
DUST BE MY DESTINY (1939) DIR Lewis Seiler SCR Robert Rossen (boek “Dust Be My Destiny” van Jerome Odlum) CAM James Wong Howe ED Warren Lowe MUS Max Steiner CAST John Garfield (Joe Bell), Priscilla Lane, Alan Hale, Frank McHugh, Billy Halop, Bobby Jordan, Charley Grapewin, Henry Armetta, Stanley Ridges, Getrude Astor, Frank Coghlan Jr.
FOUR WIVES (1939) DIR Michael Curtiz SCR Julius J. Epstein, Maurice Hanline (ingegeven door een verhaal in Cosmopolitan Magazine “Sister Act” [1937] van Fannie Hurst) CAM Sol Polito ED Ralph Dawson MUS Max Steiner CAST Priscilla Lane, Rosemary Lane, Lola Lane, Gale Page, May Robson, Frank McHugh, Dick Foran, Henry O’Neill, Claude Rains, Eddie Albert, John Garfield (Mickey Bordan), Vera Miles, John Qualen
CASTLE ON THE HUDSON (1940) DIR – PROD Anatole Litvak SCR Courtney Terrett, Brown Holmes, Seton I. Miller (boek “Twenty Thousand Years in Sing Sing” van Lewis Edward Lawes) CAM Arthur Edeson ED Thomas Richards MUS Adolph Deutsch CAST John Garfield (Tommy Gordan), Ann Sheridan, Pat O’Brien, Burgess Meredith, Henry O’Neill, Jerome Cowan, Guinn ‘Big Boy’ Williams, John Litel
SATURDAY’S CHILDREN (1940) DIR Vincent Sherman SCR Julius J. Epstein, Philip G. Epstein (toneelstuk “Saturday’s Children” [1927] van Maxwell Anderson) CAM James Wong Howe ED Owen Marks CAST John Garfield (Rims Rosson), Anne Shirley, Claude Rains, Roscoe Karns, Lee Patrick, Dennie Moore, Elisabeth Risdon, Berton Churchill
FLOWING GOLD (1940) DIR Alfred E. Green SCR Kenneth Gamet (verhaal van Rex Beach) CAM Sidney Hickox ED James Gibbon MUS Adolph Deutsch CAST John Garfield (Johnny Blake), Pat O’Brien, Frances Farmer, Raymond Walburn, Cliff Edwards, Tom Kennedy, Granville Bates, Jody Gilbert, Edward Pawley
EAST OF THE RIVER (1940) DIR Alfred E. Green PROD Bryan Foy SCR Fed Niblo Jr. (origineel verhaal van John Fante, Ross B. Wills) CAM Sidney Hickox ED Thomas Pratt MUS Adolph Deutsch CAST John Garfield (Joe Lorenzo), Brenda Marshall, Marjorie Rambeau, George Tobias, William Lundigan, Moroni Olsen, Douglas Fowley
THE SEA WOLF (1941) DIR Michael Curtiz PROD Hal B. Wallis SCR Robert Rossen (boekl “The Sea-Wolf” [1904] van Jack London) CAM Sol Polito ED George Amy MUS Erich Wolfgang Korngold CAST Edward G. Robinson, Ida Lupino, John Garfield (George Leach), Alexander Knox, Gene Lockhart, Barry Fitzgerald, Stanley Ridges, David Bruce, Howard Da Silva
OUT OF THE FOG (1941) DIR Anatole Litvak SCR Jerry Wald, Robert Rossen, Richard Macauley (toneelstuk “The Gentle People” [1939] van Irwin Shaw) CAM James Wong Howe ED Warren Low MUS Heinz Roemheld CAST Ida Lupino, John Garfield (Harold Goff), Thomas Mitchell, Eddie Albert, George Tobias, John Qualen, Aline MacMahon, Jerome Cowan, Frank Coghlan Jr.
DANGEROUSLY THEY LIVE (1941) DIR Robert Florey PROD Bryan Foy SCR Marion Parsonnet CAM L. William O’Connell ED Harold McLernon MUS William Lava CAST John Garfield (Dr. Michael Lewis), Nancy Coleman, Ramond Massey, Lee Patrick, Moroni Olsen, Esther Dale, John Ridgely, Christian Rub, Frank Reicher
TORTILLA FLAT (1942) DIR Victor Fleming PROD Sam Zimbalist SCR John Lee Mahin, Benjamin Glazer (boek “Totilla Flat” [1935] van John Steinbeck) CAM Karl Freund ED James E. Newcom MUS Franz Waxman CAST Spencer Tracy, Hedy Lamarr, John Garfield (Danny), Frank Morgan, Akim Tamiroff, Sheldon Leonard, John Qualen, Donald Meek, Connie Gilchrist, Alen Jenkins, Henry O’Neill
AIR FORCE (1943) DIR Howard Hawks PROD Hal B. Wallis SCR Dudley Nichols CAM James Wong Howe ED George Amy MUS Franz Waxman CAST Gig Young, Arthur Kennedy, Charles Drake, Harry Carey, George Tobias, Ward Wood, Ray Montgomery, John Garfield (Sergeant Joe Winocki), James Brown
THE FALLEN SPARROW (1943) DIR Richard Wallace PROD Robert Fellows SCR Warren Duff (boek “The Fallen Sparrow” [1942] van Dorothy B. Hughes) CAM Nicholas Musuraca ED Robert Wise MUS Roy Webb CAST John Garfield (John McKittrick), Maureen O’Hara, Walter Slezak, Patricia Morison, Martha O’Driscoll, Bruce Edwards, John Banner, John Miljan
THANK YOUR LUCKY STARS, a.k.a. WARNER FOLLIES (1943) DIR David Butler PROD Mark Hellinger SCR Norman Panama, Melvin Frank, James V. Kern (naar een origineel idee van Arthur Schwartz, Everett Freeman) CAM Arthur Edeson ED Irene Morra MUS Heinz Roemheld CAST Joan Leslie, Humphrey Bogart, Eddie Cantor, Bette Davis, Olivia de Havilland, Errol Flynn, John Garfield (Himself), Ida Lupino, Dennis Morgan, Ann Sheridan, Dinah Shore, Alexis Smith, Jack Carson, Alan Hale, George Tobias, Edward Everett Horton, S.Z. Sakall, Hattie McDaniel
DESTINATION TOKYO (1943) DIR Delmer Daves PROD Jerry Wald SCR Delmer Daves, Albert Maltz (origineel verhaal van Steve Fisher) CAM Bert Glennon ED Christian Nyby MUS Franz Waxman CAST Cary Grant, John Garfield (Wolf), Alan Hale, John Ridgely, Dane Clark, Warner Anderson, William Prince, Robert Hutton, Tom Tully, Faye Emerson
BETWEEN TWO WORLDS (1943) DIR Edward A. Blatt PROD Mark Hellinger SCR Daniel Fuchs (toneelstuk “Outward Bound” [1923] van Sutton Vane) CAM Carl E. Guthrie ED Rudi Fehr MUS Erich Wolfgang Korngold CAST John Garfield (Tom Prior), Paul Henreid, Sydney Greenstreet, Eleanor Parker, Edmund Gwenn, George Tobias, George Coulouris, Faye Emerson, Sara Allgood
HOLLYWOOD CANTEEN (1944) DIR – SCR Delmer Daves PROD Walter Gottlieb CAM Bert Glennon ED Christian Nyby MUS Leo F. Forbstein Running time 124 min CAST Robert Hutton, Joan Leslie, The Andrews Sisters, Jack Benny, Joe E. Brown, Eddie Cantor, Jack Carson, Dane Clark, Joan Crawford, Helmut Dantine, Bette Davis, John Garfield (Himself), Sydney Greenstreet, Alan Hale, Paul Henreid, Peter Lorre, Ida Lupino, Dennis Morgan, Janis Paige, Eleanor Parker, Joyce Reynolds, Roy Rogers, S.Z. Sakall, Jane Wyman, Diana Barrymore, Julie Bishop, Dorothy Malone
PRIDE OF THE MARINES (1945) DIR Delmer Daves PROD Jerry Wald SCR Albert Maltz (boek “Al Schmid, Marine” [1944] van Roger Butterfield) CAM J. Peverell Marley ED Owen Marks MUS Franz Waxman CAST John Garfield (Al Schmid), Eleanor Parker, Dane Clark, John Ridgely, Rosemary DeCamp, Ann Doran, Ann E. Todd, Warren Douglas, Don McGuire
THE POSTMAN ALWAYS RINGS TWICE (1946) DIR Tay Garnett PROD Carey Wilson SCR Niven Busch, Harry Ruskin (boek “The Postman Always Rings Twice” [1934] van James M. Cain) CAM Sidney Wagner ED George White MUS George Bassman CAST Lana Turner, John Garfield (Frank Chambers), Cecil Kellaway, Hume Cronyn, Leon Ames, Audrey Totter, Alan Reed, Jeff York
NOBODY LIVES FOREVER (1946) DIR Jean Negulesco PROD Robert Buckner SCR W.R. Burnett (ook boek “I Wasn’t Born Yesterday”) CAM Arthur Edeson ED Rudi Fehr MUS Adolph Deutsch CAST John Garfield (Nick Blake), Geraldine Fitzgerald, Wlter Brennan, Faye Emerson, George Coulouris, George Tobias, Robert Shayne, Richard Gaines, Richard Erdman
HUMORESQUE (1946) DIR Jean Negulesco PROD Jerry Wald SCR Clifford Odets, Zachary Gold (kort verhaal “Humoresque” [1919] van Fannie Hurst) CAM Ernest Haller ED Rudi Fehr CAST Joan Crawford, John Garfield (Paul Boray), Oscar Levant, J. Carrol Naish, Joan Chandler, Tom D’Andrea, Peggy Knudsen, Ruth Nelson, Craig Stevens, Bobby Blake
BODY AND SOUL (1947) DIR Robert Rossen PROD Bob Roberts SCR Abraham Polonsky CAM James Wong Howe ED Robert Parrish MUS Hugo Friedhofer CAST John Garfield (Charley Davis), Lilli Palmer, Hazel Brooks, Anne Revere, William Conrad, Joseph Pevney, Lloyd Gough, Canada Lee, Steve Carruthers
GENTLEMAN’S AGREEMENT (1947) DIR Elia Kazan PROD Darryl F. Zanuck SCR Moss Hart (boek “Gentlemen’s Agreement” [1947] van Laura Z. Hobson) CAM Arthur C. Miller ED Harmon Jones MUS Alfred Newman CAST Gregory Peck, Dorothy McGuire, John Garfield (Dave Goldman), Celeste Holm, Anne Revere, June Havoc, Albert Dekker, Jane Wyatt, Dean Stockwell, Sam Jaffe
DAISY KENYON (1947) DIR – PROD Otto Preminger SCR David Hertz (boek “Daisy Kenyon” [1945] van Elizabeth Janeway) CAM Leon Shamroy ED Louis R. Loeffler MUS David Raskin CAST Joan Crawford, Dana Andrews, Henry Fonda, Ruth Warrick, Martha Stewart, Peggy Ann Garner, Connie Marshall, Mae Marsh, John Garfield (Himself [uncredited])
FORCE OF EVIL (1948) DIR Abraham Polonsky PROD Bob Roberts SCR Abraham Polonsky, Ira Wolfert (boek “Tucker’s People” [1943] van Ira Wolfert) CAM George Barnes ED Art Seid MUS David Raskin CAST John Garfield (Joe Morse), Beatrice Pearson, Thomas Gomez, Marie Windsor, Howland Chamberlain, Roy Roberts, Paul Fix, Stanley Prager, Barry Kelley
JIGSAW (1949) DIR Fletcher Markle PROD Harry Lee Danziger, Edward J. Danziger SCR Fletcher Markle, Vincent McConnor (origineel verhaal van Joe Roeburt) CAM Don Malkames ED Robert Matthews MUS Robert W. Stringer CAST Franchot Tone, Jean Wallace, Marc Lawrence, Myron McCormick, Winifred Lenihan, Betty Harper, Hedley Rainnie, Walter Vaughn, Marlene Dietrich, Henry Fonda, John Garfield (Loafer with Newspaper [uncredited]), Marsha Hunt, Fletcher Markle, Burgess Meredith, Everett Sloane
WE WERE STRANGERS (1949) DIR John Huston PROD Sam Spiegel SCR John Huston, Peter Viertel (gebaseerd op een episode in het boek “Rough Sketch” [1948] van Robert Sylvester) CAM Russell Metty ED Al Clark MUS George Antheil CAST Jennifer Jones, John Garfield (Tony Fenner), Pedro Armendiraz, Gilbert Roland, Ramon Navarro, Wally Cassell, David Bond, José Pérez
UNDER MY SKIN (1950) DIR Jean Negulesco PROD Casey Robinson SCR Casey Robinson (kort verhaal “My Old Man” [1923] van Ernest Hemingway) CAM Joseph LaShelle ED Dorothy Spencer MUS Daniele Amfitheatrof CAST John Garfield (Dan Butler), Micheline Prelle [Micheline Presle], Luther Adler, Orley Lindgren, Noel Drayton, Frank Arnold
THE BREAKING POINT (1950) DIR Michael Curtiz PROD Jerry Wald SCR Ranald MacDougall (boek “To Have and Have Not” [1937] van Ernest Hemingway) CAM Ted D. McCord ED Alan Crosland Jr. MUS Max Steiner CAST John Garfield (Harry Morgan), Patricia Neal, Phyllis Thaxter, Juano Hernandez, Wallace Ford, Edmon Ryan, Ralph Dumke, Guy Tomajan
HE RAN ALL THE WAY (1951) DIR John Berry PROD Bob Roberts, John Garfield [zonder screen credit] SCR Dalton Trumbo, Hugo Butler, Guy Endore (boek “He Ran All the Way” [1947] van Sam Ross) CAM James Wong Howe MUS Franz Waxman CAST John Garfield (Nick Robey), Shelley Winters, Wallace Ford, Selena Royle, Gladys George, Norman Lloyd, Robert Hyatt, Clancy Cooper, Vici Raaf
2. TONEELSTUKKEN EN FILMS MET JULIE GARFIELD
TONEELSTUKKEN met o.m.
UNCLE VANYA (laureate van de Theatre World Award, 1971)
THE DANCE OF DEATH
THE LOWER DEPTHS
THE CHERRY ORCHARD
LOVERS AND OTHER STRANGERS
DEATH OF A SALESMAN
POOR MURDERER
THE MERCHANT
FILMS met o.m.
GOODBYE, COLUMBUS (1969) DIR Larry Peerce PROD Stanley R. Jaffe SCR Arnold Schulman (novella “Goodbye, Columbus” [1959] van Philip Roth) CAM Gerald Hirschfeld ED Ralph Rosenblum MUS Charles Fox CAST Richard Benjamin, Ali MacGraw, Jack Klugman, Nan Martin, Michael Meyers, Lori Shelle, Monroe Arnold, Julie Garfield (Wedding Guest [uncredited]), Bette Midler
COMING APART (1969) DIR – SCR Milton Moses Ginsberg PROD Andrew J. Kuehn, Israel Davis CAM Jack Yager ED Lawrence Tetenbaum MUS Francis Xavier CAST Rip Torn, Sally Kirkland, Robert Blankshine, Darlene Dorin, Julie Garfield (Julie), Lois Markle, Megan McCormick, Nancy MacKay, Viveca Lindfors
JOHN AND MARY (1969) DIR Peter Yates PROD Ben Kadish SCR John Mortimer (boek “John and Mary” [1966] van Mervyn Jones) CAM Gayne Rescher ED Frank P. Keller MUS Quincy Jones CAST Dustin Hoffman, Mia Farrow, Michael Tolan, Sunny Griffin, Stanley Beck, Tyne Daly, Alix Elias, Julie Garfield (Fran), Marvin Lichterman, Olympia Dukakis, Cleavon Little, Jennifer Salt
THE REVOLUTIONARY (1970) DIR Paul Williams PROD Edward Rambach Pressman SCR Hans Koningsberger (ook boek ‘The Revolutionary: A Novel’ [1967]) CAM Brian Probyn ED Henry Richardson MUS Michael Small CAST Jon Voight, Seymour Cassel, Robert Duvall, Collin Wilcox Paxton, Jennifer Salt, Elliott Sullivan, Julie Garfield (Girl)
LOVE STORY (1970) DIR Arthur Hiller PROD Howard G. Minsky SCR Erich Segal CAM Richard C. Kratina ED Robert C. Jones MUS Francis Lai CAST Ali MacGraw, Ryan O’Neal, John Marley, Ray Milland, Russell Nype, Katharine Balfour, Sydney Walker, Robert Modica, Walker Daniels, Tommy Lee Jones, Julie Garfield (Bystander at Harsichord Concerto)
THE HOSPITAL (1971) DIR Arthur Hiller PROD Howard Gottfried SCR Paddy Chayefsky CAM Victor J. Kemper ED Eric Albertsen MUS Morris Surdin CAST George C. Scott, Diana Rigg, Bernhard Hughes, Richard Dysart, Stephen Elliott, Donald Harron, Andrew Duncan, Nancy Marchand, Frances Sternhagen, Paddy Chayefsky, Julie Garfield (Nurse Perez [uncredited])
THE FRONT (1976) DIR – PROD Martin Ritt SCR Walter Bernstein CAM Michael Chapman ED Sidney Levin MUS Dave Grusin CAST Woody Allen, Zero Mostel, Herschel Bernardi, Michael Murphy, Andrea Marcovicci, Remak Ramsey, Marvin Lichterman, Lloyd Gough, David Margulies, Joshua Shelley, Joseph Sommer, Danny Aiello, Julie Garfield (Margo)
KING OF THE GYPSIES (1978) DIR Frank Pierson PROD Federico De Laurentiis SCR Frank Pierson (boek “King of the Gypsies” [1975] van Peter Maas) CAM Sven Nykvist ED Paul Hirsch MUS David Grisman CAST Sterling Hayden, Shelley Winters, Susan Sarandon, Eric Roberts, Judd Hirsch, Brooke Shields, Annette O’Toole, Annie Potts, Michael V. Gazzo, Julie Garfield ([uncredited])
NIGHT FLOWERS (1979) DIR – ED Louis San Andres PROD Sally Faile SCR Gabriel Walsh CAM Larry Pizer MUS Harry Manfredini CAST Gabriel Walsh, José Perez, Sabra Jones, Henerson Forsythe, Angel Lindbergh, J.C. Quinn, Lázaro Pérez, David Margulies, Jack Hollander, Linda Hamilton, Julie Garfield (Alice)
ISHTAR (1987) DIR – SCR Elaine May PROD Warren Beatty CAM Vittorio Storaro ED William Reynolds, Richard P. Cirincione, Stephen A. Rotter MUS Dave Grusin CAST Warren Beatty, Dustin Hoffman, Isabelle Adjani, Charles Grodin, Jack Weston, Tess Harper, Carol Kane, Aharon Pialé, Fijad Hageb, David Margulies, Julie Garfield (Dorothy)
SEE YOU IN THE MORNING (1989) DIR – SCR Alan J. Pakula PROD Alan J. Pakula, Susan Solt CAM Donald McAlpine ED Evan A. Lottman MUS Michael Small CAST Jeff Bridges, Alice Krige, Farrah Fawcett, Drew Barrymore, Lukas Haas, David Dukes, Frances Sternhagen, Theodore Bikel, Macaulay Culkin, Julie Garfield (Cafeteria Cashier)
STANLEY & IRIS (1990) DIR Martin Ritt PROD Arlene Sellers, Alex Winitsky SCR Irving Ravetch, Harriet Frank Jr. (boek “Union Street” [1982] van Pat Barker) CAM Donald McAlpine ED Sidney Levin MUS John Williams CAST Jane Fonda, Robert De Niro, Swoozie Kurtz, Martha Plimpton, Harley Cross, Jamey Sheridan, Feodor Chaliapin Jr., Julie Garfield (Belinda)
GOODFELLAS (1990) DIR Martin Scorsese PROD Irwin Winkler SCR Nicholas Pileggi, Martin Scorsese (boek “Wiseguy: Life in a Mafia Family” [1985] van Nicholas Pileggi) CAM Michael Ballhaus ED Thelma Schoonmaker CAST Robert De Niro, Ray Liotta, Joe Pesci, Lorraine Bracco, Paul Sorvino, Frank Sivero, Tony Darrow, Mike Starr, Julie Garfield (Mickey Conway)
MEN OF RESPECT (1990) DIR William Reilly PROD Ephraim Horowitz SCR William Reilly (toneelstuk “The Tragedy of Macbeth” [1606] van William Shakespeare) CAM Bobby Bukowski ED Elizabeth Kling MUS Misha Segal CAST John Turturro, Katherine Borowitz, Dennis Farina, Peter Boyle, Rod Steiger, Lilia Skala, Steven Wright, Stanley Tucci, Julie Garfield (Irene)
MORTAL THOUGHTS (1991) DIR Alan Rudolph PROD Mark Tarlov, John Fiedler SCR William Reilly, Claude Kerven CAM Elliott Davis ED Tom Walls MUS Mark Isham CAST Demi Moore, Glenne Headly, Bruce Willis, John Pankow, Harvey Keitel, Billie Neal, Frank Vincent, Karen Shallo, Julie Garfield (Maria Urbanski)
THE LITTLE DEATH (1996) DIR Jan Verheyen PROD Ann Dubinet, Chris Zarpas SCR Michael Holden, Nicholas Bogner CAM David Phillips ED Joseph Gutowski MUS Christopher Tyng CAST Pamela Gidley, J.T. Walsh, Dwight Yoakam, Brent David Fraser, D.W. Moffett, Solomon Burke, Amy Stoch, Michael Holden, Philip Baker Hall, Richard Beymer, Julie Garfield (The Judge)
AWAY FROM HERE (2014) DIR Bruce Van Dusen PROD Kate Cohen, Terry Leonard SCR Kate Cohen, Timothy Michael Cooper MUS Robert Miller CAST Nick Stahl, Alicia Witt, Ray Wise, Frankie Faison, John Bedford Lloyd, Donna Mitchell, Walter Belenky, Julie Garfield (Phoebe), Mary Regency Boies
TV FILMS
THE NATIVITY (1978) DIR Ken Cameron, Bernard L. Kowalski PROD Michael Apted TELEPLAY Michael Apted, Millard Kaufman, Morton S. Fine CAM Gábor Pogány ED Robert Phillips, Jerry Dronsky MUS Lalo Schifrin CAST Madeleine Stowe, John Shea, Jane Wyatt, Paul Stewart, Audrey Totter, George Voskovec, Julie Garfield (Zipporah), Leo McKern, John Rhys-Davies
FAMILY REUNION (1981) DIR Fielder Cook PROD Lucy Jarvis TELEPLAY Allan Sloane (artikel “How America Lives in Good Housekeeping” in Ladies Home Journal van Joe Sparton) CAM Jack Priestley ED Eric Albertson MUS Wladimir Selinsky CAST Bette Davis, J. Ashley Hyman, David Huddleston, John Shea, Roy Dotrice, David Rounds, Kathryn Walker, Paul Rudd, Julie Garfield (Girl on the Bus)
PLAZA SUITE (1982) DIR Harvey Medlinsky PROD Harvey Medlinsky, Marica Govons TELEPLAY (toneelstuk “Plaza Suite” [1968] van Neil Simon) CAM David Zacks ED Danny White CAST Lee Grant, Jerry Orbach, Julie Garfield, Jeffrey Haddow, Randy Rocca
A MOTHER’S PRAYER (1995) DIR Larry Elikan PROD Sally Young TELEPLAY Lee Rose CAM Eric van Haren Noman ED Peter V. White MUS CAST Linda Hamilton, Noah Fleisch, Bruce Dern, Kate Nelligan, S. Epatha Merkerson, Corey Parker, Julie Garfield (JoAnne Wasserman)