Producer Daniel Selznick overleed onlangs in het Motion Picture Country Home in Woodland Hills, Californië. Hij werd 88. Hij was de jongste zoon van David O. Selznick, één van de meest prominente en invloedrijke producers van zijn tijd, en Irene Mayer Selznick, de dochter van Louis B. Mayer die ook producer was en in 1924 mede-oprichter was van Metro-Goldwyn-Mayer, de grootste en meest prestigieuze studio tijdens de gouden jaren van Hollywood met more stars than there are in heaven, zoals de slogan van de studio luidde. In deze wereld groeide Daniel Selznick op, in een familie die bol stond van filmgeschiedenis en innovatie. Zijn levensloop werd dan ook gevormd door de filmerfenis van zijn ouders en grootouders.

Hij werd geboren in Los Angeles in 1936 als Daniel Mayer Selznick, de jongste zoon van de beroemde filmproducer David O. Selznick (1902-1965) en theaterproducer Irene Mayer Selznick (1907-1990), en groeide op in Beverly Hills. Zijn vader was het brein achter sommige van de beste films van de jaren 30 en 40 van vorige eeuw. “Gone With the Wind” was zijn meesterwerk, maar hij produceerde ook films als “What Price Hollywood?” (1932), “King Kong” (1933), “Anna Karenina” (1935), “The Garden of Allah” (1936), “A Star Is Born” (1937), “Rebecca” (1940), “Since You Went Away” (1944), en “Duel In the Sun” (1946).
Daniels moeder, Irene Mayer Selznick, werd een prominente figuur op Broadway toen ze in 1945 na een huwelijk van vijftien jaar scheidde van David O. Selznick. Ze produceerde Tennessee Williams’ “A Streetcar Named Desire” (1947), geregisseerd door Elia Kazan. Het stuk zette Marlon Brando op de kaart, en ze werd genomineerd voor een Tony Award met het toneelstuk “The Chalk Garden” (1956).
Daniel Selznick ging aan de slag als producer en was in de jaren 70 en 80 in verschillende hoedanigheden betrokken bij meerdere producties. Zijn TV-films omvatten o.m. “Blood Feud” (1983), alsook de documentaires “Reagan’s Way: Pathway to the Presidency” (1981) en de met een Peabody Award bekroonde “The Making of a Legend: ‘Gone With the Wind’” (1988), welke hij produceerde met zijn broer, film- en televisieproducer Lewis Jeffrey Selznick die in 1997 op 64-jarige leeftijd overleed. Deze documentaire toont de obstakels die hun vader moest overwinnen toen hij de onsterfelijke filmklassieker maakte. Daniel Selznick produceerde ook een handvol andere projecten, waaronder de miniserie “Hoover vs. the Kennedys: The Second Civil War” (1987).
Hij bracht het grootste deel van zijn professionele carrière door in en rond de filmindustrie en was vier jaar lang productiedirecteur bij Universal. Hij beheerde ook de Louis B. Mayer Foundation.

In april 2010 ontmoette ik Daniel Selznick in de Pinot Grill aan het Los Angeles Music Center in Los Angeles, nadat ik aan hem was voorgesteld door een gemeenschappelijke vriend, Hollywood casting agent Marvin Paige. We aten in het openluchtrestaurant tussen twee symfonieconcerten door die hij in het Music Center bijwoonde, en hij nam uitgebreid de tijd om over zijn familie te praten, en over hun historisch belang in de Amerikaanse filmwereld. Het anderhalf uur durende gesprek zal me altijd bijblijven. Hij vertelde toen ook dat hij aan zijn autobiografie werkte, getiteld “Walking With Kings,” die volgend jaar uitkomt. Het duurde uiteindelijk veel langer dan oorspronkelijk gedacht om alles op papier te zetten.
De laatste keer dat we elkaar spraken was aan de telefoon, ongeveer drie jaar geleden.
Volgens zijn overlijdensbericht, zoals gepubliceerd door de Los Angeles Times op 2 augustus 2024, laat Daniel Selznick geen naaste familieleden na. Dat maakt van hem één van de laatste directe connecties met de pioniers van Hollywood die er meer dan een eeuw geleden, tijdens de stomme film al, de fundamenten legden van ettelijke glorieuze filmjaren.